Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 10
    feb
    2013

    Voorkom slachtoffers, knuffel eens een dader

    Uit de bak kom je zelden nog aan de bak. De echte straf begint als je vrijkomt. Met deze woordspelingen probeert oud-bankovervaller Rein Gerritsen mensen aan het verstand te brengen dat het Nederlandse strafsysteem ineffectief en inhumaan is. We zouden ons eigenlijk moeten afvragen waarom sommige gestraften niet recidiveren.


    Rondom de persoon Rein Gerritsen (1959) was donderdagavond een programma georganiseerd in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Hij bleek in goed gezelschap te verkeren. Acteur Peter Faber die jongeren leert ‘destructieve energie om te zetten naar creatieve energie’. Bart Molenkamp, een gepensioneerde gevangenisdirecteur die benadrukte dat tweederde van de gedetineerden psychisch in de war is. Erno Eskens, een filosoof die sympathiek sprak over het idee om criminaliteit als een ziekte te beschouwen. En Karel van Duijvenboden, manager van een justitieel samenwerkingsverband (Veiligheidshuis) dat recidivevermindering nastreeft.

    Belangrijk, die recidivevermindering. Jaarlijks keren duizenden gevangenen weer terug in de maatschappij: 34.063 in 2012. We zitten naast ze in de tram en komen ze tegen in de supermarkt. Onwetend van hun verleden, behalve als ze solliciteren en een Verklaring Omtrent Gedrag moeten overleggen.

    Gedetineerden zijn allemaal zielig

    Wie weleens slachtoffer is geweest van een overval, een verkrachting of een inbraak, zou zich geërgerd kunnen hebben aan de insteek van het programma. Hoe sympathiek Gerritsen ook overkwam, hij blijft de man die ooit met een pistool zwaaide in een bankfiliaal. Het wringt als je zo’n kerel kritiek hoort spuien op het gevangeniswezen of op de burgers die hem niet als werknemer, klant of vriend willen hebben. Wie denkt Gerritsen wel dat hij is om daarover te jammeren?

    In Door schade en schande, een uitzending van VPRO’s Tegenlicht, splitst Gerritsen zijn leven op in drie delen: de onschuldige jeugd, de criminele volwassene en de gebrandmerkte ex-gedetineerde. “Blij dat ik je nu tegenkom en niet vijfentwintig jaar geleden”, zegt de interviewer. “Omdat je toen toch echt een ander mens was.” Dat beaamt Gerritsen. “Maar daarvoor was ik ook een ander mens. Toen, zo zou je kunnen zeggen, leek ik meer op jou.” Een belangrijke dialoog die samenvalt met zijn boodschap: het stigma van een strafblad staat echt resocialiseren in de weg. Zolang de maatschappij gestraften als melaatsen blijft beschouwen, heeft iedere gestrafte levenslang. De enige plek waar ex-gedetineerden nog warm ontvangen worden is doorgaans het milieu dat ze eerder de criminaliteit indreef.

    In dat milieu belandde Rein Gerritsen dertig jaar geleden, na een auto-ongeluk waarbij hij zijn moeder en halfbroer verloor. Zelf lag hij negen maanden in coma. Een verkeerde afbouw van pijnstillers heeft hem volgens artsen psychotisch gemaakt. In die toestand pleegde hij het ene delict na het andere, met als klap op de vuurpijl een bankoverval. De diagnose zal hem later een vrijgeleide opleveren. Na 2,5 jaar (de straf was 6 jaar onvoorwaardelijk) geeft de koningin hem gratie. Een uiterst zeldzame handeling.

    Gedetineerden zijn eigenlijk allemaal zielig, zegt oud-gevangenisdirecteur Molenkamp. Dat criminele bestaan leiden ze niet voor de lol, wil hij er maar mee zeggen. Van goedpraten moet hij echter niets hebben. In het autobiografische boek 13 Ongelukken (Lemniscaat, 2012) gaat Gerritsen echter wel in tegen het ‘eigen schuld, dikke bult’-principe. “Steelt iemand omdat hij niet van plan is zichzelf of zijn gezin te laten verrekken?”, vraagt hij zich af. “In dat geval vind ik dat niet de slimste oplossing, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen in het huidige politieke klimaat.” Empathisch gedacht, maar al lezende zou je hem soms willen toeschreeuwen dat stelen en slaan nooit een optie is. Dat je dan maar je gezin moet laten verrekken.

    Hoed je voor mensen die willen straffen

    Gerritsen is inmiddels een gestudeerd man. Een filosoof, vertaler en schrijver van meerdere boeken. Forensische filosofie, daar gaat hij de boer mee op. Heel wat anders dan de baantjes die hij eerder had. Asbestsaneerder, portier, betonvlechter. Met zijn strafblad zat een baan op niveau er niet in. Ook promoveren niet, want voor het verplichte doceren heb je een Verklaring Omtrent Gedrag nodig. Gerritsens werk valt nu samen met zijn ideologische strijd tegen het repressieve strafsysteem. Fel keert hij zich tegen ‘leedtoevoegingen’, zoals isoleercellen, veiligheidsbedden (vastbinden) en andere disciplinaire maatregelen. De straf is vrijheidsontneming, stelt hij: niets meer en niets minder. “Je moet o zo voorzichtig zijn met mensen die willen straffen”, citeert hij Goethe.

    Als het aan Gerritsen lag, had hij liever een therapeutische straf van 8 jaar dan een kale straf van 2,5 jaar gehad. Ook de begeleiding na detentie miste hij. Gerritsen schrijft en spreekt over criminaliteit alsof het een aandoening is. Een chronische, want je komt er moeilijk vanaf: zelfs als je geen crimineel gedrag meer vertoont, beschouwt de burgermaatschappij je als crimineel. Op papier is er op het gebied van resocialisering veel geregeld, maar in de praktijk stelt het volgens Gerritsen weinig voor. Wie net uit de bajes komt, krijgt niet zomaar een verzekering, sociale huurwoning, uitkering of andere benodigdheden om het hoofd boven water te houden. Deel van het probleem ligt ook buiten de macht van de staat: burgers hanteren de ongeschreven regel dat ex-gedetineerden geen tweede kans krijgen.

    Oog hebben voor daders gaat tegen de tijdgeest in. Van de premier mogen we inbrekers proportioneel de trap af slaan en in rechtszalen krijgen slachtoffers steeds meer inspraak. Op zielige verhalen van verdachten zitten weinig mensen nog te wachten. We zijn klaar met dat daderknuffelen. En geef de communis opinio maar eens ongelijk. Gerritsen toont tenslotte wel erg weinig berouw. Waar is zijn vrije wil? Was het echt nodig dat hij tot zijn veertigste recidiveerde? Los daarvan is hij het levende bewijs van de zwakke plekken in ons strafsysteem. Driekwart van de gedetineerden valt in herhaling. Gevangenissen blijken eens te meer scholen voor criminaliteit. Preventie? Afschrikking? Dat valt te bezien. Misschien helpt het als we criminelen na opsluiting niet meer buitensluiten. Om slachtoffers te voorkomen, moeten we daders misschien wat meer de hand reiken. Knuffelen, desnoods.

    ===========
    Naschrift: Rein Gerritsen stuurde vandaag onderstaande e-mail. Hij ging akkoord met mijn voorstel zijn reactie met lezers te delen.

    From: Rein Gerritsen
    Date: 2013/2/11
    Subject: Artikel ‘Voorkom slachtoffers ….’
    To: dejongsteven@gmail.com

    Beste Steven,

    Allereerst dank voor je poging om een moeilijk onderwerp als ‘straffen en vergelden’ enigszins voor een breder publiek inzichtelijk te maken, feitelijk weer te geven en zelfs de daders of –ex daders met enige welwillendheid te benaderen. Van een NRC-columnist had ik eerlijk gezegd ook niet anders verwacht. Jammer genoeg sla je, als het over mijn verleden gaat, de plank behoorlijk en storend mis. Enkele voorbeelden:

    (1) Ik kan me niet herinneren ooit zwaaiend met een pistool in een bank te hebben gestaan.  — Ik was als chauffeur bij een bankoverval betrokken.

    (2) ‘Toont weinig berouw’?? Heb je Knock-out gelezen, het hoofdstuk over de caissière?

    (3) Een gratie, wat hoogst zelden voorkomt, is niet het gevolg van een bepaalde diagnose. Het wordt gegeven wanneer er een rechtsfeit op tafel komt op moment x, dat ten tijde van de zitting op moment y nog niet bekend was

    (4) Waar stel ik kleine vermogensdelicten gelijk aan (zware) geweldsdelicten? ‘Stelen en slaan is nooit een optie,’ zeg je. Wie zegt dat dat wel is? Ik vind het begrijpelijk, als het gaat om wanhopige moeders als ze een ontbijtje stelen, maar dan nog keur ik het niet goed. (Zelfs een bisschop Muskens dacht daar al behoorlijk genuanceerd over.) Waarom denk je dat ik mensen een tientje in de handen druk om te voorkomen dat ze winkeldiefstal plegen?

    (5) Ik heb ooit gezegd dat ik ‘liever acht jaar onvoorwaardelijk’ zou hebben gehad, dan wat nu het geval is. Waar komt die notie ‘therapeutische straf’ vandaan?

    (6) ‘Wie denkt Gerritsen wel dat hij is om daarover te jammeren?’ Excuus maar ik jammer niet. Ik geef gewoon de feiten weer.

    Waar het mij om gaat, is duidelijk te maken dat het leven in de gevangenissen, net zo goed als het leven daarbuiten, beheerst wordt door de macht van ongeschreven regels die tot willekeur leiden. Twee concrete voorbeelden uit een arsenaal van duizenden: gedetineerden in de PI Havenstraat kregen een dagvergoeding voor iedere dag dat zij in afgekeurde luchtplaatsen moesten doorbrengen vs gedetineerden in de PI Almere kregen, omdat zij protesteerden tegen een verblijf in de afgekeurde luchtplaatsen van de iso’s, vijf extra dagen isolatie opgelegd. Of deze: er vinden per jaar zo’n 2500 geweldsincidenten in gevangenissen plaats en een kwart van het personeel heeft ooit wel een akkefietje met zijn collega’s gehad. Hoe komt dat? Een tekort aan vitamine D bij gedetineerden, zegt een Engels onderzoek, als resultaat van te weinig blootstelling aan daglicht.

    Als je over gevangenissen wilt praten, moet je eerst duidelijk zien te krijgen wat daar aan de hand is. Iemand als een Bart Molenkamp weet zeer goed waar hij over praat.

    Ik had je niet zo uitvoerig geantwoord als ik niet zou denken dat juist verslaggevers als jij hier over het vermogen zouden beschikken om het verschil uit te maken in de doorgaans absurde mediaberichtgeving over gevangenissen en gedetineerden. Maar zo-even kreeg ik al bericht dat mijn komst naar PI Ter Apel op losse schroeven komt te staan vanwege het beeld dat van mij ontstaan is door jouw artikel. Klopt dat beeld, Steven?

    Met vriendelijke groet,
    Rein Gerritsen

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!