Geïnteresseerd? Bestel mijn boek bij je lokale boekhandel of Bol.com.
  • 17
    aug
    2009

    Zo was het kantoorleven in 1961

    Jobhoppen is uit. Stoelkleven is in. Werknemers zetten zich in tijden van crisis schrap, zo blijkt uit de laatste Randstad Monitor. We zijn zelfs bereid salaris in te leveren om er niet uit te hoeven vliegen.

    Dit honkvaste gedrag is het thema van Il Posto, een Italiaanse film van Ermanno Olmi uit 1961 over het kantoorleven in een grote onderneming in Milaan. Domenico (Sandro Panseri), een jonge arbeiderszoon uit een dorpje in Lombardije, krijgt van alle kanten ingepeperd dat hij zijn aanstaande sollicitatie niet moet verknallen. “Als je daar binnen kunt komen zit je goed voor je leven”, verzekert zijn moeder. Dat beaamt ook zijn vader, die hem op het hart drukt dat baanzekerheid belangrijker is dan de hoogte van het loon.

    Hou je gedeisd

    Zekerheid gaat boven alles, zo straalt dit coming-of-age verhaal uit. Want verder is het maar treurnis troef: de grijze kantoorkolos wordt in beeld gebracht als de Bijlmerbajes, een hoog gebouw waar mannen en vrouwen iedere ochtend inlopen en ‘s avonds precies op tijd uitklokken. Onder het werk mag niet gesproken worden en opkomen voor jezelf doe je uitsluitend over de ruggen van anderen.

    “Eerlijk gezegd had ik om een bode gevraagd”, zegt een onderdirecteur nadat Domenico eindelijk alle testen voor een betrekking als boekhouder heeft doorstaan. “Maar vroeg of laat vinden we ook voor u wel wat”, bromt de man die niet op of om kijkt.

    De bode Satori, die Domenico moet inwerken als collega, is vriendelijker tegen de schuchtere jongen. Van hem krijgt hij een wijze les. “Wees voorzichtig en hou je gedeisd. In dit leven moet je iedereen vertrouwen, behalve degenen met twee neusgaten.”

    Ze zoent me eens per maand. Als ik loon krijg

    Domenico begint dus onderaan de ladder, aan een tafeltje op de gang. Hij moet koffie rondbrengen, kaartenbakjes sorteren en op afroep beschikbaar zijn als de bel zoomt. Satori laat zich door die bel niet meer van de wijs brengen. “Laat ze maar bellen. Als ze er genoeg van hebben houden ze wel op”, zegt hij kalm. “Er heerst hier een ernstige ziekte. Ze hebben allemaal last van haast.”

    De paradox van het opkomende kantoorleven is dat de beambten hun eenzijdige werk verafschuwen, maar er tegelijkertijd geen afstand van kunnen nemen. Dat blijkt vooral als een wat oudere man er voor vijven tussenuit lijkt te knijpen. Satori schudt nee. “Hij is al drie maanden met pensioen en blijft hier maar komen.” Dat zal hem nooit gebeuren, houdt hij Domenico voor. En toch staat ook zijn privéleven in het teken van ‘de baan’, zoals je Il Posto kunt vertalen. “Mijn vrouw gaf me vanmorgen een dikke zoen”, zegt hij tegen de jongste bediende. “Ze zoent me eens per maand. Als ik loon krijg.”

    Het is niet eerlijk

    Als een boekhouder plotseling komt te overlijden, mag Domenico zijn plaats innemen. De chef wijst Domenico het bureau van de overledene toe, helemaal vooraan. “Krijg nou wat”, sist een oude man achterin tegen zijn buurman. “Zo’n snotneus komt al meteen voor ons zitten!” De boekhouder is weer eens oneerlijk, geeft zijn collega toe. “Ik zeg er wat van!”, besluit de hevig ontdane werknemer. “Ik verknoei nu al twintig jaar mijn ogen met die lamp. Ik kan er niet meer tegen, tegen de hele boel niet.” Veel medeleven krijgt hij niet van zijn buurman. “Eigenlijk ben ik hier ‘t langst”, werpt hij tegen. Waar heb je het over, brult de boekhouder. “Het is mijn rij. Hij zit op mijn stoel”, zegt hij terwijl hij wijst naar Domenico die rondkijkt alsof hij op een onbekende planeet is geland. “Maak je een grapje soms? Nu ga ik zeggen waar het op staat.” Met gebogen hoofd meldt de boekhouder zich bij het bureau van de chef. “Meneer, mag ik wat zeggen over dat bureau?”, jammert hij. “Ik zit hier nu al twintig jaar achteraan. Ik verknoei mijn ogen met die lamp. Het is niet eerlijk. Kunt u daar iets aan doen?” De chef begrijpt de hint en verzoekt Domenico het bureau achterin de rij te nemen.

    Hij is binnen

    Tot overmaat van ramp schuiven nummer twee en nummer drie gewoon een plaats door. De boekhouder die zijn beklag deed laat van wanhoop bijna zijn papieren vallen die hij net had verzameld voor de ‘verhuizing’. Domenico wordt ondertussen geplaagd door de flikkerende lamp die zijn voorganger al twintig jaar een goed zicht heeft ontnomen. Hij werpt een blik op de stencilmachine die bediend wordt door een bode. Dat hoeft hij niet meer te doen, gelukkig. Maar het repeterende geluid van de slinger, dat zal hij nog jaren aan moeten horen. Toch heeft Domenico niet te klagen. Hij is ‘binnen’, zoals dat heet. Hij zit hier goed voor zijn hele leven.

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Archief artikelen van Steven de Jong. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen.

E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!