Geïnteresseerd? Bestel mijn boek bij je lokale boekhandel of Bol.com.
  • 09
    apr
    2008

    De dubbele moraal en het alomvattend eindoordeel

    Voordringen, afval dumpen en hondenpoep behoren tot de topdrie ergernissen van Nederlanders, zo blijkt uit representatief onderzoek. Ook nrc.next ondervroeg lezers naar wat zij als hinderlijk gedrag ervaren. Maar wat zegt dit eigenlijk over de normen en waarden van respondenten?

    Niet heel veel, begrijpen we uit het rapport ‘De moraal in de publieke opinie’ (maart 2004) van het Sociaal en Cultureel Planbureau. „Zowel opvattingen als gedragingen zijn zelden een pure uitdrukking van normen en waarden.”

    Waarden concurreren met belangen

    In opvattingen over specifieke aangelegenheden, zo schrijft het SCP, moeten normen en waarden tegenover elkaar worden afgewogen en concurreren met belangen. „Bij gedragskeuzes geldt dat ook en daar gaan bovendien allerlei persoonlijke behoeften een rol spelen, die bij het kiezen van opvattingen over hypothetische toestanden in een enquête buiten schot kunnen blijven.”

    Verder vermoedt het SCP dat onder de respondenten bij dit soort enquêtes relatief veel aardige, hulpvaardige mensen te vinden zijn. Met andere woorden: mensen die maling hebben aan fatsoensregels, zullen ook niet zo snel een ergernislijstje opsommen. De zogenaamde free riders laten niet van zich horen.

    Dat mensen sociaal wenselijke antwoorden opgeven is echter geen probleem, menen de onderzoekers. „Dat is vervelend als het om gedrag gaat, maar als het om normen gaat, willen we bij wijze van spreken juist weten wat mensen denken dat het ‘goede antwoord’ is, en zijn we minder geïnteresseerd in ongeremde reacties en ondoordachte expressies van allerindividueelste gevoelens.”

    Het rapport van het SCP vormt zogezegd de wetenschappelijke onderbouwing van Margo Trappenburgs column ‘Morele boekhouding’ (4 januari 2008). Die boekhouding, zoals zij het morele besef voorstelt, is een ingewikkelde: normen en waarden die met elkaar concurreren, persoonlijke behoeften die zwichten onder sociale druk.

    Politiek wetenschapper Trappenburg denkt dat de meesten van ons hierin een uitweg vinden: „Het is met normen en waarden een beetje als met goede doelen, je kiest er een paar uit, want je kunt ze onmogelijk allemaal bedienen.” Dat is geen hypocrisie volgens de politicoloog. „Heel veel mensen beoordelen hun eigen morele gedrag met zoiets als een alomvattend eindoordeel.” Een voorbeeld: „Ik gooi nooit rotzooi op de grond, ik dring niet voor in winkels en in de tram sta ik op voor bejaarden en zwangere vrouwen. Keurig gedrag in de publieke ruimte. Daar staat tegenover dat ik wel ga zitten bellen in de trein als ik lang onderweg ben. Moet kunnen toch?”

    Deze dubbele moraal wordt ook aangetoond door marktonderzoeksbureau Multiscope (‘Samenleving eist harde aanpak hufterigheid’, oktober 2007). Voordringen, afval dumpen, hondenpoep, bumperkleven en spugen op de grond voeren de topvijf aan in de enquête van Multiscope. „We hebben gevraagd of mensen zich schuldig maken aan het gedrag waaraan ze zich ergeren. Dan zijn de percentages in één keer stukken lager”, verklaart directeur John Kivit. “Voorbeeld: 56 procent ergert zich aan bumperkleven, maar slechts 4 procent zegt zich er zelf schuldig aan te maken. Dat is over de hele linie het beeld. Er zit vaak tientallen procenten tussen. Theoretisch zou het natuurlijk kunnen zijn dat een kleine groep zich schuldig maakt aan al het ‘hufterige’ gedrag en het daarmee voor de rest verstiert, maar ik geloof niet dat dit het grote verschil kan verklaren wat ze zien.”

    Hufterigheid compenseren hoffelijkheid

    Oftewel, we compenseren dus de hufterigheid op het ene moment met de hoffelijkheid op het andere moment. Dat verklaart volgens Trappenburg waarom we minder streng voor onszelf en naasten zijn dan voor een vreemde. Als een vreemde zijn asbak leeg kiepert voor het verkeerslicht is hij een aso, doen we het zelf een keertje of een vriend, dan is het ‘maar voor een keertje’ of ‘zien we het door de vingers’. Dat is exact het principe van het alomvattend eindoordeel; dat kunnen we alleen vellen als we het hele plaatje hebben. De vreemde die over de schreef gaat straffen we daarom genadeloos op één overtreding af. Hij is wat hij doet op dat moment: de aso.

    De uitdaging is, zo stelde Trappenburg in haar column, enkele extreem hinderlijke gedragingen buiten ieders individuele calculus te plaatsen. En die dan verbieden en beboeten, zoals we in 2004 gedaan hebben met roken in de trein en op de werkplek. „Als we die kant uit willen, moeten we uitvinden of er een topdrie kan worden opgesteld van overlastgevend gedrag, dat zo algemeen wordt afgekeurd, dat we het met goed fatsoen kunnen verbieden.”

    Volgens John Kivit zal deze aanbeveling „zeker aanslaan” onder de respondenten uit zijn enquête. „Als we als individu een dubbele moraal hebben kun je niet alles in één keer oplossen. Wat je wel kunt doen is duidelijke doelen stellen (een top 3 bijvoorbeeld aanpakken) en daar een ‘zero tolerance’ beleid tegenover stellen.” Hoe hard, ook daar hebben zijn respondenten zich over uitgesproken. „Bijna de helft van de ondervraagden is het eens met de stelling dat de Nederlandse politie een voorbeeld zou kunnen nemen aan het strenge optreden van de Guardia Civil in Spanje of de Carabinieri in Italië.” Dat signaal komt ook terug in de titel van zijn enquêteverslag: ‘Samenleving eist harde aanpak’. De Nederlandse politie bleek geïnteresseerd. „We kregen van een korpschef het verzoek of er meer cijfers beschikbaar waren.”

    ‘De bevolking wil gewoon een hardere aanpak’

    Door politici zegt Kivit niet benaderd te zijn. Maar in de populariteit van populistische partijen ziet hij wel degelijk zijn onderzoeksresultaten bevestigd. „Het feit dat Verdonk in haar VVD-tijd een recordaantal voorkeursstemmen kreeg zou toch een signaal moeten zijn voor politici dat de bevolking een harde aanpak wil. Ik zie niet echt een daadkrachtiger politiek in de afgelopen jaren. Het blijft vaak bij woorden, maar de bevolking wil gewoon een hardere aanpak.

    Op 4 januari dit jaar deed Trappenburg een oproep aan haar lezers. Ze droeg hen op een particuliere topdrie op te geven “van overlastgevend gedrag, dat zo algemeen wordt afgekeurd, dat we het met goed fatsoen kunnen verbieden”. Na bestudering van de ergernislijstjes van nrc.next-lezers komt Trappenburg een beetje terug op haar oproep. Hoewel ze in de ergernislijstjes bevestigd ziet dat de respondenten er een morele boekhouding op na houden, had ze zich naar eigen zeggen moeten bedenken dat „het hoogst onwaarschijnlijk is dat we op basis van een open oproep ook maar het begin van overeenstemming zouden kunnen bereiken over storend gedrag waar paal en perk aan zou moeten worden gesteld.”

    Daarom stelt ze een nieuwe vraagstelling voor. „Wat ik beter had kunnen doen is een eigen ergernis kiezen en de lezers vragen of de betreffende gedraging op de zwarte lijst zou mogen.” Wellicht neigt dit tot meer zelfreflectie: dat het willen verbieden van bellen in de trein ook de consequentie heeft dat je het zelf nooit meer mag doen.

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Archief artikelen van Steven de Jong. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen.

E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!