Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 01
    aug
    2008

    Wanneer de baas een beest wordt

    Na hypotheekrenteaftrek is het ontslagrecht zo ongeveer het meest gevoelige thema in politiek Den Haag. Want achter dat O-woord staat het CWI, het formeel onpartijdige bestuursorgaan dat menig werkgever nachtmerries bezorgt.

    Dat ontslag niet zomaar gaat in Nederland, leren de statistieken. In totaal spenderen werkgevers zo’n 3,75 miljard euro aan ontslagzaken. Het ontslag van een gemiddelde werknemer kost de baas zo’n 16.957 euro. Een ambtenaar is het lastigste de laan uit de sturen. Dat kost gemiddeld 33.000 euro.

    Tot zover de cijfers van het Hugo Sinzheimer Instituut (UvA). Cijfers waarachter een wereld van treiterijen, ruzies, manipulaties, beschuldigingen en gekwetste zielen schuil gaat. Het ontslagcircus, zoals Henk Vlaming – hoofdredacteur van het blad Personeelsbeleid – het noemt, is een spektakel dat je beter niet in je eentje kunt aangaan. Dat geldt zowel voor de werkgever als de werknemer.

    Werkgevers, zo weet Vlaming, vergissen zich namelijk regelmatig al bij de eerste stap: het aantonen dat er een grond voor ontslag is. ‘Zeggen dat je geen werk meer hebt is niet voldoende’, schrijft Vlaming. ‘Voor het ontbreken van werkzaamheden zal de werkgever bewijzen moeten aanvoeren. Zijn die er niet, dan moet de werkgever met een ander argument komen, bijvoorbeeld dat de werknemer niet goed functioneert.’ Als dat ook niet lukt, dan heeft hij nog één troef over: ‘Hij kan aanvoeren dat hij niet meer door één deur kan met zijn werknemer. Maar ook een verstoorde arbeidsrelatie zal hij moeten aantonen.’

    Vlaming heeft een formule bedacht, waaruit je kunt afleiden ‘wanneer je baas een beest wordt’. Hij noemt dat de Wet van drie keer P: poen, prestatie en pesten. De P van poen lijkt een simpel verhaal. Als een bedrijf bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) kan aantonen dat er onvoldoende financiële middelen zijn om een werknemer in dienst te houden, krijgt hij een ontslagvergunning. Over dat aantonen denkt de werkgever veelal gemakkelijker dan het CWI. Deze ontslagfabriek, zoals Vlaming het zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) noemt, vraagt namelijk om orderportefeuilles en omzetgegevens. Zodoende kan blijken dat een slecht functionerende vrachtwagenchauffeur nog best aan de slag kan als orderpikker in het magazijn.

    Ook de tweede P van prestatie wordt volgens Vlaming nogal eens gezien als appeltje-eitje. Onterecht, stelt de auteur. ‘Wat slecht presteren precies inhoudt, weet eigenlijk niemand.’ Dus dat slecht presteren zal onderbouwd moeten worden met verslagen van functioneringsgesprekken.

    De troef is de derde P, de P van pesten. Alleen trappen ze daar bij het CWI niet (meer) in. ‘Verstoorde arbeidsrelaties zijn geen reden om een ontslagvergunning af te geven’, ontdekte Vlaming. Bij de rechter daarentegen geldt het ‘niet meer door één deur kunnen’ wel als ontslaggrond. ‘Werkgevers die een werknemer op straat willen zetten, hoeven dus alleen maar flink ruzie te maken om bij de rechter een arbeidsovereenkomst te laten ontbinden’, luidt Vlamings wat dubieuze advies. Het laatste uur is volgens Vlaming geslagen als de werkgever de werknemer ‘op de horens neemt’. Een schamele troost is dat het ontbinden van het arbeidscontract bij de rechter vaak gepaard gaat met een ontslagvergoeding. De zogeheten gouden handdruk.

    In het begin van zijn boek beveelt Vlaming de werkgevers aan altijd netjes de regels te volgen. ‘Die staan in de wet, in de cao en soms in het personeelshandboek. Zij schrijven voor wat er wordt verwacht zodra die een werknemer voordraagt voor ontslag.’

    Het Gouden Advies: licht de werknemer pas in als het dossier rond is, en confronteer hem er op vrijdagmiddag mee. Dan zit het weekend ertussen, en blijft het eerste (en hardste) gepiep in de huiselijke kring. Meelevende collega’s zijn namelijk slecht voor het gezag van de baas.

    Het kiezen van de juiste woorden is belangrijk, benadrukt Vlaming. Zeg niet tegen je werknemer dat hij ontslagen zal worden, maar zeg dat het je een goed idee lijkt als hij ‘een nieuwe uitdaging gaat zoeken’. Dat ‘afscheid nemen onvermijdelijk is’. Begrijpt de werknemer de hint niet, gooi dan het dossier op tafel. En druk hem met de neus wat harder op de feiten door te zeggen dat zijn ‘competenties niet beantwoorden aan het toekomstige profiel’.

    Maar ja, een dossier bouw je niet zomaar op. Werknemers worden vaak geloosd om persoonlijke redenen. De ‘klik’ die er niet is, en maar niet wil komen. Vlaming, zelf zes keer ontslagen, kent de trukendoos van het ontslagcircus als geen ander. Eén van die trucs is het droppen van onhaalbare opdrachten op het bordje van de werknemer. Wanneer hij faalt, biedt ‘m dan een cursus aan. Stemt hij daarmee in, dan geeft de werknemer onbedoeld toe dat hij slecht functioneert. Wat voor de rechter of het CWI weer als legitieme ontslaggrond kan doorgaan.

    Andere trucs zijn desillusioneren met ‘rotwerk’ of de werknemer buitensluiten van vergaderingen en informatiestromen. In dat laatste geval krijgt hij onvoldoende of te laat informatie om nog goede beslissingen te kunnen nemen. Dit ‘disfunctioneren’ moet natuurlijk goed geregistreerd worden in functioneringsgesprekken. Bewijs gaat boven alles.

    Ondanks al deze tips aan werkgevers, kiest Vlaming toch duidelijk de kant van de werknemer. Op de laatste pagina’s van zijn boek, geeft hij de werknemer 25 adviezen. Hier lost hij de belofte in die uitgaat van de ondertitel: ‘Alles wat je moet weten als je eruit vliegt’. Tip 20 luidt: ‘Rek je ontslag zo lang mogelijk. Dit geeft je niet alleen de tijd om uit te kijken naar ander werk, het levert ook financieel voordeel op. Hoe langer jij in dienst blijft, hoe langer je salaris blijft doorlopen.’

    En zo zijn we weer terug bij die 3,75 miljard. De meeste kosten zitten namelijk niet in gouden handdrukken of declaraties van advocaten, maar in loondoorbetaling.

    Gepubliceerd: Managementboek.nl

Managementboek.nl

Voor Main Press, de grootste verkoper van managementboeken in Nederland (beter bekend als Managementboek.nl), ben ik van augustus 2007 tot en met eind 2009 recensent geweest. Ik recenseerde vooral boeken over het openbaar bestuur, maar ook over processen in het bedrijfsleven. Dat leverde stukken op met titels als ‘Guerrillamarketing als politiek wapen’, ‘Parfum met een ziel, bier met emotie’, ‘Stille getuigen van een maatschappij op drift’, ‘De publieke ruimte is verkaveld in achtertuinen’ en ‘Communisme, kapitalisme en kannibalisme’. In totaal zo’n 43 recensies. Of eigenlijk: korte essays in de geest van wat de auteur met zijn boek wilde overbrengen. Lees op deze site de stukken en klik door om de boeken bij Managementboek.nl te bestellen.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!