Bestel bij:
dejongsteven@gmail.com
  • 30
    mei
    2010

    Verkenning: internet en politieke besluitvorming

    Verkenning: internet en politieke besluitvorming

    In deze verkenning bespreek ik internetinitiatieven die effect hebben op de politieke besluitvorming. De bespreking heeft als doel politici bekend te maken met de sociale dynamiek op maatschappelijk-politieke internetsites.

    Politieke besluitvorming is een verantwoordelijkheid van politici. Zij zijn immers via verkiezingen aangesteld om namens de burgers te beslissen of de beslissers te controleren. Een veelgehoorde kritiek op dit politieke systeem is dat kiezers maar eens in de vier jaar mogen stemmen. Met de opkomst van internet werd daarom al gauw gefilosofeerd over ‘internetdemocratie’. Voorstanders stelden dat internet een directe democratie mogelijk zou kunnen maken.

    Zo’n vaart zal het niet lopen. Maar het geeft wel aan dat internet de autoriteit van de politiek onder druk zet. Politiek bestuurders die geloofwaardig willen opereren kunnen daarom niet anders dan internet serieus nemen. Niet zozeer omdat ze mee moeten gaan met de technologische ontwikkelingen, maar omdat internet de samenleving zichtbaarder en pluriformer heeft gemaakt: wat voorheen niet buiten de muren van kantoren en huizen kwam, staat nu direct en tot in de eeuwigheid op internet.

    Dat is geen virtuele werkelijkheid, maar een nieuwe verschijningsvorm van de oude samenleving. En daarin heeft de politiek, als organisator van die samenleving, een nieuwe rol te vervullen. In dit document zal ik daarom een aantal recente internetinitiatieven- en gebeurtenissen bespreken. Initiatieven waar provincies en gemeenten zich bij aan kunnen sluiten of hun voordeel mee kunnen doen in de politieke besluitvorming.

    DeNationaleDialoog.nl
    Deze website is een initiatief van vereniging De Publieke Zaak en een vervolg op 21minuten.nl, het jaarlijkse opinieonderzoek waaraan 100.000 mensen via internet deelnemen. DeNationaleDialoog.nl gaf deelnemers de gelegenheid na te praten over de enquête. Dit volgens het concept: praat mee, doe mee, ontwerp mee. Ook vooraanstaande burgers als Pieter Winsemius (tevens een van de initiatiefnemers) nemen het voortouw in de discussies.

    De burger wordt hier op het voetstuk gehesen van maatschappelijk consultant. De meest interessante ideeën die hij heeft gedeeld en besproken met medeburgers worden, inclusief op- en aanmerkingen, voorgelegd aan deskundigen. Anders dan bij andere forums is reageren dus niet vrijblijvend: ambtenarenwerkgroepen en politici worden daadwerkelijk geïnformeerd over de resultaten. Zij kunnen via de site ook betrokken burgers opsporen die zich hebben georganiseerd rondom een bepaald thema.

    De meeste ideeën zijn echter niet interessant. Veelal omdat ze te vaag zijn geformuleerd of meer uit opinies dan uit voorstellen bestaan. Het lijkt erop dat de site lijdt onder te weinig belangstelling: slechts een handvol fanatiekelingen discussiëren op de website, en bepalen dus de inhoud van ‘de nationale dialoog’. De vraag is dus of de website wel echt effect op de politieke besluitvorming heeft. Het populairste plan heeft slechts acht medestanders.

    Maar het concept is aardig, omdat het invulling geeft aan de gedachte over wisdom of the crowds. Bezoekers kunnen voorstellen becommentariëren, zich aansluiten bij een lobby, ideeën sorteren op populariteit en draagvlak organiseren via sociale netwerken zoals LinkedIn. Maar wisdom of the crowds blijkt niet te werken als het aantal deelnemers gering is. Dan ‘winnen’ de mensen die het meest fanatiek zijn en niet degenen met het beste idee.

    Petities.nl
    De website Petities.nl heeft artikel 5 van de Grondwet nieuw leven in geblazen. Door deze dienst is het starten van een petitie, het verzamelen van handtekeningen en het informeren van de pers gemakkelijker dan ooit. De redactie helpt de initiatiefnemers ook met het schrijven, zorgt voor een gestructureerd verloop van de petitie en doet een kwaliteitstoets. Enkele petities zijn aangeboden als burgerinitiatief, waaronder die voor het verbieden van particulier vuurwerk. De petities met een nationaal karakter krijgen vanzelfsprekend de meeste aandacht, maar Petities.nl richt zich ook op gemeenten.

    Via digitale loketten op de site wordt een ambtenaar als contactpersoon toegewezen. Dat is doorgaans iemand van de afdeling communicatie of van de griffie. Een populaire petitie is die voor een tunnel onder de Ring Zuid in Groningen. 1.087 mensen hebben die al ondertekend en leggen op die manier hun verzoek neer bij Rijkswaterstaat, de provincie Groningen en de gemeente Groningen. Petities.nl is ontwikkeld door internetprojectbureau United Knowledge en ondergebracht in een stichting. Maar omdat gemeenten zich hebben gecommitteerd aan de website kun je het nu ook zien als een overheidsproject.

    Handvestburgerschap.nl
    De website Handvestburgerschap.nl is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Projectleider is beleidsmedewerker Jornt van Zuylen. Op het forum kunnen mensen aangeven hoe zij willen dat er met elkaar omgegaan wordt in de publieke ruimte. De resultaten van de discussie heeft de regering gebruikt om voorwaarden te scheppen voor actief en verantwoordelijk burgerschap. Van de ‘bouwstenen voor burgerschap’ is een kalender gemaakt, die verkrijgbaar is in meer dan 1500 gemeenten en bibliotheken. De uitkomsten van de discussie zijn ook verzonden aan de Tweede Kamer. Dit project had onmogelijk binnen een ambtelijke werkgroep voltooid kunnen worden; bij dit soort thema’s kan politieke besluitvorming dus niet meer zonder de inzet van internet.

    Action Network
    Action Network, een website van de BBC, won drie jaar achtereen een verkiezing voor wereldveranderende internetinitiatieven. Op de site konden burgers een plan indienen. Bijvoorbeeld voor het restaureren van een pier, de herinvoering van beieren in een plattelandskerk of het redden van een bioscoop. Bij voldoende steun zorgde de BBC voor publiciteit, zodat het op het bordje van de politiek belandde. “Internet driven democracy”, zoals de Amerikaanse spindoctor Joe Trippi schrijft in The Revolution Will Not Be Televised (2004). Democratie met internet als motor dus.

    Action Network werd een succes omdat het zich richtte op kleinschalige issues waar de overheid, tot ongenoegen van sommige burgers, geen belangstelling voor had. Vandaar de focus op actie en netwerken: de site spoorde burgers aan hun individuele wens om te zetten in een beweging.

    De site is in april opgeheven. In een officieel commentaar schreef de omroep dat Action Network niet meer uniek is. De opkomst van social networksites als Facebook, Myspace en LinkedIn zou het voor burgers nu veel gemakkelijker hebben gemaakt gelijkgestemden te vinden voor acties. En met diensten als Google’s Blogger kan iedereen, gratis en zonder veel kennis van internet, online zijn ideeën publiceren. “Publieke discussies op internet zijn vrij toegankelijkheid voor iedereen. De BBC hoeft het dus niet meer te faciliteren”, aldus BBC-redacteur Peter Horrocks. Tom Steinberg, een goeroe in de wereld van internetdemocratie, achterhaalde met een beroep op de Britse wet voor openbaarheid van bestuur dat Action Network de eerste drie jaar 1,3 miljoen pond heeft gekost.

    Denationaledialoog.nl en petities.nl kunnen gezien worden als opvolgers van BBC Action Network. Maar de site Actienetwerk.nl van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) is echt helemaal geïnspireerd op de BBC-site. Daarover hieronder meer.

    Actienetwerk.nl
    Het adviseren van activisten. Dat is een van de doelen van Actienetwerk.nl. De website, ontwikkeld door het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), richt zich volgens projectleider Jerome Scheltens niet alleen op de geëigende democratische paden. “Actievoeren is weliswaar een democratisch recht, maar belangenbehartiging zelf gaat niet per se via democratische weg. Dat kan bijvoorbeeld ook via een lobby of mediaoffensief.”

    Om het initiatiefnemers gemakkelijk te maken heeft het IPP een zogeheten ActieAssistent ontwikkeld. De wegwijzer die je in vijf stappen naar de juiste poort leidt en onderweg nuttige tips geeft. “Zijn er organisaties of politieke partijen die al iets doen met jouw probleem of kwestie?”, luidt de eerste vraag van de ActieAssistent. Een inkoppertje misschien, maar je zult de mensen de kost moeten geven die onafhankelijk van elkaar bezwaarschriften naar de gemeente sturen. Ingewikkelder wordt het in de volgende stappen. Heb je de overheid nodig voor deze kwestie? En op welk schaalniveau? Weet je of de politiek er al mee bezig is? Is het probleem juridisch op te lossen? Wil je media-aandacht voor het probleem?

    Naast het bevragen van burgers, levert de site ook antwoorden. Wie niet weet of zijn probleem juridisch van aard is, wordt doorverwezen naar de Actiegids, hoofdstuk Juridische acties. Daar lees je wat er in een beroepschrift moet staan en of het misschien handiger is meteen naar de voorzieningenrechter te stappen. Van buiten lijkt de ActieAssistent-applicatie een sober klikdingetje, maar wie er serieus mee aan de slag gaat zal zien wat voor schat aan informatie het ontsluit. Zelfs spreekschema’s voor burgers die hun buurtgenoten willen overtuigen van de aanpak van een speeltuin. De ActieAssistent vormt zogezegd de kapstok van de site. Waar de BBC ervan uitging dat burgers wel weten hoe de democratie werkt, daar legt het IPP stap-voor-stap uit hoe je belangen kunt agenderen. Hoe je medestanders kunt vinden en hoe je in de publiciteit kunt treden.

    Zonburgemeesterwilalmelo.nl
    De website Zonburgemeesterwilalmelo.nl is in 2009 genomineerd voor de eParticipatie Award 2009, een verkiezing georganiseerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Via deze site raadpleegde de gemeenteraad haar inwoners om een profielschets voor de nieuwe burgemeester op te stellen. De meest gewenste eigenschappen: “Kan goed luisteren en is voor iedereen toegankelijk.” Na deze consultatie is de website weer opgeheven.

    Internetrechter.nl
    De website Internetrechter.nl is een initiatief van de Twentse Courant Tubantia. Deze website legt een actuele rechtszaak voor aan belangstellenden. Zij kunnen zich verdiepen in de materie en een opvatting geven vóór het vonnis van de rechtbank. Wie het dichtst bij dat uiteindelijke vonnis komt, krijgt een cadeaubon. Dat spelelement zorgde voor kritiek van het Openbaar Ministerie, die niet mee wilde werken aan het initiatief. Op Radio1 gaf redacteur Frank Timmers aan dat die prijsvraag juist een belangrijk spelelement is. Mensen moeten niet zomaar wat roepen, maar moeite doen om te voorspellen wat het vonnis van de rechter zal zijn. Het gaat dus niet om hun mening, maar om het toepassen van het recht. En belangrijker: verdiepen in het dossier én dus de omstandigheden waarin de verdachte tot zijn daad kwam.

    Hoe dan ook: deze site toont in ieder geval aan dat het mogelijk is burgers aan te sporen een kwestie inhoudelijk te behandelen. Daarbij brengt het de dilemma’s waar een ambtenaar, in dit geval een rechter, voor staat dichter bij de burger.

    ProRepbulica.org
    De Amerikaanse website ProRepbulica.org heeft bijna alle contracten, subsidies en leningen van het stimuleringsprogramma ter bestrijding van de economische crisis in kaart gebracht. Het is een particulier initiatief van journalisten. Per staat of county kunnen burgers nu de projecten inzien en de gelden die daarmee gemoeid zijn. Additionele informatie bestaat uit het gemiddelde inkomen per huishouden, een armoede- en werkloosheidscijfer. De website noemt de applicatie The Recovery Tracker. ProRepbulica.org had ook een overheidsinitiatief kunnen zijn. Dat zou de overheid in ieder geval meer credits opleveren, want nu laadt ze de verdenking op zich dat ze dit soort informatie doorgaans verborgen wil houden.

    Stimuluswatch.org
    Een andere economische crisissite is Stimuluswatch.org. Daar winden burgers zich op over de bouw van parkeergarages terwijl de huidige nog leegstaan en het herstel van wegen die niet kapot zijn. Het argument ‘als het maar banen oplevert’ wordt dus niet door iedereen gedeeld. De centrale vraag die aan de burgers wordt gesteld, luidt: “Is this project critical?” Ook dit is een particulier initiatief waar de overheid kritisch benaderd wordt. Een voorbeeld. 77 procent van de 88 respondenten vindt het herstel van een aantal wegen en straten in Lewiston, Maine niet nodig. “Vijfentwintig banen voor $8.375.700,- is meer dan $300.000,- per baan”, rekent Cindy uit. Ze neemt aan dat er dan wel heel veel aan de strijkstok blijft hangen. “Wat is de winst voor het bouwbedrijf?” Ook de aanleg van twee hondenparken, ter waarde van 50.000 dollar, kan op kritiek rekenen. Burger Mardy Sitzer is een van de weinigen die het project verdedigt. Volgens haar is het een investering in de gemeenschap. “Ik hoop dat je niet stemt”, werpt een ander tegen. “Laat de hond maar in het bos uit.”

    Farmsubsidy.org
    De Britse non-profit organisatie EU Transparency heeft online databases gemaakt waar burgers kunnen grasduinen in gegevens over subsidies ter waarde van tientallen miljarden euro’s. Op weblogs wordt verslag gedaan van de bevindingen. Op Farmsubsidy.org, het grootste project van EU Transparency, kun je zoeken op plaatsnaam, bedrijfsnaam of een combinatie van beiden. Naast duizenden boerderijen, staan ook de grote concerns erin. Shell Nederland Chemie BV, bijvoorbeeld. Het petrochemisch bedrijf toucheert miljoenen uit regelingen met namen als ‘Suiker’, ‘Akkerbouwgewassen’, ‘Marktmaatregelen voor granen’ en ‘Aardappelzetmeel’. Interessanter wordt het als je de bedrijven van politici als zoekopdracht opgeeft. Dat heeft al tot gedoe geleid. Annamarie Cumiskey, journalist en lid van het EU Transparency-netwerk, ontdekte vorig jaar dat drie Britse parlementsleden met een boerenbedrijf in de afgelopen twee jaar voor meer dan een half miljoen pond aan landbouwsubsidies hebben ontvangen. Dat terwijl deze politici zich publiekelijk, als eurosceptici, altijd verzet hebben tegen dit soort subsidies. Internet maakt overheidsinformatie dus makkelijker doorzoekbaar voor buitenstaanders. Dat leidt tot betere controle, maar dus ook sneller tot schandalen. De overheid kan dit soort initiatieven moeilijk tegenhouden als de informatie bij wet openbaar is.

    Schuiltereenraadslidinmij.nl
    De online test Schuiltereenraadslidinmij.nl is ontwikkeld door het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP). Burgers die zich verkiesbaar willen stellen kunnen hier hun geschiktheid toetsen. De vragen op Schuiltereenraadslidinmij.nl gaan over spreken in het openbaar, hoeveel vrije tijd je hebt, of je gemakkelijk onbekenden aanspreekt en hoe actief je nu al bent naast je werk. Maar ook inhoudelijke vragen, bijvoorbeeld waar u graag over wilt meepraten- en beslissen. Wat houdt het eigenlijk in, dat raadslidmaatschap? Wie graag met de uitvoering bezig is, zal van een koude kermis thuiskomen, waarschuwt het IPP. “U bent wellicht betrokken bij uw stad of dorp. Dat is mooi. Maar u zult als raadslid niet direct bij de uitvoering betrokken zijn. Wellicht kunt u op een andere manier actief worden in uw gemeente?” In 2006 hield Intermediair een enquête onder gemeenteambtenaren. Ruim veertig procent van de respondenten gaf de raadsleden een vijf of lager. De site voorziet dus zeker in een behoefte. Ook voor partijleiders die mensen scouten voor op de kandidatenlijst.

    Twitter.com/sf311 (Amerikaanse Postbus 51 op Twitter)
    Tientallen gemeenten, vrijwel alle ministeries en minstens twintig politiekorpsen zitten op Twitter. Waar deze Nederlandse overheden zich beperken tot links naar persberichten, daar is het microblog in de Verenigde Staten reeds uitgegroeid tot een officieel overheidsloket. Bij het telefoonnummer 311 kunnen Amerikanen met alle vragen over de overheid terecht. Groenvoorzieningen, het verwijderen van graffiti, kapot straatmeubilair. In veel steden zijn nu ook Twitter-portalen opgericht rondom dit nummer. San Francisco heeft het account SF311. Inwoner Ron Vinson twittert dat er een glazen plaat van een vrachtwagen is gevallen op het kruispunt Van Ness/Hayes. “Wij streven er naar het probleem te verhelpen binnen 12 tot 24 uur. Je servicenummer is 486783. Dank je wel, RJ”, luidt het antwoord van de ambtenaar. Een ander, Alison Potvin, wil weten of de afhandeling van haar melding vordert. “Tweet ons je servicenummer en we gaan de status voor je na”, antwoordt de dienst. De Twitter-ambtenaar blijkt een manusje van alles te zijn. “Zijn er speciale regels voor het weggooien van slagroomspuitbussen”, vraagt Matty Mat. “Die bussen kunnen gerecycled worden”, legt de ambtenaar uit. Hij verwijst naar een handige applicatie op de site van de milieudienst, waar je via een menuutje uit kunt zoeken hoe je afval moet behandelen en waar je het heen kunt brengen. Ondertussen meldt 311-Twitter nog activiteiten in de stad, zoals een sportevenement. Opvallend is dat SF311 zich heeft geabonneerd op alle accounts van burgers die de dienst volgen. In Nederland zijn de overheidsdiensten nog niet zo interactief. Het blijft doorgaans beperkt tot het linken naar persberichten.

    Verbeterdebuurt.nl
    Vergeet de strooiwagen bij ijzel altijd uw straat? Bent u de hangjongeren in uw portiek spuugzat? Bel, schrijf of e-mail dan niet meer de gemeente, maar meld uw klacht op Verbeterdebuurt.nl. Ook ideeën zijn welkom, bijvoorbeeld voor een bankje verderop.

    De website is niet ontwikkeld door de overheid, maar door drie gewone burgers: Stijn van Balen (28), Rutger Docter (29) en Carl Lens (27). Zij hebben een bedrijf dat CreativeCrowds heet en hebben de site ondergebracht in een stichting.

    Laten we eerst eens een kijkje nemen op de Google Map van de site. Op het buurtpleintje aan de Soembawastraat in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg heeft bewoner Mellouki Cadat last van “dronken mannen”. De dronkaards maken lawaai en gedragen zich vijandig. “Buurtbewoners en passanten voelen zich onveilig”, aldus Cadat. Gebiedscoördinator Lied Nolet van het stadsdeel reageerde op de klacht, die voor iedereen zichtbaar is op de site. “Ik word graag uitgenodigd door de bewonerscommissie om te kijken welke mogelijkheden we samen hebben om de overlast door alcoholisten aan te pakken.”

    Op 3 december won het drietal de eParticipatie Award 2009, een prijs die in het leven is geroepen door Burgerlink, een projectteam van voormalig staatssecretaris Ank Bijleveld (CDA, Binnenlandse Zaken) dat de sociale cohesie en betrokkenheid bij publieke aangelegenheden moet stimuleren. “Met ondersteuning van het ministerie groeien we door”, zegt Carl Lens. “Ons businessmodel is gebaseerd op de bijdragen van gemeenten die aanvullende diensten van Verbeterdebuurt.nl willen, zoals het inbedden van de applicatie op de eigen website. De basisdienstverlening zal echter altijd gratis blijven.”

    Volgdeverkiezingen.nl
    Beleidscommunicatiebureau Politiek Online lanceerde in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen de website Volgdeverkiezingen.nl. Daarop ontsloot het bureau alle blogs en Twitter-accounts, per partij en per stad. In een oogopslag kon je zien waarover politici met elkaar communiceren. Politiek Online onderscheidt vier stadia van de politieke twitteraar. Het eerste stadium is het aanmaken van een account. Het tweede stadium is het regelmatig plaatsen van berichten, waarna het derde stadium inhoudt dat je ook reageert op vragen die aan je gesteld zijn. In de vierde stap wordt ook gereageerd op berichten van anderen. In een persbericht merkte managing partner Jonneke Stans op dat veel lokale politici blijven steken bij stap twee. “Terwijl je pas bij stap drie en vier echt succesvol gebruik maakt van een medium als Twitter.”

    Facebook en rampvoorlichting
    Op 15 februari om 8.58 uur – 13 minuten na de fatale botsing tussen twee passagierstreinen ter hoogte van het dorp Buizingen (Halle, België) – werd er een ‘groep’ op sociale netwerksite Facebook geopend. In 24 uur sloten bijna vijftigduizend mensen zich daarbij aan. Alle nieuwtjes werden daar gepost. Wie als slachtoffer, naaste of anderszins betrokkene meer wilde weten over voorzieningen rondom de treinramp in Halle kon zich dus beter tot Facebook wenden dan Belgische overheidssites bezoeken.

    Op Halle.be stonden slechts twee korte berichtjes. Het eerste gaf het nummer over inlichtingen voor familieleden en het tweede meldde dat vanaf donderdag op twaalf stations een rouwregister getekend kan worden. Een hogere overheidslaag, de provincie Vlaams-Brabant, verschafte via haar website informatie over het aantal geborgen lichamen en geregistreerde gewonden. En Yves Leterme, de premier van België, plaatste een online rouwbetuiging.

    Een website als Crisis.nl, het Nederlandse portaal waar informatie van gemeenten en veiligheidsregio’s bij een noodsituatie centraal ontsloten wordt, kent België niet. Een gelijkende website – crisis.be – bestaat wel maar is op 29 april voor het laatst geüpdate met informatie over de Mexicaanse griep. Het is overigens niet duidelijk of dat wel een officiële overheidssite is. Dan de Belgische Monarchie. In tijden van ramp en rouw hét instituut om bindende boodschappen uit te zenden. Maar nee, monarchie.be was muisstil. Daags na de ramp was het laatste bericht er een van 26 januari, waarin de slachtoffers van de aardbeving in Haïti worden herdacht.

    Dit voorbeeld laat zien dat burgers sneller informatie verspreiden dan voorlichters ingelicht kunnen worden. Op Facebook regende het telefoonnummers voor bloeddonoren, traumahulp en geldschenkingen. Bovenal diende het als plek om met elkaar mee te leven. Misschien hadden de politiek bestuurders er beter aan gedaan hun voorlichting te verplaatsen naar Facebook. Dan hadden ze ook kunnen reageren op berichten die niet kloppen.

    Vragen van Trendbureau Overijssel
    Zullen discussies op internet inhoudelijk verdiepend en vanuit voldoende diverse gezichtshoeken opgezet kunnen worden? Hoe is dat georganiseerd? Zijn er al voorbeelden die die kant op gaan?

    Bovenstaande voorbeelden maken duidelijk dat inhoudelijke discussies niet zomaar op gang komen. Het zijn doordachte projecten met een duidelijk doel en een professionele, deskundige redactie.

    Petities.nl verdient wat dat betreft aanbeveling: het adviseert initiatiefnemers, spoort hen aan om via sociale media als Twitter en Hyves, campagne te voeren en zorgt dat de overheid zich committeert aan hun diensten door om een contactpersoon te vragen. Verbeterdebuurt.nl zit op het zelfde spoor: de ingediende klachten komen bij de gemeenten binnen als voldoende burgers zich achter de melding hebben geschaard. Handvestburgerschap.nl is ook een goed voorbeeld. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft deskundige moderatoren op de discussies gezet en heeft er werk van gemaakt om verslag te doen van de uitkomsten van het debat. Dat komt de legitimiteit ten goede: burgers krijgen zo het gevoel dat het er echt toe doet wat ze zeggen.

    Laat de overheid een site na lancering links liggen, dan gaat de discussie alle kanten op en daalt de kwaliteit. Het organiseren van inhoudelijke discussies is dus een zeer bewerkelijke taak. Het is mensenwerk waar een aantal ambtenaren voltijds mee bezig moeten kunnen zijn. Interessant aan bovenstaande voorbeelden is dat het vaak gaat om particuliere initiatieven, die vroeg of laat door de overheid geadopteerd worden of een factor van belang worden in hun besluitvorming. Petities.nl en Verbeterdebuurt.nl zijn nu in wezen overheidsloketten geworden. En Denationaledialoog.nl is een verlengde geworden van ambtenarenwerkgroepen.

    Op het moment dat internetdiscussies gewicht krijgen, zal je er voor moeten zorgen dat het geen gemanipuleerde discussies zijn (door bijv. bedrijven, of belangengroepen). Zijn daar al ervaringen mee?

    Ik denk dat je er vanuit moet gaan dat discussies altijd gemanipuleerd worden. Mensen die zich interesseren voor een bepaalde kwestie hebben doorgaans een belang. Dat kan ideologisch, maar ook commercieel zijn. Juist daarom moeten de uitkomsten van een debat beschouwd worden als een advies. Wees daarom voorzichtig om als politiek bestuurder te zeggen dat je gaat uitvoeren wat mensen besluiten op een website. Rita Verdonk kwam daardoor al eens in de problemen. Op de partijsite van Trots op Nederland organiseerde ze een Wikipedia-achtig forum, waarop iedereen kon meeschrijven aan de politieke visie. “Ik luister naar het volk. De meerderheid beslist”, zei ze. Het gevolg was dat mensen die niet met haar partij sympathiseerden hun eigen ideeën op het forum gingen posten. En dat was natuurlijk niet de bedoeling, want dan zou het zomaar kunnen gebeuren dat Trots op Nederland plotseling een linkse partij wordt. Internetparticipatie hoeft niet te botsen met de representatieve democratie, mits het zwaartepunt – de knoop doorhakken – maar bij het laatste ligt. En dat is prima te communiceren, zoals Denationaledialoog.nl en Petities.nl laten zien.

    Wat is de betekenis van internetdiscussies in het publieke debat, vergeleken met bijvoorbeeld opiniepagina’s in de krant?

    Die betekenis is qua invloed niet heel groot. Het zijn nog altijd de vakbonden, kranten en belangenorganisaties die weten door te dringen tot de politieke arena. Maar als een overheid zelf een internetdiscussie organiseert en zich committeert (we maken er een verslag van en sturen het als advies naar wethouders, gedeputeerden of bewindvoerders), dan krijgt het wel betekenis. Daarbij voorziet het ook in een behoefte: het is een uitlaatklep voor maatschappelijk betrokken burgers. Alleen al die mogelijkheid bieden maakt je als politiek bestuurder geloofwaardiger en sympathieker.

    Zullen via internet meer (typen) mensen deelnemen aan het publieke debat dan via normale media? Of zijn de ‘afzijdigen’ ook dan nog onbereikbaar.

    Mensen die fanatiek deelnemen aan internetdiscussies zijn niet representatief voor de gehele bevolking. Als een kleine minderheid de inhoud van een discussie bepaalt moet je je al afvragen of je de uitkomsten nog serieus kunt nemen. Maar in de ‘echte’ wereld is het niet veel anders. De mensen die zich om de haverklap melden bij het gemeentebestuur vertegenwoordigen ook niet iedereen. Als je de afzijdigen echt wilt bereiken moet je zo’n discussie iets formeler opzetten. Bijvoorbeeld via DigiD-portalen, met officiële enquêtes. Dat neemt ook de anonimiteit weg, waardoor je de resultaten beter kunt wegen.

    Crowdsourcing: het idee komt op dat de bevolking inmiddels zo goed opgeleid is dat het veel betere oplossingen kan bedenken dan ambtenaren/wetenschappers. Zijn er al voorbeelden van zo’n proces in NL?

    Ja, je zou DeNationaleDialoog.nl kunnen beschouwen als een vorm van crowdsourcing. Het concept is dat burgers samen aan voorstellen sleutelen. Maar het komt nog niet goed uit de verf omdat er te weinig mensen aan meedoen. Een beter voorbeeld is Handvestburgerschap.nl: de tekst in het handvest is gebaseerd op wat burgers aangedragen hebben. Maar voorbeelden waar complexe problemen opgelost worden door een grote groep burgers ken ik niet. Uiteindelijk zijn politieke besluiten doorgaans de uitkomst van een debat, waarin iedereen zijn eigen waarheid kent.

    Enkele Kamerleden, waaronder VVD-Kamerlid Laetitia Griffith, hebben wel meldpunten opgezet. “De VVD wil weten welke gevolgen van de bezuinigingen nu reeds zichtbaar zijn bij de politiekorpsen”, schrijft Griffith op haar site www.politiebezuinigingen.nl. “Vertel ons over uw ervaringen en de signalen die u ontvangt over rampzalige maatregelen die getroffen worden om de bezuinigingen op te vangen.”

    Als Griffith op basis van de reacties een nieuw bezuinigingsplan schrijft, kun je spreken van crowdsourcing. In de politiek kun je crowdsourcing denk ik het beste beperken tot de eigen achterban van gelijkgestemden. Voor de journalistiek kan het wel waardevol zijn. Vorig jaar zette The Guardian duizenden declaraties van politici online: burgers konden daarin spitten en gaven het door als ze iets opmerkelijks vonden. In de politiek zijn de toepassingen beperkter, omdat het doorgaans niet om het beste plan gaat, maar om het plan dat past bij het partijprogram.

    Deze verkenning is geschreven in opdracht van het Trendbureau Overijssel, een onafhankelijk bureau dat toekomstverkenningen maakt voor de (politieke) besluitvorming in Overijssel.

Onderzoeken

Tekst onderzoeken

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!