Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 02
    feb
    2019

    Hennepplantage? Met die spullen kun je ook tomaten kweken

    Hennepplantage? Met die spullen kun je ook tomaten kweken

    Waar had Mohammed M. al dat installatiemateriaal voor nodig? Over die vraag boog de rechtbank in Alkmaar zich op dinsdag 29 januari. Het enige wat aan het begin van de zitting vaststaat, is dat hij zijn Mercedes-bus op 13 oktober foutgeparkeerd had. Vanaf dat moment lopen de verklaringen uiteen.

    “Ik zet hem wel even weg”, zei Mohammed tegen een van de twee agenten. Later zou deze politieman verklaren dat hij het verdacht vond dat Mohammed uit het niets met een doos aan kwam zetten. Dat zag er volgens hem uit als een overdracht van het een en ander op straat. De agent had al even naar binnen geschenen en zag spullen die hij aan een nadere inspectie wilde onderwerpen.

    Of Mohammed, een 30-jarige man met geschoren schedel en verzorgd baardje, het busje wilde openen. De agent hoefde zijn hoofd maar naar binnen te steken of hij werd al bevestigd in zijn vermoeden. Mohammed werd aangehouden en de spullen inbeslaggenomen: honderdtwintig lampen, een ventilator, kabels, een dompelpomp, een geperforeerde kliko, afvoerbuizen, een thermometer, mest, een jerrycan, groeimiddel en een CO₂-controller. “Bestemd voor hennepkweek”, stelt het OM. Opiumwet, artikel 11a: strafbare handelingen ter inrichting van een hennepplantage.

    Rechter: “Wat ging u doen met die spullen?”

    Mohammed verklaart dat hij bezig was met aan- en afvoer voor zijn achtertuin. Onderweg kwam hij een kennis tegen die zijn bus ook even wilde gebruiken. Maar Mohammed had de bus zelf al geleend en dus bood hij aan de spullen van de kennis van A naar B te rijden. Tussendoor stopte hij bij een eettent in Alkmaar. Daar parkeerde hij buiten het vak en toen nam de avond een ongelukkige wending. “Ik heb nog echt gedonder met die kennis gehad! Hij wilde zijn spullen terug. Ik zei: die heeft de politie nu. En toen zei hij: hoezo, die spullen zijn niet verboden, ze zijn overal te koop.”

    Rechter: “Wie is die kennis?”
    Mohammed: “Daar kan ik geen uitspraken over doen.”
    Rechter: “Waarom dan niet?”
    Mohammed: “Ik wil hier geen andere mensen mee belasten.”
    Rechter: “Als u gewoon zijn naam had genoemd, dan had hij zelf kunnen uitleggen waar die spullen voor zijn. Uw houding roept de vraag op of die kennis überhaupt wel bestaat. En waarom heeft u eigenlijk geweigerd mee te werken aan het onderzoek naar uw telefoon?”

    “Waarom zou ik?!”, bijt Mohammed haar toe. “Heb ik dan geen rechten? Misschien stonden er wel naaktfoto’s van mijn vrouw op. Waarom moet ik mijn mobiel afgeven? Dat is toch niet normaal?!”

    Het woord is aan de officier. “Wie heeft die goederen nou in de bus geladen?” Die kennis van mij, zegt Mohammed. Wie is dat dan, vraagt de officier. Mohammed: “Wat heeft het voor nut om hem hiermee te belasten?!” Ze houdt hem voor dat hij eerder verdacht is geweest van een soortgelijk feit en dus niet onwetend was. Dat werd vrijspraak, werpt Mohammed tegen. “Ik dacht helemaal niet aan wat voor spullen het waren.” De officier: “Ik hoor het u zeggen. Ik heb geen vragen meer.”

    Mohammed woont bij zijn ouders. Hij heeft een Wajong-uitkering vanwege suikerziekte. Binnenkort moet hij ergens voor geopereerd worden, verklaarde hij bij de Reclassering. “Stel, als u een werkstraf wordt opgelegd”, houdt de rechter hem voor. “Zou u dan kunnen werken?” Maar ik ga toch geen straf krijgen, reageert Mohammed fel. Rechter: “Nee, maar los daarvan: bent u in staat een werkstraf uit te voeren?” Mohammed: “Nee, ik kan niet lang staan. Ik moet mijn suikerspiegel steeds in de gaten houden.” Zittend werk dan, probeert de rechter. Mohammed: “Eventueel.”

    De officier: “Meneer komt met een heleboel verhalen, niet te verifiëren verhalen. Dat is nou juist aanleiding om hem niet te geloven.” Ze houdt hem volledig verantwoordelijk voor de materialen en vraagt om een taakstraf van 100 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk. Die mag hij zittend uitvoeren.

    “Het leken strafbare voorbereidingshandelingen”, erkent de advocaat. “Maar wist cliënt wat hij vervoerde?” Het proces-verbaal loopt volgens hem over van de gezochte aanleidingen voor doorzoeking. Onrechtmatig, concludeert de advocaat. De inbeslaggenomen spullen moeten worden uitgesloten van bewijs. “Als u daarin meegaat, dan kan cliënt vrijgesproken worden. Zo niet, dan ook: de spullen zijn niet van hem. Bovendien kun je er net zo goed een tomatenkwekerij mee beginnen.”

    De rechter stelt dat agenten best even naar binnen mogen kijken als een voertuig foutgeparkeerd staat en dat bij gerede verdenking mogen doorzoeken. “Feit is dat u bent aangetroffen met een bus vol spullen voor een hennepkwekerij.” Haar vonnis: 60 uur werkstraf, waarvan 30 uur voorwaardelijk.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!