Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 17
    jan
    2005

    ‘In een sfeer van paniek worden moslims verdacht gemaakt’

    Een negental Islamitische studenten van de Universiteit van Amsterdam stellen in een petitie dat zij zich na de moord op Theo van Gogh verhevigd “miskend en gediscrimineerd” voelen.

    Het verzoek de moslims niet meer kwetsend te generaliseren is expliciet gericht aan de redactie van ‘De Gestopte Roker’, de opiniemakers die voorheen schreven voor Van Goghs site ‘De Gezonde Roker’.

    Ook zal de petitie aangeboden worden aan alle politieke partijen. Politiek-Digitaal nam de proef op de som en confronteerde woordvoerder Fardi Hirzalla met boude beweringen, stigmatiserende uitspraken, kwetsende vooroordelen, kromme redeneringen en gevoelige kwesties. Een vooringenomen en gekleurd vraaggesprek over Islamkritiek, incasseringsvermogen, de vrijheid van het individu binnen de islam en de spelregels van het publieke debat.

    Welke namen schuilen er achter Moslimpetitie.nl, wat zijn hun achtergronden en wat is de uwe? Hoe is dit initiatief tot stand gekomen? Doet u het vanuit maatschappelijke beweegredenen of spelen ervaringen in de private sfeer een rol?

    “Moslimpetitie.nl is een initiatief van negen bevriende studenten Arabisch, politicologie, rechten en/of filosofie aan de Universiteit van Amsterdam: Gulsen Devre (de voorzitster), Mohamed Majdoubi (de secretaris), Ahmed El Kaddouri, Cihan Ugural, Fatima El-Amarani, Hassan Outakla, Said Kasmi, Saida Oulhaj en ikzelf (de woordvoerder). Allen zijn islamitisch, Nederlandse burgers en van Turkse of Marokkaanse komaf. Ikzelf ben van Palestijnse komaf.

    Na de moord op Van Gogh heerste er in Nederland een sfeer van paniek. Moslims werden verdacht gemaakt in het discours van veel media en toonaangevende politici. Ik noem een Verdonk die kans zag eerder geuite kritiek kracht bij te zetten, terwijl linkse partijen en ‘moslimleiders’ niet aan de noodrem trokken. De verdachtmaking van moslims was uiteraard al eerder gaande – ik denk aan de islam-demonisering, -criminalisering en/of -ridiculisering door bijvoorbeeld Fortuyn, Wilders, Hirsi Ali en Van Gogh zelf – maar na de bewuste moord leken oppervlakkigheid en kortzichtigheid in het denken over moslims hoogtij te vieren. Een gebrek aan kennis over en inzicht in cultuur, religie en sociale gebeurtenissen dreigden zich als niet eerder te zullen wreken.

    Nu waren wij altijd al ontstemd over de wijze waarop velen in Nederland en daarbuiten nadachten over moslims en de islam, maar nu kwam er toch wel een extra energie in ons los. We kwamen bijeen om na te denken wat wij met deze energie kunnen doen, en zodoende ontsproot om te beginnen het idee om een petitie-website te organiseren. We wilden iets doen om ons Nederlandsschap te bewaren, en vonden dit een manier om daar een bijdrage aan te leveren (hoe miniem ook).”

    Waarom geeft u op Moslimpetitie.nl ondertekenaars niet de kans zich persoonlijk uit te spreken over de kwestie van de vrijheid van meningsuiting. Als iedere ondertekenaar voor zichzelf aangeeft waarom hij of zij de petitie steunt, staat u toch veel sterker met uw bewering dat iedere moslim – ondanks zijn geloof – een “eigen persoonlijkheid en levensstijl” heeft. Geen ‘Gegestopteroker’ die de ondertekenaars dan nog “over één kam” durft te “scheren”.

    “Dat is waar, maar er is om ‘marketing’-overwegingen tot de huidige opzet besloten. De gedachte was om de website zo eenvoudig en overzichtelijk mogelijk te houden. Die gedachte stimuleerde het totstandkomen van de huidige opzet. In de toekomst zullen wij de website waarschijnlijk toch gaan uitbreiden, omdat we er ook wel bewust van zijn dat dat voordelen kan bieden. Overigens, als ik uw vraag bekijk en meega met uw veronderstellingen, dan zeg ik dat het toch vooral triest zou zijn (en in sommige gevallen daadwerkelijk ís) dat moslims eerst moeten bewijzen dat ze divers zijn, voordat dat wordt aangenomen door – zoals u dat zegt – ‘gestopterokers’.”

    Wanneer gaat u de petitie aanbieden, hoe en aan welke personen? Wat is de teneur van de reacties tot nu toe?
    “De petitie wordt binnen enkele weken aangeboden aan waarschijnlijk alle politieke partijen. Hoe en welke dag precies kan ik nog niet zeggen; momenteel wordt daarover vergaderd.

    E-mails die wij binnenkrijgen verschillen van toon en inhoud. Ongeveer 90% van de binnengekomen e-mails is erg positief. Mensen spreken hun steun uit en vragen of ze op enigerlei wijze kunnen helpen. De rest van de binnengekomen emails is afwijzend en daarbij vaak spottend, vloekend en neerbuigend. Het heeft ons niet verbaasd ook haat-emails te ontvangen, we hadden dit verwacht. Maar – op de een of andere manier – blíjft het verbazen hoe mensen kunnen reageren.

    Ik heb het dan niet zozeer over mensen die louter van mening verschillen met ons, maar over mensen die volstrekt verkeerde empirische veronderstellingen maken en/of zeer onwaarschijnlijke logica’s propageren. Sommigen daarvan lopen ook nog eens tegen beter weten in of zonder onderzoek het karakter van moslimpetitie.nl of mijn persoon te bezoedelen.

    Degestopteroker.nl is verder een mooi voorbeeld van zwakke argumentatie. U ziet hoe zij eerst de website afkraken, dat ik hun vervolgens confronteer met wat ze schrijven door inhoudelijke vragen te stellen, en vervolgens dat de antwoorden op deze vragen van de redactie van degestopteroker.nl tekortschieten. Ik heb voorgesteld de dialoog op internet aan te gaan, maar ik heb vooralsnog geen reactie gekregen. Ik hoop dat die er alsnog komt. Hoewel ik niet altijd evenveel tijd heb om op alle vragen even uitgebreid in te gaan, sta ik altijd volstrekt open voor dialoog. Ik geloof in mijn standpunten en zie kritiek graag tegemoet.”

    De Sunnah – het geheel van uitspraken, gebruiken of leefgewoonten van de Profeet Mohammed – heeft in de Islam een hoog gezag, en op vele plaatsen in de Koran beveelt God de Moslims de leringen van de Profeet Mohammed te volgen. Zo ook deze: “Geselt iedere echtbreekster en echtbreker met honderd slagen. En laat medelijden met hen u van de gehoorzaamheid aan Allah niet afhouden indien gij in Allah en de Laatste Dag gelooft. En laat een groep gelovigen getuige zijn van hun bestraffing.”

    Getuige de door moslima’s in meerderheid bevolkte ‘blijf-van-mijn-lijf’-huizen, wordt het woord van Allah op grote schaal nageleefd. Afwijken van de Sunnah is immers dwaling, zo staat in de Koran geschreven.

    Daarentegen schrijft u in de petitie: “Wij zijn niet over één kam te scheren. Elk mens en dus elke moslim heeft een eigen persoonlijkheid en levensstijl.” Daarmee propageert u het ‘shoppen in de Koran’ – eruit halen wat je aanstaat, en verwerpen wat je niet bevalt, ofwel TMF kijken met een hoofddoekje om. Geen geloofsovertuiging, maar een geloofsbeleving. Geen orthodoxe, maar een liberale Islam. Met uw petitie verwerpt u eigenlijk de orthodoxe Islam die onderwerping van het individu voorstaat. U juicht de manifestatie van een “eigen persoonlijkheid en levensstijl” toe. Wat is er dan verkeerd aan om orthodoxe Islamieten – uit verdediging van liberale waarden – in hun diepste geloof te krenken?

    “Dit lijkt een logische vraag, maar het is het allerminst. Wat de vraag doet is (1) iets constateren dat moreel verwerpelijk is (blijf-van-mijn-lijf-huizen) en (2) dat verklaren op basis van religieuze moslimsteksten alleen. Weet u wat Mohammed B. in zijn brief deed? Exact hetzelfde. Hij (1) constateerde iets dat in zijn ogen onwenselijk is (verondersteld gedrag of intenties van Cohen en Van Aartsen bijvoorbeeld) en (2) verbond dat aan religieuze teksten van het jodendom. Dat is verwerpelijk, onverklarend en onbeschrijvend.

    Weet u wat mevrouw Hirsi Ali doet? Exact hetzelfde. Zij (1) constateert iets dat onwenselijk is (vrouwenonderdrukking) en (2) wil dat verklaren op basis van moslimteksten alleen. Dat is evenmin verwerpelijk, onverklarend en onbeschrijvend.

    Maar u ziet hoe sociale verschijnselen telkens ideologisch worden verklaard. Dit is een soort van idee-fundamentalisme dat niet alleen kwalijke gevolgen heeft mits consequent gehanteerd (zie hoe Mohammed B. een valide argument in dat geval in handen zou moéten hebben), maar het is tevens in methodologisch opzicht onlogisch en empirisch inadequaat te noemen. Immers, alle religieuze teksten zijn in de basis vergelijkbaar. Mohammed B. geeft in zijn brief een aantal citaten van het jodendom:

    – Baba Mezie 114a-114b: Alleen Joden zijn mensen (“Alleen jullie zijn mensen genoemd”).
    – Zie ook Kerlthoth 6b onder sub-kop (“Oll of anointing”) en Barakath 56a, waarin Gentile (niet-joden) vrouwen dieren worden genoemd (‘vrouwtjes-ezels”).
    – Yebamoth 92a: Alle Gentile kinderen zijn dieren. Baba Kamma 113a: joden mogen leugens (“listen”) gebruiken om een Gentile te misleiden.
    – Sofarim 15, regel 10 (Minor Tarcctates): Dit is de uitspraak van rabbijn Simom ben Yohai: Tod shebe goyyim herog (“Zelfs de beste van de Gentiles zouden gedood moeten worden”.)

    In christelijke bronnen wordt onder meer het volgende over vrouwen gezegd:

    – “De vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven?” (Corinthiërs 14:34-38).

    – ”Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw” (Efeziërs 5:22-24).

    – “Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here” (Colossenzen 3:18).

    –  “Maar indien een vrouw voor de haren, en nog wel voor haar huisgenoten, niet zorgt, dan heeft zij haar geloof verloochend en is zij erger dan een ongelovige” (1 Timothéüs 5:8)

    Nu is het natuurlijk niet mijn bedoeling te zeggen dat het jodendom, joden, christendom of christenen slecht zijn of iets dergelijks. Mijn punt is dat religieuze teksten vergelijkbaar zijn, terwijl sociale uitkomsten divers zijn: diversiteit tussen religies en bínnen religies (niet alle moslims zijn gewelddadig of vrouwonderdrukkend, en ook niet-moslims zijn gewelddadig en vrouwonderdrukkend). Het is daarom niet mogelijk om sociale verschijnselen terug te voeren op die teksten alleen. Iets dat divers is kun je niet verklaren op basis van een constante alleen. Om de daadwerkelijk bestaande disproportionele achterstand van vrouwen in moslimkringen te verklaren (die achterstand bestaat, maar niet in de mate en vorm zoals bijvoorbeeld Hirsi Ali suggereert), moet je zoeken naar andere factoren. Dat zoeken naar aanvullende factoren ontbreekt in het populaire hedendaagse denken over ‘terrorisme’ of vrouwenonderdrukking of alle andere ellende die als vanzelfsprekend aan de koran wordt gekoppeld.

    Dit maakt duidelijk hoe ridicuul het is om blijf-van-mijn-lijf-huizen-ellende terug te voeren op religieuze teksten alleen. We zullen toch echt moeten zoeken naar meerdere factoren. In het geval van Mohammed B. kun je denken aan psychologische factoren (idiosyncrasie, de pijn om de dood van zijn moeder, identiteitsbeleving enzovoorts), maatschappelijke factoren (bijvoorbeeld het anti-moslim-discours in Nederland) en religieuze factoren (het is immers het islamitische gedeelte van Mohammed B.’s identiteit die hij gedepriveerd achtte en daarom dat wreekte op Van Gogh).

    U schrijft: ‘Daarentegen schrijft u in de petitie: “Wij zijn niet over één kam te scheren. Elk mens en dus elke moslim heeft een eigen persoonlijkheid en levensstijl.” Daarmee propageert u het ‘shoppen in de Koran’ – eruit halen wat je aanstaat, en verwerpen wat je niet bevalt, ofwel TMF kijken met een hoofddoekje om.

    Ik zeg: Ik propageer geen ‘shoppen’. Waarom zegt u dit? Waar heb ik dit gepropageerd? Ik kan niet op deze vraag antwoord geven, omdat er verkeerde veronderstellingen in liggen besloten.

    U schrijft: Geen geloofsovertuiging, maar een geloofsbeleving.

    Ik zeg: Geloof draait altijd om overtuiging. Het prefereren van het begrip ‘geloofsbeleving’ is zalvend, maar ook niet meer dan dat.

    U schrijft: Geen orthodoxe, maar een liberale Islam.

    Ik zeg: Wat bedoelt u daarmee? Zonder definiëring daarvan blijven dit hoerakreten zonder nauwkeurige betekenis.

    U schrijft: Met uw petitie verwerpt u eigenlijk de orthodoxe Islam die onderwerping van het individu voorstaat.

    Ik zeg: Ik verwerp de ‘orthodoxe islam’ (die onderwerping van het individu voorstaat) – zoals u dat noemt – helemaal niet in de petitie (ik weet niet eens wat u daarmee bedoelt). In de petitie verwerp ik onder meer de moord op Van Gogh en allerlei in mijn ogen onjuiste ‘verklaringen’ daarvan.

    U schrijft: U juicht de manifestatie van een “eigen persoonlijkheid en levensstijl” toe.

    Ik zeg: Die juich ik niet toe in de petitie, die constateer ik.

    U schrijft: Wat is er dan verkeerd aan om orthodoxe Islamieten – uit verdediging van liberale waarden – in hun diepste geloof te krenken?’

    Ik zeg: het voorgaande maakt duidelijk hoe deze vraag bestaat uit verkeerde veronderstellingen. Daarnaast geloof ik dat ‘krenken’ in het algemeen vooral contra-productief werkt. Zie de polarisatie van de Nederlandse multiculturele samenleving.”

    Het verwijt dat de moslimgemeenschap “niet over één kam is te scheren” haalt ook u uit de kast. Kritiek op mensen die de Islam belijden wordt snel gezien als stigmatisatie of zelfs discriminatie. Wordt er te weinig onderscheid gemaakt tussen soennieten, sjiïeten en alevieten, of moeten de heren en dames opiniemakers maar gewoon hun pen neerleggen en met de shoarmaboer op de hoek in discussie gaan?

    “Dat lijkt me wel een goede les. Of die kunnen gaan spreken met de plaatselijke arts, student, advocaat, huisvrouw, scholier, timmerman of wetenschapper. Het lijkt me dat ook opiniemakers (beter: stemmingmakers) behoefte hebben (beter: zouden moeten hebben) aan volledige en nauwkeurige informatie.

    Echter, je kunt natuurlijk niet van een ieder verwachten om alles in detail te weten en te begrijpen, maar van politici kun je toch op zijn minst voorzichtigheid vragen. Deze hebben in mijn ogen een extra verantwoordelijkheid. Ik vind het belangrijk dat politici nauwkeurig zijn in wat zij zeggen.”

    Of moslims er genoegen in scheppen geiten te bevredigen is mij niet bekend, maar dat de Profeet Mohammed naar huidige maatstaven een pedofiel is moge duidelijk zijn. Daargelaten of Ayaan Hirsi Ali met die laatste vaststelling bijdroeg aan een constructief debat, trekken veel moslims zich zo’n provocatie wel erg persoonlijk aan. Hoe is het dan nog mogelijk om kritiek op de Islam te uiten – of er de spot mee te drijven – zonder dat je geacht wordt je vrijheid van meningsuiting in te perken, bedreigd of zelfs vermoord wordt? “Kom je aan de Koran, dan kom je aan mij”, zo lijkt het wel. Op zo’n manier kan toch geen open en vrije discussie aangegaan worden met individuen die hun opponenten met Koranteksten om de oren slaan?

    “De profeet Mohammed is niet “duidelijk een pedofiel”, dat is enkel duidelijk in uw ogen. Ik heb echter andere ogen, en ben het niet met u eens dat hij een pedofiel is. Ik zeg verder met grote trots dat ik de profeet als mijn leider, held en voorbeeld beschouw. Voorts vinden moslims geiten neuken niet prettig en niet wenselijk. Moslims bedrijven de liefde met elkaar, niet met dieren. Het verbaast mij dat u dit niet veronderstelt.

    Als u iets onwenselijks ziet in een religieuze tekst of traditie, dan kunt u dat gelukkig aankaarten in een democratische staat (althans, dat is de democratische gedachte). Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het prijzenswaardig of constructief is om iemand of een volk te beledigen. Ik vind het iemand of een volk beledigen onfatsoenlijk en niet constructief. Ik vind daarom dat we dat moeten vermijden. Je kunt in mijn ogen beter kritiek met het nodige respect uiten. Ik zeg niet zozeer dat we allemaal uiterst lief tegen elkaar hoeven te zijn (hoewel daar niks verkeerds mee is), maar toon wel het nodige respect als je kritiek hebt – zeker als je spreekt over een hele bevolkingsgroep (in dit geval moslims). Directe inhoudelijke dialoog tussen personen vind ikzelf aangenaam, maar generaliseer niet (dat is immers beschrijvend noch verklarend, en maatschappelijk polariserend).

    De waan van de dag doet zich echter gelden in een soort van collectief streven naar belediging en spot, en wel onder de mantra van fulmineren doet vooruitgang boeken en taboes doorbreken. Ik verzet me tegen deze waan en tegen dit streven, omdat ik geloof dat het juist staat voor achteruitgang van fatsoensnormen en omdat ik empirisch meen te constateren dat het niet werkt. Ik geloof wel dat er problemen zijn (ik vermoed dat er bijvoorbeeld een probleem van vrouwonderdrukking is in disproportioneel veel huishoudens), maar deze moeten eerst nauwkeurig in beeld worden gebracht (dus niet generaliseren) en verklaard (dus niet op basis van religie alleen), en dan op alternatieve wijze (dus niet mensen diep beledigen) bestreden worden.

    Ik streef ernaar de bestaande problemen te bestrijden zonder dat heilige symbolen tot podium van spot worden gedegradeerd. Dat werkt simpelweg niet. We moeten zoeken naar een alternatieve wijze om die problemen te bestrijden. Ik denk in dit geval aan bijvoorbeeld het op grass root level benaderen van moslims en deze te sturen in hun emancipatie. Dat emancipatieproces is overigens primair een taak voor moslims zelf, maar als we nadenken over een rol voor niet-moslims of voor autoriteiten op welk niveau dan ook, dan voorzie ik voor dezen zulke activiteiten die niet als grievend worden ervaren door moslims.”

    Homo’s, Joden en vrouwen hebben alle reden zich diep gekwetst en in hun bestaansrecht ontkend te voelen, gezien van wat er in moskeeën gepredikt en in het publieke debat door moslims geuit wordt. Erkent u dat het actief belijden van de Islam mensen in hun diepste levensovertuiging kwetst en beledigt? Dat ze zich er zelfs door bedreigd voelen? Is het dan niet vanzelfsprekend dat moslims hun incasseringsvermogen enigszins daaraan dienen te conformeren?

    “Wat ik erken is dat sommige moslims dingen doen en zeggen die voor anderen kwetsend kunnen zijn. Of dat moslims iets aan hun ‘incasseringsvermogen’ moeten doen (Verdonkiaanse uitspraak: onze minister van Integratie wees er immers op dat moslims een ander tolerantieniveau hebben dan Nederlanders), vind ik een vraag voor de wet en rechter. De rechter zal per geval moeten oordelen of iemand moet inbinden en óf ‘moslims een verkeerd incasseringsniveau hebben’.

    U heeft het over ‘wat er in moskeeën gepredikt wordt’, terwijl ik niet kan weten wat u daarmee bedoelt. In elk geval vind ik het onwenselijk als joden, homo’s of vrouwen zich bedreigd voelen. In dat licht vind ik het in het algemeen nastrevenswaardig dat de betreffende personen hier rekening mee houden in gedrag en woord. Discriminatie of onderdrukking is altijd onwenselijk.”

    In uw petitie staat: “De moord op Van Gogh is gepleegd door een individu, niet door de Islam. Onze Islam veroordeelt de moord op Van Gogh. Allochtone moslims worden evenwel vaak gevraagd of zij het ook verwerpelijk vinden dat Van Gogh is vermoord. Waarom zouden wij hierover anders denken en voelen dan u? Het is vanzelfsprekend dat wij de moord net zozeer als u afkeuren.”

    Hier staat wel tegenover dat op 2 november 2004 om 19.30 uur de anders zo gekleurde Dam in Amsterdam verbleekte in een autochtone massa. Moslims die vol passie en toewijding met een pollepel op een pannendeksel sloegen, heb ik niet kunnen ontwaren. Deze manifestatie was ‘the place to be’ om de moord “net zozeer af te keuren”. Autoriteiten hebben alles in het werk gesteld om moslimorganisaties te stimuleren de moord publiekelijk te veroordelen, maar de enkele protestmarsen die gehouden werden bestonden uit slechts kleine gezelschappen van oudere moslimmannen.

    Daar komt nog bij dat veel moslims de moord niet eenduidig afkeurden, maar hebben aangekleed met mitsen en maren. De oproep van wethouder Aboutaleb om radicalisering in moskeeën te signaleren, werd beantwoord met felle kritiek vanuit de moslimgemeenschap. Mohammed B. was geen psychopaat, maar een geradicaliseerde moslimjongere. Hij pleegde de moord uit naam van zijn Islam. Hoe confronterend dit ook is, het lijkt me niet meer dan vanzelfsprekend dat mensen daarom aan moslims mogen vragen of de Islam van Mohammed B. ook hun Islam is. Waarom kunt u zich niet vinden in deze redenering?

    “Omdat de resonantie van deze vraag mogelijk wordt gemaakt door een bepaalde onwetendheid omtrent de mate waarin moslims gewelddadig zijn. Ik zeg dus niet zozeer dat de stellers van deze vraag alle moslims gewelddadig vinden, maar wel dat zij het kennelijk niet weten. Niet altijd (sommigen willen misschien alleen een praatje maken en vinden in de betreffende vraag een geschikte openingszin), maar wel soms. Ik kan begrijpen dat sommige personen angst hebben ontwikkeld voor moslims (ik denk bijvoorbeeld aan de wijze waarop Osama bin Laden zijn woede liet gelden of aan de moord op Van Gogh zelf, en aan de wijze waarop bepaalde politici en media het daaruit ontstane angstgevoel verder hebben gestimuleerd), maar dat wil niet zeggen dat ik het kan goedkeuren dat mensen kennelijk niet weten hoe gewelddadig moslims in het algemeen zijn.

    Het dat niet weten vind ik immers getuigen van een bepaald wantrouwige attitude richting moslims, zonder dat daarvoor een goede reden bestaat: één moord door één moslim is geen reden genoeg om onwetend te zijn rondom de gewelddadigheid van moslims in Nederland. Zo’n attitude is onbillijk omdat niet gesteld kan worden dat Nederlandse moslims in het algemeen daadwerkelijk zodanig gewelddadig zijn, dat een vooropgestelde onwetendheid per geval gerechtvaardigd wordt. Het is juist de veronderstelling die evenwel wordt gemaakt van een dominerende gewelddadigheid van Nederlandse moslims, die ik principieel verwerpelijk vind. Dat veronderstellen is namelijk generaliserend.

    In de attitude en vraag schuilen dus stilgezwegen veronderstellingen die ik kwalijk vind. Ik weet niet waarom andere moslims de vraag zo onprettig vinden: sommigen zullen mijn mening delen, anderen niet.

    Voorts vind ik het begrijpelijk waarom er niet veel moslims te bezichtigen waren op de dam op de bewuste dag. Ik kan begrijpen dat veel moslims zich toen geen onderdeel uit vonden maken van de ‘wij’ (met mevrouw Verdonk voorop) die daar demonstreerden. Die wij-zij-divisie bestond reeds vóór de moord op Van Gogh, maar werd op de dag van de moord sterk verhevigd.”

    Volksvertegenwoordigers die zich kritisch uitlaten over de Islam kunnen tegenwoordig niet normaal meer hun ambt uitoefenen. Ook het in alle vrijheid oprichten van een politieke partij zit er niet meer in. Het klimaat is zodanig dat de Nederlandse rechtscultuur wordt beïnvloed door intolerante en orthodoxe verlangens van fundamentele moslims. Ziet u voor uzelf, als vredelievende moslim, een rol weggelegd om in de toekomst op Moslimpetitie.nl hier aandacht voor te vragen? Bent u van mening dat moslims een zekere verantwoordelijkheid hebben in de strijd tegen moslimfundamentalisme? Of blijft Moslimpetitie.nl het podium voor gekwetste en miskende moslims, die zich meer thuis voelen in een slachtofferrol?

    “U schrijft: “Volksvertegenwoordigers die zich kritisch uitlaten over de Islam kunnen tegenwoordig niet normaal meer hun ambt uitoefenen.”

    Ik zeg: Er is een verschil tussen (1) kritisch zijn, (2) slechte analyses maken en (3) beledigend spreken. Ik neem aan dat u in bovengenoemde opmerking refereert aan met name Hirsi Ali en Wilders. Deze persoon maken in mijn ogen slechte en beledigende analyses. Dat is dus iets anders dan kritisch zijn. Het niet meer normaal kunnen uitoefenen van een ambt, is hoe het ook zij uiterst triest natuurlijk.

    U schrijft: “Het klimaat is zodanig dat de Nederlandse rechtscultuur wordt beïnvloed door intolerante en orthodoxe verlangens van fundamentele moslims.”

    Ik zeg: Ik ben het daar niet mee eens. Gelukkig is de rechtscultuur bewaard gebleven tot dusverre. De vertegenwoordigers van instituties van wet en recht blijven gelukkig kalm en genuanceerd (deze mensen zijn geoefend om waterdicht te argumenteren), in tegenstelling tot bepaalde politici en veel media en burgers die maar wat roepen.

    U schrijft: “Ziet u voor uzelf, als vredelievende moslim, een rol weggelegd om in de toekomst op Moslimpetitie.nl hier aandacht voor te vragen?”

    Ik zeg: Ik zal aandacht willen vragen voor allerlei soorten problemen. Of ik dat doe hangt af van mijn toekomstige agenda-inrichting.

    U schrijft: “Bent u van mening dat moslims een zekere verantwoordelijkheid hebben in de strijd tegen moslimfundamentalisme?”

    Ik zeg: “Ik zou liever willen spreken van betrokkenheid. Zeker, ik vind dat moslims die betrokkenheid moeten tonen. Net zoals ik vind dat niet-moslims die betrokkenheid moeten tonen. Ik vind het goed als burgers zich geëngageerd tonen en zich inzetten voor een betere maatschappij, ofschoon het wel constructief is als mensen respectvol naar elkaar blijven, en bovendien niet roekeloos met angstideeën worden overspoeld door media en politici die panikeren of simpleminded zijn.

    U schrijft: “Of blijft Moslimpetitie.nl het podium voor gekwetste en miskende moslims, die zich meer thuis voelen in een slachtofferrol?”

    Ik zeg: “Moslimpetitie.nl is een podium voor moslims om een bepaalde boodschap te verkondigen. Dat moslims in dit geval onheus bejegend worden door sommige politici (met alle gevolgen van dien), is de verantwoordelijkheid van die politici, niet van moslims. De islamitische gemeenschappen hebben in algemene zin andere problemen. Ik denk aan de achterstanden in taal, de achterstanden in sociaal-economische positie (werkloosheid en gebrek aan opleiding), aan snotneuzen in grote steden die zich een gettomentaliteit aanmeten, aan het gebrek van ‘sociaal kapitaal’ anderszins, enzovoorts. U ziet hoe dooreengevlochten deze problemen zijn.

    Verder zijn niet alle problemen met gemak als zodanig te betitelen (de ‘Nederlandse’ cultuur is immers niet zomaar superieur te noemen aan andere culturen), maar in mijn ogen toch wel op zijn minst de bovenstaande. Ik zou willen dat veel meer moslims in Nederland het initiatief nemen om op deze punten kritisch te zelfreflecteren, daar waar terecht de locus of control meer in hun eigen harten leggen (in plaats van louter daarbuiten; slachtoffer-isme bestaat wel degelijk), en zichzelf vervolgens emanciperen naar een betere positie in de maatschappij.

    Maar moslims kunnen ondanks alles, en ik zie dit juist als een onderdeel van een emancipatieproces, wél benadrukken dat zij belediging van hun religie onbetamelijk vinden, zonder dat zij daarmee onterecht het slachtoffer spelen. Een onderdeel van een emancipatieproces en van het democratisch recht, is daar je stem verheffen waar je oprecht meent dat die vergeten wordt. Echter, daar waar voor veel moslims een taak ligt die stem met zelfkritiek te zuiveren, daar ligt voor veel niet-moslims (bijvoorbeeld de bedoelde politici, maar ook Jan met de pet) een taak die met meer zelfkritiek te beluisteren.”

    Gepubliceerd: Politiek-digitaal.nl

Politiek-digitaal.nl

Politiek-digitaal.nl, een initiatief van het Amsterdamse internetprojectbureau United Knowledge, was in de jaren 2001-2006 een populaire site voor politiek nieuws en achtergronden. Vanaf 2003 heb ik 156 artikelen en columns voor de site geschreven.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!