Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 28
    nov
    2008

    Hoe dwing je als gezagdrager respect af?

    De PvdA wil de straatcultuur terugdringen. Dat staat in een partijnotitie van 25 november. In het boek Respect! (2007, Prometheus) geeft Hans Kaldenbach tips hoe gezagdragers, zoals docenten en toezichthouders, weer baas op eigen terrein kunnen worden.

    Voordat een gezagdrager daartoe in staat is, moet hij weten waar hij zelf vandaan komt. Tegenover de straatcultuur staat namelijk de burgerlijke cultuur. De sociale gedragsnormen van die cultuur zijn volgens de auteur: beleefd zijn, voorkomend zijn, je in een discussie rustig gedragen, geen geweld maar argumenten gebruiken, verontschuldigen, elkaar uit laten spreken en vriendelijk bedanken.

    Ze ruiken het als je bang bent

    Zachte eigenschappen die volgens Kaldenbach “catostrofaal zijn voor het overleven in de straatcultuur. Daar moet je niet met ‘dank je’ kruipen als iemand iets voor je doet.” De rode draad in zijn boek is het begrip ‘respect’. De houding die beide culturen van elkaar eisen, maar die voor de straatcultuur een andere uitingsvorm heeft dan bij zijn burgerlijke tegenpool. “Respect betekent in de straatcultuur dat de ander ontzag voor je moet hebben”, legt Kaldenbach uit. Uit angst voor gedonder een stapje op zij doen als een macho je pad kruist, bijvoorbeeld. Veelzeggend is daarom de uitspraak die hij vaak uit monde van leraren, hulpverleners en winkelpersoneel heeft moeten optekenen: “Ze ruiken het als je bang bent.”

    Als voorbeeld noemt de auteur de vernielingen die een groep zeventienjarigen, door de media aangeduid als ‘treinterroristen’, in mei 2003 aanrichtten op het traject Hoorn-Enkhuizen. De raddraaiers, die de conducteur consequent met ‘condoekoe’ aanspraken, vertelden glunderend dat het NS-personeel “vet bang” voor ze was.

    Een ander voorbeeld is die van de jonge lerares in haar eerste week voor de klas. “Ze schrijft iets op het bord. Achter zich hoort ze, eerst zacht, dan steeds luider, ritmisch klappen: ‘dikke kont, dikke kont, DIKKE KONT’. Ze liep huilend de klas uit en werkte binnen een maand bij een verzekeringsmaatschappij.” Deze docente schaamde zich waarschijnlijk voor de omvang van haar zitvlak, verklaart Kaldenbach. Ze was gekwetst, knock-out. Maar had ze de leerling die begon met de plagerij een klap gegeven, dan had ze haar gezag kunnen herstellen, zo blijkt uit een ander voorbeeld. Met dien verschille dat ze dan ontslag had gekregen in plaats van genomen.

    De judoaanpak: meebuigen om gedrag te veranderen

    Kaldenbach heeft twee methoden ontwikkeld om probleemjongeren in het gareel te houden. Anders dan de PvdA richt hij zich niet op ‘statusverlaging’ of ‘vernedering’, maar op grenzen stellen en iemand “in zijn waarde laten”. Een aanpak waaruit blijkt dat hij niet de illusie heeft een cultuur te veranderen, maar er wel op vertrouwt dat zo gehoorzaamheid afgedwongen kan worden.

    De eerste methode noemt hij de ‘schijnbaar amicale judoaanpak’. Daarin wordt het gedrag van de jongere afgewezen, maar de persoonlijke relatie in stand gehouden. Een tramconducteur die merkt dat er met het afstempelen geknoeid is doet er volgens Kaldenbach verstandig aan dit als volgt te brengen: “Die strippenkaart moet je beter vervalsen. Dit zien we meteen en dan kunnen we het niet meer accepteren.” Of de toezichthouder: “Soms snap ik ook niet waar die regels voor nodig zijn, maar ja, ik krijg ook last van mijn baas als ik me er niet aan houd.”

    Tip 1: Gebruik het groepsgevoel voor sociale controle

    Als het niet bekend is wie iets vernield of gestolen heeft, dan doet de gezagdrager er goed aan het groepsgevoel te gebruiken voor sociale controle. Kaldenbach laat zien hoe een docente de gestolen agenda van een collega weer boven tafel krijgt. “Zij vertelt tegen haar leerlingen dat er in de klas van haar collega iets belangrijks is gestolen, dat zoiets op ónze school toch niet zou mogen gebeuren, dat wij (klas 1A) dat toch nooit zouden doen.” Haar leerlingen knikken instemmend, spreken er schande van en de volgende dag wordt de agenda in de kantine gevonden. De metafoor van de judoaanpak is niet voor niets gekozen: in deze vechtsport gaat het erom de energie en het gewicht van de tegenstander te gebruiken om hem te vloeren.

    Tip 2: Regels schrikken niet af, overwicht wel

    Het is onbevredigd, zo geeft Kaldenbach toe, dat de daders met deze aanpak niet direct gestraft worden. De winst beperkt zich tot het aanvaarden van een norm uit de burgerlijke cultuur. In dit geval dat de juf bestelen niet “vet cool” is. Burgerlijke gezagdragers hebben dan ook eerder de neiging zich als handhaver van de regels op te stellen. “Dat leidt tot escalatie”, waarschuwt Kaldenbach. Zeker als er heel formeel wordt verwezen naar de politieverordening, schoolregels of CAO-bepalingen. Zijn credo: je bereikt meer als mens, dan als functionaris.

    Tip 3: Span de populairste onruststoker voor je kar

    De judoaanpak gaat zelfs zo ver dat Kaldenbach in sommige situaties ‘statusverhoging’ als methode aanbeveelt. In zijn boek beschrijft hij hoe op die manier de overlast op een kermis in Amsterdam is bestreden. “De eigenaar nam één van de jongens die gezag hebben in hun groep in dienst. Niet als ordehandhaver, want dat zouden zijn vrienden niet accepteren, maar als medeweker.” Die aanpak werkt, aldus Kaldenbach. “Als medewerker heeft de jongen belang bij een hoge omzet en bewaakt daarom de veiligheid en rust bij de botsauto’s.”

    Soms is streng en adequaat optreden onvermijdelijk, erkent Kaldenbach. De judoaanpak – meebuigen om de orde te herstellen – werkt dan niet meer. Als de grens echt bereikt is adviseert hij de ‘karateaanpak’. De kernuitingen hiervan zijn: vastbeslotenheid, geen ruimte geven en geen welwillende glimlach meer. “De ervaring leert dat jongeren buigen als de grens duidelijk wordt gesteld.”

    Tip 4: Biedt bij straf altijd een eervolle uitweg

    Maar ook bij de karateaanpak moet de eer van de jongere niet aangetast worden. De gezagdrager moet niet uit zijn op gezichtsverlies maar op gedragsverandering. Het helpt volgens hem iemand even apart te nemen, hem onder vier ogen duidelijk te maken dat iets écht niet kan. Er moet een rechtvaardiging zijn om je erbij neer te leggen. En die rechtvaardiging is weg als een raddraaier voor zijn vrienden dreigt af te gaan omdat hij zich door een representant van de burgerlijke cultuur de les laat lezen.

    Dat verklaart ook waarom scholieren de deur met een klap dicht smijten als ze ten overstaan van de hele klas het lokaal uitgestuurd worden. “Dat is zijn eerherstel na de afgang dat hij u gehoorzaamt.”

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!