Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 12
    okt
    2012

    Multiculti, olé, olé, olé. Smeer tolerantiezalf op je bolle ogen

    Tien jaar integratiedebat heeft maatschappelijke tegenstellingen niet verkleind, maar uitvergroot. Misschien dat de SIRE-campagne Tolerantie, daar knapt iedereen van op ons dat wil inwrijven. De reclamemakers brengen tolerantie nu als medicijn aan de man. Niks ‘ja-maar’, slikken die handel.


    Het bijbehorende filmpje komt over als een politiek-correcte versie van Alleen maar nette mensen, de verfilming van het geruchtmakende boek van Robert Vuijsje waarin een welopgevoede jongen uit het witte Oud-Zuid ‘op safari’ gaat in ‘de jungle’ van de zwarte Bijlmer.

    SIRE stuurt de hoofdpersoon niet op safari, maar op een blije excursie: “Dankzij tolerantie ontmoet je nieuwe mensen, zodat je nog eens wat anders eet, nieuwe rituelen ontdekt, een leuke hobby vindt en onverwachte ervaringen hebt. Door het gebruik van tolerantie kom je in aanraking met al het moois dat ons land te bieden heeft.”

    Liefdevol wordt hiermee het PVV-geluid gesmoord. Een drukverband om de populistische mond van Geert Wilders. Een band om de maag in zijn onderbuik. Met geen woord rept SIRE over de gangstercultuur van Antillianen, vrouwonvriendelijk gedrag van Marokkanen, haatpredikers in moskees, uitkeringstrekkers die het vertikken de taal te leren, ouders die de opvoeding overlaten aan de straat, geboren Nederlanders die hun wijk kwijtgeraakt zijn aan hoofddoekjes, koffiehuizen en belwinkels. Dat zijn tenslotte maar ergernissen, gevoelens die tolerantiezalf kan wegnemen. Smeer het op je ogen en het straatbeeld verandert plotsklaps in een oase van frivole multiculturaliteit.

    Je kunt het SIRE nauwelijks kwalijk nemen. We hebben hier tenslotte te maken met reclamemakers. Vaklui die de mensen niet overtuigen met argumenten, maar met pakkende beelden en slagzinnen. Misschien ook mensen die moe zijn van al dat geouwehoer en daarom voor een karikatuur van linkse politiek kiezen. Een linkse politiek die onmachtig bleek in het bestrijden van de PVV. Hoe feller Wilders werd bekritiseerd, hoe meer zetels hij kreeg. De recente verkiezingsnederlaag is enkel te danken aan Wilders’ onvermogen om van de PVV een serieuze en betrouwbare partij te maken.

    Tolerantie is slecht instrument, want niet menseigen

    SIRE belooft iedereen die het “product Tolerantie” aanschaft “welvaart en geluk”. Dat vraagt om een wetenschappelijk experiment. We zouden een stadswijk of dorp-met-asielzoekerscentrum hermetisch kunnen afsluiten. Aldaar verplicht iedereen zich dan tot tolerantie. In actieve zin, welteverstaan: dus complimentjes maken over modieuze hoofddoeken, moskees  bezoeken, Arabisch leren, straatslenterende allochtonen begroeten met ‘the box’, een migrantengezin uitnodigen boerenkool te eten. Vooral mengen dus, de deur bij elkaar platlopen: geen sloten erop, maar een welkomstbordje. In een lab-omgeving is zo’n utopie ongetwijfeld te realiseren.

    In het echt blijft het een utopie. Ou topos: geen plaats, zoals het Grieks leert. Een onmogelijkheid, tenzij we als robotten ineens de knop omzetten. Maar we zijn geen robotten. De vraag is dus of de sociale activering van SIRE enig effect heeft op collectieve schaal. De meer en meer onderschreven opvatting dat de multiculturele samenleving mislukt is, vindt namelijk haar oorsprong in de bedreiging van ieders identiteit. Die van de autochtonen, maar ook die van de inburgeringsplichtige allochtonen. Hoe hoog het innerlijke gehalte aan wensdenken ook is, de verandering zal van buitenaf moeten komen. Als een Nederlandse wijk de identiteit van een geboren Nederlander niet meer weerspiegelt zal hij blijven mokken. Een goudvis voelt zich ook niet thuis in een tropisch aquarium. Vervreemding is niet voor niets een veel gebezigd woord in het integratiedebat.

    Willen we echt een gelukkige samenleving dan moeten we dus aan die identiteit gaan sleutelen. Of beter gezegd: een collectieve identiteit opnieuw vormgeven. Dat klinkt nogal vaag, maar de Vlaamse hoogleraar klinische psychologie Paul Verhaeghe heeft daar vorige maand een allesomvattend doch verhelderend boek over geschreven. In Identiteit (De Bezige Bij) ontleedt hij de mens tot op zijn neurologisch systeem. We zijn weliswaar ons brein, beaamt hij, maar dankzij onze neuroplastische hersenen (spiegelneuronen) ontlenen we een groot deel van onze identiteit aan onze omgeving. Eerst kopiëren we het gedrag van onze ouders, daarna dat van andere betrokkenen en dan de cultuur van een land. Allen zijn ze belangrijk voor onze zelfrealisatie. Schort het aan één van die externe identiteitsgevers, die overigens met elkaar verweven zijn, dan slaat dat terug op onszelf. We leren de ‘ik’ kennen aan de hand van ‘de ander’.

    Multiculturele samenleving is onvoltooide samenleving

    Bij geboorte is onze identiteit een tabula rasa, een onbeschreven blad. Baby’s reageren weliswaar verschillend op prikkels vanuit de omgeving, maar de plek waar de wieg staat bepaalt in grote mate waar iemand zich later thuis voelt. Blowend met matties in een portiek of brallend aan de toog van een studentenkorps: het lijkt een vrije keuze, maar is het doorgaans niet. Daarom sloeg Vuijsjes boek ook in als een bom: de hoofdpersoon deed precies wat de linkse kerk en nu SIRE propageren, maar stuitte in zijn bezoeken aan andere culturen op onoverbrugbare verschillen. De kritiek dat zijn boek racistisch zou zijn, sloeg Vuijsje terecht in de wind: hij beschrijft gedragingen en rituelen, eigenschappen die niet rasgebonden zijn maar cultuurgebonden.

    Verhaeghe schrijft: “Het huidige maatschappelijke debat over normen en waarden is dus niets anders dan een debat over identiteit. Elke identiteit gaat terug op een samenhangende ideologie, een term die ik hier zeer ruim opvat als een geheel van opvattingen over menselijke verhoudingen en de manier waarop men die het best kan regelen. Een ideologie komt historisch vaak tot ontwikkeling als reactie tegen een andere ideologie, zodat er een wij-versus-zij-verhaal ontstaat, elk met eigen normen en waarden die dan de identiteit bepalen van een ‘echte’ socialist, een ‘typische’ katholiek.”

    Daar ligt wellicht de oorzaak van het ‘mislukken’ van de multiculturele samenleving. Bij gebrek aan een overkoepelend narratief trekken mensen zich terug in de cultuur waar ze vandaan komen. Op grotere schaal ontstaan er dan enkel wij-versus-zij-verhalen. Culturen die een eigen normen- en waardenpakket koesteren en sterker worden naarmate ze zich meer afzetten tegen andere culturen. Denk aan de typische Marokkaan met bontkraagje en geschoren slapen. Of autochtone universiteitsstudenten met zware brilmonturen. Hoe sterker de uiterlijke kenmerken binnen culturen, hoe afweziger de overkoepelende cultuur. Een multiculturele samenleving is daarom niet nastrevenswaardig. Het is een onvoltooide samenleving, zonder verhaal waar eenieder zich in kan herkennen.

    Verscheidenheid mag er zijn, maar moet je niet bezingen

    Deze wetenschap betekent niet dat we ons moeten neerleggen bij een gesegregeerde samenleving. Het multiculturele Lombok in Utrecht, in het bijzonder de Kanaalstraat, heeft bijvoorbeeld een heel andere uitstraling dan het multiculturele Delfshaven in Rotterdam. In de eerste wijk is er echt sprake van een buurtidentiteit, één die de afkomstidentiteit deels overschrijft. In de tweede wijk leven culturen langs elkaar heen. Marokkanen, Surinamers, autochtonen en Antillianen kleuren de wijk niet samen in, maar bewandelen hun eigen paden – uitzonderingen daargelaten.

    Zo bezien is tolerantie niet het tovermiddel voor een geslaagde samenleving. Tolerantie gaat uit van gedragsverandering en negeert de intrinsieke behoefte aan identiteit. Volgen we de theorie van Verhaeghe dan moeten we beginnen bij ieders tabula rasa. De aloude Nederlandse identiteit voldoet niet meer, er moet iets nieuws komen, iets nieuws groeien.

    Voor dat ‘nieuwe’ bestaan gaan blauwdrukken, maar wel voorbeelden zoals Lombok. Of festivals waar iedere cultuur zich thuis voelt. De SIRE-campagne is goedbedoeld, maar raakt de verkeerde snaar, trapt mogelijk zelfs veel autochtonen op de tenen. De tolerantiedrift die de acteur in het campagnefilmpje aan de dag legt voelt als vingerwijzing uit een oud-links verleden. We kunnen van mensen niet verwachten dat ze in een gekleurde polonaise ‘multiculti, olé, olé, olé’ zingen. In een geslaagd multicultureel samenzijn wordt niet de verscheidenheid bezongen, maar de éénheid, de gemeenschappelijke identiteit. En daar ontbreekt het vooralsnog aan.

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!