Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 06
    apr
    2009

    J. Kessels The Novel is een aanklacht tegen het kantoorleven

    Schrijvers hebben doorgaans weinig op met het kantoorleven. Maar P.F. Thomése maakt het in J. Kessels The Novel wel heel bont. Tussen de regels door wordt de hardwerkende burger genadeloos afgezeken.

    Volgens de achterflap is J. Kessels The Novel “een krankzinnig verslag van een ongeplande reis”. NRC Handelsblad duidde het in maart bij uitgeverij Contact verschenen boek van P.F. Thomése als een “snackbarromance annex speurdersroman”. Het Parool noemt het “een persiflage op een hard-boiled misdaadverhaal” en Vrij Nederland houdt het kortweg op “een road novel“. Stuk voor stuk typeringen van een boek dat in wezen eigenlijk iets heel anders is, namelijk een humoristische aanklacht tegen het kantoorleven.

    Die aanklacht zit ‘m in het beschimpen van Berend de Bray, het stereotype van een kantoorman met een leasebak. ‘Bertje’, zoals hij denigrerend wordt genoemd, is eigenaar van het onderzoeksbureau De Bray & Partners en praat alsof hij van hoogglanzend promotiemateriaal voorleest. Hij huurt de hoofdpersonages P.F. Thomése en J. Kessels (in het echte leven inderdaad de auteur en zijn beste vriend) in om een vermiste ondernemer uit Breda op te sporen. Die opdracht vormt de verhaallijn, maar de boodschap van het boek halen we uit het geroddel over Berend en de zoekgeraakte ondernemer Perry Boone.

    Doorvergaderde bedrijfseikel

    Perry, directeur van Harico Import-Expert BV, is namelijk een “doorvergaderde bedrijfseikel waar waarschijnlijk niemand mee zat dat ie weg was”. Van zulke lui heb je zo weer een nieuwe, weet Thomése. “Even de kop erop schroeven en rijden maar weer. Seriewerk.” Thomése en Kessels zijn uit ander hout gesneden. Thomése is als personage ook schrijver en Kessels is een man die overal een “kuthekel” aan heeft. Eén die typische eisen stelt aan reis en verblijf. Onderweg moet er gewoon stug doorgerookt kunnen worden en het hotel moet niet al te veel poespas hebben. “Hoe lamlendiger hoe beter.”

    Ingekakte kantinekroket

    De botsing tussen de kantoorcultuur van Berend en het zorgeloze leven van Kessels en Thomése komt het best tot uiting in het werkoverleg dat maar niet van de grond wil komen. Berends pogingen om “de te voeren strategie” te bespreken mislukken bladzijde na bladzijde. Een conference call? Met dat soort gezeik hoefde je bij J. Kessels niet aan te komen, zegt Thomése als hij door Berend wordt wakker gebeld nadat hij die nacht “door omstandigheden flink heeft doorgezopen”. Met trivialiteiten als uren schrijven, planning en research willen ze niet lastig gevallen worden. “Als er tijdens de opdracht maar voldoende kan worden gezopen. Dat is zijn punt. Daar wil hij geen gezeik over, achteraf”, zo verwoordt Thomése de secondaire arbeidsvoorwaarden van zijn vriend. “Wat dacht hij wel, dat stuk kantoormisère? Wist hij wel tegen wie hij het had, die ingekakte kantinekroket?”

    Manuscript als onderzetter

    Inderdaad, het boek is weinig lovend over wat in Haagse kringen de ‘hardwerkende burger’ wordt genoemd. Inwisselbaar kantoorfabricaat, vergadertijger, bedrijfsdrol, doorvergaderde bedrijfseikel; het idioom van Thomése is wat dat betreft onuitputtelijk. Heeft de schrijver misschien in het echt ook een afkeer van kantoorrituelen?

    “Alles klopt. Waar gebeurd”, zei Jos Kessels tegen Jeroen Vullings in Vrij Nederland. Dat is een vrijbrief om het boek van P.F. Thomése autobiografisch te behandelen. Het bewijs voor de gelijkenis tussen het personage P.F. Thomése en de schrijver P.F. Thomése vinden we in de ruzie die de auteur had met zijn voormalige uitgever Querido. Het manuscript van zijn verhalenbundel Greatest Hits (2001) had daar namelijk een jaar op de verwarming gelegen. Dienend als “onderzetter voor koffiebekertjes”, zei Thomése tegen Vrij Nederland. “Ik had die verhalen met zoveel plezier geschreven, en daar verdwenen ze in de kantoorroutine van iemand die achter zijn bureau wachtte tot de vijf weer in de klok zat. ‘We zijn er mee bezig’, hoorde ik dan.” Dat Thomése zich ook in het echte leven niet laat kisten, blijkt uit zijn uitbarsting destijds in het kantoor van Querido. Het verhaal gaat dat hij de stapels manuscripten op het bureau van redacteur Anthony Mertens, na een woordenwisseling, in één zwaai heeft weg geveegd.

    Nooduitgang tekenen

    Zo beschouwd kunnen we P.F. Thomése toevoegen aan het illustere gezelschap Kafka, Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh), J.J. Voskuil en Aart van der Leeuw. Schrijvers die hun frustraties over het kantoorleven van zich af hebben geschreven. Franz Kafka en Aart van der Leeuw als assurantiënklerk, J.J. Voskuil als bureauwetenschapper en J.H.F. Grönloh als procuratiehouder. “Voor de auteurs zelf vormde het geschrijf buiten kantooruren een noodzakelijke ontsnapping aan de dagelijkse kantoorsleur”, stelt cultuurhistoricus Remco Ensel in zijn boek Alleen tijdens kantooruren (Vantilt, 2008). Of zoals P.F. Thomése het vorige maand in De Standaard verwoordde: “Schrijven is een nooduitgang tekenen op het bordkarton van onze werkelijkheid.”

    P.F. Thomése: J. Kessels The Novel, Contact, 220 blz. € 16,95

    Discussieer mee over het boek op nrcnext.nl

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!