Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 13
    jan
    2008

    Met het naleven van regels pronk je toch niet?

    De afgelopen maand heb ik mijn best gedaan om de maximum snelheid niet te overschrijden, niet te sjoemelen met de omzetbelasting en lege flessen te scheiden van ander huishoudelijk afval.

    Daarin ben ik geslaagd, maar ik had het beter voor me kunnen houden. Want vanaf nu rust op mij de verdenking dat ik het normaal gesproken niet zo nauw neem met de regels.

    Zo denken de meeste ondernemers: in een cultuur waar het vanzelfsprekend wordt geacht te voldoen aan wet- en regelgeving, pronk je niet met de naleving ervan. Sterker, handhavers – en in een grimmiger stadium rechercheurs, officieren van justitie en rechters – zijn in de regel helemaal niet geïnteresseerd in burgers en bedrijven die ‘het goed doen’.

    Wel krijg ik de volle aandacht als ik morgen met 160 km/h van de weg wordt gehaald, de belastinginspecteur geen bonnetjes van als kostenpost opgevoerde laptops kan overhandigen en de milieupolitie lege flessen aantreft tussen post waar mijn adres op staat. Ter verdediging zou ik kunnen aantonen dat mijn overtredingen slechts een bevlieging van burgerlijke ongehoorzaamheid waren in mijn anders zo gezagsgetrouw bestaan, maar of ik daarmee de strafmaat beïnvloedt is nog maar de vraag.

    Die vraag – heeft de overheid oog voor inspanningen van bedrijven om zich te houden aan regels? – staat centraal in het boek ‘The Science of Compliance’ van Henriette Gelinck, voormalig officier van justitie. Met compliance doelt Gelinck op naleving van regels als organisatievraagstuk. Als brug tussen het wetboek van strafrecht en de kwaliteitsmanagementsystemen van bedrijven.

    Een simpel voorbeeld: volgens het recht moet een werkplaats ‘in goede staat van onderhoud’ zijn, maar het wetboek laat na te formuleren wat de wetgever daaronder verstaat. De ondernemer, daarentegen, heeft er belang bij te weten hoe hij de activiteiten binnen zijn onderneming moet inrichten zodat de onderneming functioneert binnen de grenzen van het recht. Een verstandige ondernemer zal in samenspraak met de vergunningverlener invulling geven aan het begrip ‘goed onderhoud’: bijvoorbeeld door het opstellen van een checklist, waarmee het bedrijf zichzelf – op gezette tijden – kan inspecteren op de aanwezigheid van roestplekken, lekkage, olie op de vloer en rondslingerend gereedschap. Als tegenprestatie voor deze verankering van regels in de bedrijfsvoering zou de handhaver de registratie ervan moeten meewegen in het beoordelen van de situatie.

    Dat gebeurt te weinig, weet Gelinck. De toepassing van het recht wordt in Nederland volgens haar getypeerd door het constateren van fouten en het aanwijzen van schuldigen. Wel ziet ze een verschuiving van ‘Apply’ (eisen worden eenzijdig door de overheid opgelegd) naar ‘Reply’, een klimaat waarin eisen gecorrigeerd kunnen worden door inspraak en medezeggenschap. Maar van compliance (’Comply’), het interactieve proces waarin overheid en bedrijfsleven in samenspraak de spelregels vaststellen, is volgens haar nauwelijks sprake.

    Dat is vooral de overheid aan te rekenen, zo illustreert Gelinck met een citaat van Maslow: “Als het enige gereedschap dat je tot je beschikking hebt een hamer is, dan is de verleiding groot om alles te behandelen alsof het een spijker is.” Zo ook de schroef, die in dit geval symbool staat voor het proactieve kwaliteitsdenken van menig ondernemer. Die managementsystemen worden door handhavers nauwelijks bekeken, niet ‘in het het beleid gedraaid’; nee, de handhaver geeft de voorkeur aan het slaan met de hamer. Op de roestplekken, op de lekkage. Zonder oog te hebben voor de structurele onderhouds- en inspectieactiviteiten (lees: compliance) die roest en lekkage in de regel voorkomen en opsporen.

    ‘The Science of Compliance’ is zo beschouwd een pleidooi voor een beloningssysteem, parallel aan het strafrecht. Dat vraagt ook om een cultuurverandering in het bedrijfsleven; ondernemers die een compliance-traject ingaan zullen open moeten communiceren hoe goed ze de regels wel niet naleven. En dat is, zo begon ik mijn column, niet iets waar je mee te koop loopt. Het gaat dus niet zozeer om ‘the science’ als wel om ‘the silence’ rondom compliance: het doorbreken van de stilte. Dat is toegeven aan het feit dat iedereen die geacht wordt de wet te kennen die wet eigenlijk helemaal niet zo goed kent.

    Gepubliceerd: Managementboek.nl

Managementboek.nl

Voor Main Press, de grootste verkoper van managementboeken in Nederland (beter bekend als Managementboek.nl), ben ik van augustus 2007 tot en met eind 2009 recensent geweest. Ik recenseerde vooral boeken over het openbaar bestuur, maar ook over processen in het bedrijfsleven. Dat leverde stukken op met titels als ‘Guerrillamarketing als politiek wapen’, ‘Parfum met een ziel, bier met emotie’, ‘Stille getuigen van een maatschappij op drift’, ‘De publieke ruimte is verkaveld in achtertuinen’ en ‘Communisme, kapitalisme en kannibalisme’. In totaal zo’n 43 recensies. Of eigenlijk: korte essays in de geest van wat de auteur met zijn boek wilde overbrengen. Lees op deze site de stukken en klik door om de boeken bij Managementboek.nl te bestellen.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!