Geïnteresseerd? Bestel mijn boek bij je lokale boekhandel of Bol.com.
  • 09
    apr
    2013

    Het einde van de nuance. Dat is het begin van debat

    In de opinie-industrie heb je auteurs die hun lezers toedekken met bevestigende troetelmeningen en je hebt auteurs die doen aan ‘bedje keren’: het kantelen van ingesleten massameningen. De betere onder hen droppen eens in de zoveel tijd een atoombom en komen met kernkoppen als The End of History, The End of Men, The End of Nature.


    Bij lezers van kwaliteitskranten krijg je met dat soort titels het schuim op de lippen. Loeikwaad worden die bakfietsrijdende doctorandussen met designbril daarvan. Honger in Afrika? Klimaatverandering? Crisis? Oorlog? Wat de nuffige colbertjes en mauwende mantelpakjes betreft valt het allemaal in het niet bij ongenuanceerde, dwingende stellingen. Als ze niet sliepen met de grondwet onder hun kussen zouden ze daar subiet de doodstraf voor uitvaardigen.

    Zoals ze in het restaurant met alle egards bediend wensen te worden, eisen ze van hun krant een deftig commentaar dat op eloquente wijze de status quo bestendigt. Naar het schijnt eten ze zelfs genuanceerde vla. Hebben ze ruzie met hun vrouw, dan tieren ze het uit: ‘DOE EENS GENUANCEERD, KRENG!’ Zoals die nuancefetisjisten zich ergeren aan een draaiorgel op de stoep van de Stadsschouwburg, zo vliegen ze in de gordijnen vanwege een ongenuanceerd opiniestuk.

    Dat is precies de bedoeling. Ook nu.

    Lezers, vooral de drammers die om het minste of geringste hun abonnement dreigen op te zeggen, moeten uitgedaagd blijven worden. Dat houdt hun geest scherp, hun blik open en de democratie vitaal. In het streven daarnaar mogen er best wat abonnees sneuvelen. Die gaan maar naar de firma Aai Over De Bol. Een column moet een koude douche zijn, geen warm bad.

    Gemeenschappelijke meningen zijn als de tirannie van de meerderheid: ze vormen een macht op zich en dienen daarom telkens uitgedaagd te worden. Gestolde democratie brandt aan als dictatuur. Juist daarom hebben tegendraadse uitingen waarde van zichzelf – ja, ook als de auteur er zelf helemaal niet achter staat. Kunst om de kunst, debat om het debat. Aangezien daden onherroepelijk zijn en waarheden betrekkelijk moet je met gedachten blijven experimenteren. “Democratie is als een fiets”, schreef de Griekse oud-oorlogscorrespondent Kostas Vaxevanis onlangs. “Je moet blijven trappen, anders val je om.”

    Ook op het opinieveld: kaatsen, niet pingelen!

    Ideologen schrijven vanuit beginselen. Geef ze een boek van Karl Marx of Adam Smith en ze emmeren er tot sint-juttemis over door. Ja, er zijn zelfs liberalen die niet zonder beginselen kunnen en ‘vrijdenkende’ columnisten die hun stuk eerst laten weken in de wijn van het vertrouwde borrelcircuit alvorens ze publiceren. Zij nuanceren enkel om vluchtwegen in te bouwen, rennen al weg voordat er een letter op papier staat. Op het oog gebalanceerde denkers, maar in de praktijk rigide predikers. In niets verschillen zij van de dominee: zalvende woorden, maar o zo strikt in de leer en star in het denken. Ze herkauwen een wereldbeeld, enkel voor eigen parochie. Hun krant beschouwen ze als verenigingsblad ‘Ons kent Ons’. Roept er iemand ‘niet waar!’ dan krimpen ze ineen of worden ze boos.

    Twijfelende denkers, daarentegen, richten zich op de eindigheid van concepten – en op wat daarna kan komen. Ze hengelen naar andere meningen omdat ze het zelf ook allemaal niet weten. Het zijn geen opiniemakers, maar opinievragers. Hun verhaal is een aanzet tot debat en geen afsluitende overpeinzing. Hun uiting is een ‘stel nou eens…’ en niet een ‘luister eens, ik ga een kwartiertje enerzijds-anderzijdsen’. Geestelijke vitaliteit slaan zij vele malen hoger aan dan ideologische consistentie. Hoe harder hun kreten, hoe groter hun liefde voor meningen van anderen.

    Die reacties komen echter niet zomaar los. Daar is een goed stuk aas voor nodig. Wordt dat aas voor de ogen van de auteur aan stukken gereten dan is zijn doel bereikt: iedereen is gevoed met een standpunt en geeft gratis weerwoord. Het publiek als klankbord, niet als massa met een brievenbus voor oud papier. Het product moet een debatterende menigte zijn, niet een murw gepreekte kerk. Een communis opinio die niet zozeer uiteen valt als wel gedwongen wordt zich opnieuw te legitimeren. Waar de genuanceerde schrijver de lezer het denken ontneemt, daar zet de tobbende provocateur tot denken aan: hij laat de nuance aan de lezer. Vriendschap sluiten met lezers is het laatste wat hij wil. Dat is het einde van het debat. Een tobbende provocateur moet juist de nuance beëindigen wil hij een debat beginnen. Hij moet kaatsen, niet pingelen.

    Gelijk krijgen? Dat is volstrekt onbelangrijk

    The End of History and the Last Man (1992), het roemruchte boek van Francis Fukuyama, is in deze context bijzonder. Daarin wordt de stelling geponeerd dat met het einde van de Koude Oorlog ook de ideologische twist, zelfs ‘ideologische evolutie’ ophoudt: de Westerse liberale democratie zou gewonnen hebben en langzaamaan universeel worden. Nog geen tien jaar later bewezen islamitische fundamentalisten het tegendeel met het neerhalen van de Twin Towers, maar eigenlijk werd de schrijver al van begin af aan onder vuur genomen: niet zozeer door ideologen, maar door genuanceerden. Alsof hij zelf nooit een slag om de arm had gehouden.

    De titel van het essay dat voorafging aan het boek eindigde in een vraagteken: The End of History? Maar belangrijker was nog Fukuyama’s conclusie: als de ideologische strijd zou eindigen, zo argumenteerde hij, dan wordt het leven zo saai dat “de geschiedenis van voren af aan zal beginnen”. Met The End of History prikkelde Fukuyama wereldwijd de geesten van studenten, journalisten en geleerden om over zijn idee te discussiëren. Een activiteit die leidt tot een beter begrip van wie wij zijn, waarom we dingen gedaan hebben en wat we zouden kunnen doen om ons leven te beteren. “Verklaren dat iets eindigt, geeft je het apocalyptische gevoel dat er een grote verandering gaande is”, zei Fukuyama vrijdag tegen Carlos Lozada, een redacteur van The Washington Post. “Je ervaart dan dat er iets aan de hand is. ‘Het einde van iets’ geeft je dat ‘aha’-moment.” Kortom: het ging hem niet om het gelijk, maar om een bevlogen debat over de status quo.

    Lozada sprak niet alleen met Fukuyama, maar liet ook de auteurs The End of Sex, The End of Poverty en The End of Men terugblikken op hun werk en de consternatie daarover. Hanna Rosin, de vrouw die het einde van de mannen inluidde (of eigenlijk hun dominantie), twijfelde lang over het gebruik van een vraagteken. Spijt dat ze dat wegliet heeft ze niet. Het klopt, besloot ze. “Het gaat over het einde van een idee over een bepaald soort man.” En: “Alleen al na het lezen van de titel van mijn boek kun je een groot en breed debat beginnen.” Dat neemt overigens niet weg dat ze in haar boek, net als Fukuyama, alles uit de kast haalt om de boektitel te verdedigen. De provocerende kop als punt aan de horizon: je weet dat je er nooit komt, maar de tocht erheen houdt je geest vitaal.

    Een zelfde filosofie leest Lozada in de titelverklaringen van andere ‘The End of …’-auteurs. The End of Power, The End of Money, The End of Illness, The End of War, The End of the Free Market – hoewel de schrijvers het van groot belang vinden dat hun stelling verdedigd wordt zijn ze de eersten die twijfelen aan de correctheid van hun stelling. Je moet het daarom meer conceptueel bekijken, leert Carlos Lozada. Hij onderscheidt vijf soorten: The fake-out end, the as-we-know-it end, the I-didn’t-mean-it-was-the-end, the concept end en the if-only-they-listened-to-me end. Met andere woorden: zelden is het einde letterlijk zo bedoeld.

    Het mooiste cadeau dat een ‘The End of …’-auteur kan krijgen is een groots tegengebaar. Revi Zacharias, bijvoorbeeld, schreef The End of Reason (rede) als weerlegging op The End of Faith (geloof). Carlos Lozada concludeert: “Elk einde is het begin van iets anders.” Daarom: dood aan de nuance, dat brengt leven in het debat. Of niet soms?!

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Archief artikelen van Steven de Jong. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen.

E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!