Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 28
    aug
    2008

    Het seculier fatalisme van de moderne burger

    Gods toorn vrezen we niet meer, vrije meningsuiting is ons hoogste ideaal en winkelen ons grootste genot. Maar toch, zo beweert Frank Furedi in zijn boek Cultuur van angst, lijken we in ons denken en doen nog veel op onze Middeleeuwse voorouders. Voor elk ongeluk moet een kop rollen.

    Vroeger rekenden we meer georganiseerd af met onze angsten, bijvoorbeeld door in een gezellig samenzijn heksen te verbranden op het dorpsplein. Nu daarentegen projecteren we onze angsten op democratisch gezag en economische instituten. We accepteren geen ongelukken meer, omdat iedereen in onze georganiseerde maatschappij wel ergens verantwoordelijkheid voor draagt. Denken we. Dat is zonde, het werkt verlammend, want juist nu we alle mogelijkheden hebben ons te ontplooien, gooien we de rem erop. Religieus doemdenken heeft de moderne burger ingeruild voor seculier fatalisme.

    Frank Furedi, professor in de sociologie aan de universiteit van Kent, stelt dat onze angsten niet zozeer worden ingeven door de gebeurtenissen zelf, maar door de wijze waarop we sociaal georganiseerd zijn. Voorbeelden haalt hij vooral uit eigen land, het Groot-Brittannië van de als nuchter bekend staande Engelsen. Zo schrijft hij over gemeenten waar de jeugd niet langer ‘conker’ mag spelen: een oeroud spel waarbij je elkaars kastanje aan een touwtje probeert te raken. Natuurlijk bezorgt zo’n kastanje weleens een flinke buil op een kinderhoofdje. Maar nooit was dat een groot maatschappelijk probleem. Nu wel: de gemeenten zijn na het verbod zelfs begonnen met het omzagen van kastanjebomen.

    Alles moet wijken omwille van de veiligheid, constateert de menswetenschapper. Moeiteloos verbindt Furedi dit voorbeeld met de populariteit van mineraalwater: de snelst groeiende drankmarkt omdat ‘veilig’ populair geworden is. Ook de ‘ons ingepeperde angsten’ voor de opwarming van de aarde passen wat hem betreft in dit straatje. Furedi’s boodschap: de feiten ondersteunen de angstverhalen over een groeiend risico voor onze gezondheid en veiligheid niet.

    Op de ware feiten gaat Furedi echter niet in. Maar dat maakt hij goed met zijn kundige beschrijving van de sociale dynamiek die schuilgaat achter onze angsten. Het is vooral de absurditeit daarvan die Furedi aan de dag legt. Het meest illustratief is misschien wel zijn onderzoek naar de publieksreacties op een aantal natuurrampen. Hij laat daarmee zien dat de Britten in de jaren vijftig veel nuchterder op onheil reageerden dan aan het begin van dit millennium. De media, regeringsverklaringen en burgerschapsacties hanteert hij daarbij als thermometers om de gevoelstemperatuur te peilen.

    Tussen 1950 en 1953 werden de Britten bijvoorbeeld door drie overstromingen getroffen, waarvan de laatste nog steeds in de boeken staat als ‘de grootste natuurramp in Groot-Brittannië van de twintigste eeuw’. In die jaren werd de bevolking door de overheid en de media aangemoedigd de rampen, die honderden levens hadden gekost, te zien als een beproeving, een uitdaging die men moest doorstaan. De Koningin gebruikte de woorden ‘moedig en vastberaden’ en prees de ‘stoïcijnse en heroïsche houding’ van de gemeenschap. Van slachtofferschap wilde men niets weten. De mensen die letterlijk huis en haard verloren hadden werden geacht hun hoofd geestelijk boven water te houden.

    Maar hoe anders was dat in het jaar 2000, schrijft Furedi, toen een deel van zuidoostelijk Engeland werd overspoeld en twaalf mensen de dood vonden. De media schilderden de ramp af als een heuse apocalyps, zoomden in op het persoonlijk leed en lieten deskundigen aan het woord die een golf van posttraumatische stress voorspelden. De Guardian schreef dat mensen zich ‘als gevolg van deze beproeving depressief en geïsoleerd voelen, ontheemd en onthecht raken en obsessieve vormen van angst ontwikkelen’. De ramp werd gepsychologiseerd, in plaats van gesocialiseerd.

    Angsten fladderen nu als vleermuizen om ons heen, beweert Furedi. Terwijl de elite in de veronderstelling is dat de ontzuiling, het consumentisme en de democratisering het scheppend vermogen van de mensheid naar een hoger plan heeft gebracht, beweert Furedi het tegenovergestelde: Gods toorn hebben we volgens hem ingeruild voor seculier fatalisme. Gevestigde instituten en autoriteiten, de fundamenten van onze samenleving, worden met scepsis benaderd. Geruststellende woorden van een minister worden als leugens afgeschilderd, terwijl we activisten – of het nu om milieuradicalen of ‘consumentenbelangenbehartigers’ gaat – op hun woord geloven. Het ‘slachtofferisme’ is in. Maar anders dan in de middeleeuwen, kunnen we onze angsten niet meer kanaliseren. Elke dag moeten we opnieuw op zoek naar een zondebok, terwijl we in de middeleeuwen genoeg hadden aan het om de zoveel tijd verbranden van een heks. Terwijl we vroeger dus de lelijke vrouwen van alles de schuld konden geven, moeten we nu telkens opnieuw de fundamenten van de democratie en economie aanvallen. Dat werkt verlammend, betoogt Furedi.

    We kampen volgens de professor dus vooral met een urgentieprobleem. De prioriteit gaat niet meer uit naar de kwaliteit van het leven, maar naar de veiligheid ervan. De garantie ‘wij waken over u’ acht een luchthaven belangrijker dan de service en de punctualiteit van het vliegschema. Supermarkten, scholen, stations: het zijn allemaal veiligheidsinstituten geworden. Hun core business is niet meer het leveren van goede producten, het geven van goed onderwijs of het op tijd laten rijden van treinen, maar het garanderen van de veiligheid van de consument.

    Dat is de nagel aan de kist die creativiteit heet, het stelt ons niet in staat te vernieuwen, aldus Furedi. Wanneer nemen we ons leven weer in eigen hand, vraagt hij zich af. ‘Ondanks de overheersende Cultuur van angst bezit iedereen meer dan ooit de middelen om zijn of haar eigen leven te bepalen’, probeert hij de moed erin te houden.

    Het culturele pessimisme, zo stelt Furedi, voorkomt dat de menselijke verbeeldingskracht de uitdagingen die voor ons liggen echt bij de horens vat. ‘Al dat gezwam over het overleven van de mensheid is alleen maar een uitdrukking van ons geschokte vertrouwen in de mens.’ Een gebrek aan zelfvertrouwen, diagnosticeert Furedi, daar lijdt de moderne mens aan. Iets dat wij volgens hem niet in ons eentje kunnen terugwinnen, maar alleen in groepsverband. Je buren kennen, affectie met elkaar hebben, zo stelt Furedi, ‘dat helpt meer dan politiesurveillances’.

    Gepubliceerd: Managementboek.nl

Managementboek.nl

Voor Main Press, de grootste verkoper van managementboeken in Nederland (beter bekend als Managementboek.nl), ben ik van augustus 2007 tot en met eind 2009 recensent geweest. Ik recenseerde vooral boeken over het openbaar bestuur, maar ook over processen in het bedrijfsleven. Dat leverde stukken op met titels als ‘Guerrillamarketing als politiek wapen’, ‘Parfum met een ziel, bier met emotie’, ‘Stille getuigen van een maatschappij op drift’, ‘De publieke ruimte is verkaveld in achtertuinen’ en ‘Communisme, kapitalisme en kannibalisme’. In totaal zo’n 43 recensies. Of eigenlijk: korte essays in de geest van wat de auteur met zijn boek wilde overbrengen. Lees op deze site de stukken en klik door om de boeken bij Managementboek.nl te bestellen.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!