Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 18
    okt
    2012

    Efficiënt Amerika of sociaal Amerika? De keuze tussen Romney en Obama

    De controverse over Mitt Romneys plan om Pino te ontslaan lijkt een flauwiteit, maar is het niet. Ze staat symbool voor het zachte heelmeesterschap van president Barack Obama en de harde saneerder die zijn Republikeinse tegenstrever is. Zelfde geldt voor de heimelijk opgenomen uitspraak waarin Romney 47 procent van de bevolking wegzet als belastinggevrijwaarde klaplopers die toch wel voor Obama stemmen.


    Obama kiest voor Amerikanen, Romney voor Amerika. Obama kiest voor vakbond Amerika, Romney voor het bedrijf Amerika. Daar komen deze verkiezingen eigenlijk op neer. Op het eerste gezicht leek de crisis zich tegen Romney te keren. Hij stond aan de wieg van private equity – het gewraakte investeringsmodel waarmee bedrijven met geleend geld worden overgenomen, rücksichtslos gereorganiseerd en een aantal jaren erna doorverkocht aan de hoogste bieder.

    Als voormalig bestuursvoorzitter van Bain Capital gaat Romney er prat op dat hij banen creëerde, maar iedereen weet: als je bedrijf in handen valt van een private equity-firma, dan zit je als werknemer op de wipstoel. Het gaat de private investeerders niet om banen behouden of scheppen, maar om waardevermeerdering. Zakken vullen ten koste van de onrendabelen. Zie daar het recept om Romney weg te zetten als de Gordon Gekko uit de film Wall Street, de boeman van greed is good. De documentaire When Mitt Romney Came to Town speelt daar handig op in. Compleet met tranen, diepe bastonen en onweer. “De man die ons vernietigde”, aldus een vrouw in deze film.

    Romney was één van de besten in zijn vak. Iemand die razendsnel carrière maakte bij de Boston Consulting Group en bij Bain Capital munt sloeg uit eigen adviezen die hij zelf implementeerde. Hij behaalde rendementen van honderden procenten, terwijl er door zijn toedoen duizenden mensen op straat belandden. Als Republikein is hij aanhanger van ‘creatieve destructie’, het kapitalistische idee dat economische groei bestaat bij de gratie van het vernietigen van oude bedrijfsprocessen. De donkere zijde van het sympathieke begrip innovatie – vuile handen die hem steenrijk maakten.

    Tekenend is dat hij dweept met Staples, een detailhandel die hij in de jaren tachtig op weg hielp en inmiddels de grootste in kantoorartikelen is. Een enorme banenmachine weliswaar, maar ook de ultieme category killer: kleine ondernemers hadden en hebben zwaar te lijden onder de reus die pennen en puntenslijpers in grootverpakkingen verkoopt. Private equity had al een slechte naam, maar is tijdens de crisis uitgegroeid tot het ultieme kwaad. Het zorgt voor onrust terwijl werknemers naar zekerheid snakken. Tegelijkertijd mogen veel bedrijven private equity-firma’s dankbaar zijn. Zonder hun investeringen en kille hervormingen zouden ze niet meer bestaan en het hele personeelsbestand overgeheveld zijn naar de kaartenbak van het uitzendbureau.

    Met hetzelfde gemak kun je dus stellen dat ‘private reddingen’ op lange termijn juist wel banen scheppen: waardevermeerdering initieert immers groei en vraagt om het uitschrijven van vacatures. Private equity maakt bedrijven competitiever, is het idee. Iemand die heer en meester in dit vak is zou het mogelijk ook goed doen als president in crisistijd. Romney kent tientallen bedrijven van binnenuit, hun zwaktes en hun krachten. De dossiervreter schuwt impopulaire maatregelen niet om de continuïteit zeker te stellen. Mister Fix-It, zoals hij ook wel genoemd wordt, houdt het schip varende. Hij dropt de ballast, repareert de motor en vervangt de kapitein terwijl Obama de klagende passagiers nog maar eens van een drankje voorziet.

    Geen check, maar een ommekeer

    Het verschil in economisch beleid komt goed naar voren in een opiniestuk dat Romney vier jaar geleden in The New York Times publiceerde. ‘Let Detroit Go Bankrupt’, kopte de krant boven Romneys artikel, daags nadat autobazen de staat om een bailout vroegen. Detroit heeft geen check nodig maar een ommekeer, argumenteerde hij. “Zonder bailout zal Detroit zichzelf drastisch moeten hervormen. Met bailout blijven ze op de oude weg doorgaan: een suïcidaal pad van dalende aandelenkoersen, onrendabele arbeid, pensioenlasten, technologische verarming, minderwaardige producten en voortdurend banenverlies.” Obama voorkwam een bankroet en maakt van die bailout nu een succesverhaal in de verkiezingscampagne. Analisten betwisten of dat echt zo’n succes was, maar het contrast is duidelijk: de Democraat geeft in de eerste plaats om de werknemers, de Republikein in de eerste plaats om de bedrijven. Twee verschillende wegen naar hetzelfde gewenste doel: een industrie waar mensen de kost kunnen blijven verdienen.

    Van roze wolken en grootspraak moet Romney weinig hebben. De euforie waarmee Obama vier jaar geleden op het schild werd gehesen, sloeg Romney aan gruzelementen toen hij op het Republikeins Congres eind augustus zijn nominatie accepteerde. De dag dat Amerika het beste gevoel over Obama had was verkiezingsdag, sneerde Romney. Duurdere zorg, meer werkloosheid, hogere belastingen, somde hij op. Obama kan beloven wat hij wil, sprak Romney, maar de erbarmelijke toestand van de hedendaagse economie kan de president volgens hem niet ontkennen. Hij valt succes aan, meent de Republikein, in plaats van het aan te moedigen. “President Obama beloofde de stijging van de zeespiegel te remmen…”, zo besloot hij zijn rede. Na een stilte waarin hij de lachers op zijn hand kreeg: “…én de planeet te genezen…” Recht in de camera: “Mijn belofte is om u en uw familie te helpen.”

    Onder Romneys schild zit een geharnast mens

    Valse hoop versus handen-uit-de-mouwen. Dat is de keuze volgens de Republikeinse campagne. De keuze tussen iemand met mooie praatjes en iemand met bewezen kwaliteiten. Hoewel Romney in de peilingen flink is ingelopen op Obama, in sommige zelfs een voorsprong heeft, zal hij nu zijn sociale kant moeten laten zien om de verkiezingen te winnen.

    En dat is lastig, want het ontbeert de zakenman aan een warme uitstraling. Toch heeft Romney mogelijk meer voor de gemeenschap betekend dan Obama in zijn jongere jaren. De tijdschriften The New Yorker en Vanity Fair kwamen met uitvoerige reportages waarin oude vrienden, klasgenoten, kerkleden en collega’s de loftrompet staken over Romneys onbaatzuchtige inzet voor mensen in nood. Als bisschop van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen stak hij zeeën van tijd in maatschappelijk werk. Het staat iedereen vrij om de strenge leer van de Mormonen te bekritiseren, maar dat neemt niet weg dat Romney vanuit een sterk ontwikkeld normbesef hulpbehoevenden hielp tussen de grote zakendeals door. Een gemeenschapswerker pur sang die als individu al zijn talenten ontplooide.

    Uit de reportages blijkt dat Mitt Romney als geen ander in de voetsporen van zijn vader is getreden. George Romney was een gouverneur en minister die eerst zakelijk succes boekte alvorens voor de hogere roeping van het landsbestuur te gaan. Je zou kunnen opmerken dat Mitt Romney de gebaande paden bewandelde, maar de manier waarop hij dat deed is verbluffend. De geheelonthouder Romney ziet dat pad als een religieuze weg naar verlossing. Het slachtofferschap dat hij hekelde in zijn 47-procent-toespraak voor rijke geldschieters is op zijn overtuiging terug te voeren: iedereen moet zichzelf disciplineren om het beste uit het leven te halen. Als hij wordt verkozen gaat hij de geschiedenis in als meest religieuze president ooit. Iemand die robotachtig overkomt juist omdat hij zijn morele kader zo serieus neemt.

    Who is the real Mitt Romney, vragen Amerikanen zich af. Vanity Fair en The New Yorker slaagden erin dat schild te laten zakken. Het gaf een blik op een geharnaste man die door het leven gaat als wandelend zelfhulpboek ‘persoonlijke effectiviteit’. Geen geboren wereldverbeteraar met profetische gaven, maar een mens die zichzelf geprogrammeerd heeft om zichzelf zo waardevol en dienstbaar mogelijk te maken.

    Na lezing van de reportages kun je maar één ding concluderen: zelfs voor zijn naasten blijft de echte Mitt Romney verborgen. Simpelweg omdat hij zichzelf zo goed in de hand heeft. Een berekenende man zonder diepere lagen, maar wel één die open is over zijn manier van werken en zijn strepen heeft verdiend in het bedrijfsleven en maatschappelijk werk. Een stemmenkanon die teleurgestelde Democraten met ratio kan overtuigen. Zelfs als ze voor Romneys Amerika geslachtofferd zullen worden.

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!