Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 25
    mei
    2008

    Een regering die vreemd gaat met de burger is niet democratisch

    Van Almelo tot Zierikzee, overal kwam u ze tegen. In het buurthuis, op de hangplek, de stamkroeg, in de bus, op het werk, in de file en aan uw ziekbed.

    En als je dan ’s avonds de hond uitliet, schoot er altijd wel eentje u aan om te vragen of het wel veilig was zo laat op straat. Zo niet, dan werd er een legioen buurtagenten speciaal voor u opgetrommeld.

    De bewindslieden van Balkenende IV, want daar hebben we het natuurlijk over, vroegen ons na de verkiezingen de oren van het lijf, toonden zich oprecht geïnteresseerd, leefden met ons mee en we mochten ze altijd bellen om een biertje te doen. En dat 100 dagen lang, bijna drieënhalve maand waren ze onze beste maatjes, door dik en dun.

    Ella, Ronald, Tineke, Camiel, Wouter en Jan Peter voorop. Zij, de bondgenoten van de burger, traden in overleg met de samenleving, luisterden naar het volk. Een hecht team, dat waren wij – burger en regering, zij aan zij, hand in hand. Wat een kameraden, wat een tijd! Ter afsluiting van dit gelukkig samenzijn deden ze een mooie, kleurrijke brochure in onze bus, waarin niet zij maar wij geportretteerd werden. Wat ons bezighield, wat onze zorgen en noden zijn, alles stond erin, geïllustreerd met mooie plaatjes, uitgelegd in begrijpelijke taal. Een unicum in de parlementaire geschiedenis, dit charmeoffensief van Balkenende en z’n gevolg. En alsof we nog niet genoeg in de watten waren gelegd, gaven zij die folder ook nog de status van regeerakkoord mee. Toe maar! Wat wil een burger nog meer?

    Een burger bij wie het contact met de allemansvrienden wat stroever verliep, is Frank Ankersmit, in het dagelijks leven hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is één van de weinigen die gebrouilleerd is geraakt met de empathische staatslieden. Terwijl u en ik met weemoed terugdenken aan die mooie tijd, beticht hij in zijn boek De tien plagen van de staat het voltallige kabinet van ‘misbruik’. Een grove beschuldiging, gemeen ook wel.

    Waarom Ankersmit zo ondankbaar en grievend doet, motiveert hij in niet mis te verstane bewoordingen. ‘Het lijkt wel alsof we in de droomwereld van de aloude communistische planeconomieën terechtgekomen zijn’, schrijft hij. Ieder weldenkend mens zal dat bestrijden: want ook al deden ze in de communistische heilstaat alles samen, van luisteren – iets dat ons kabinet wél heeft gedaan – moesten Stalin en Lenin het écht niet zo hebben. Die stonden op een voetstuk, hadden een standbeeld, terwijl onze bewindslieden in de 100-dagen tour gewoon aanbelden om even samen de vaat te doen, de barbecue aan te maken of de plantjes water te geven, zich wegcijferden ten bate van ons welzijn.

    Wat Ankersmit krenkt, wordt duidelijk op het moment dat hij het begrip ‘democratisering’ (want dat was die 100-dagen tour toch?) tussen aanhalingstekens zet. Alsof Jan Peter niet bij ons aanbelde voor een goed gesprek, maar om een waardeloze stofzuiger aan te smeren. Alsof het beleid al in kannen en kruiken zat, en de burger alleen nog voor de vorm even betrokken moest worden om wat draagvlak af te troggelen.

    Ankersmit stelt dat die 100-dagen tour een afleidingsmanoeuvre was: het parlement kon 100 dagen buitenspel gezet werden onder het mom van ‘we hebben even overleg met de samenleving, niet storen a.u.b.’. En na die 100 dagen kreeg de Kamer de ‘onderhandelingsresultaten’ als een ‘fait accompli’ voor de voeten geworpen. En zo, schrijft Ankersmit, kon het gebeuren dat het ‘Samen werken, samen leven’-akkoord voor de volksvertegenwoordigers uitpakte in een ‘Slikken of stikken’-bezwering. Een dichtgetimmerd wurgcontract dat de volksvertegenwoordiging vleugellam maakte. ‘Het parlement stond erbij en keek ernaar’, schuimbekt de hoogleraar.

    Wat Ankersmit bedoelt, is dat de regering voor ‘parlementje’ is gaan spelen, en dat ook nog eens willekeurig aanpakte, zelfs naar eigen hand zette: niet iedereen schijnt namelijk bezocht en gehoord te zijn. Bij u is misschien de deur platgelopen, en u heeft misschien zelfs een keer botweg een minister de deur moeten wijzen toen hij voor de zoveelste keer met u samen buiten wilde spelen. Maar dat was niet bij iedereen zo, blijkt uit het relaas van de hoogleraar. Ankersmit heeft 100 dagen uit het raam getuurd, maar geen minister, zelfs geen staatssecretaris die bij hem aanbelde om met het schillen van de aardappels de dag door te nemen.

    Is dat het? Bijt hij daarom in de hand die hem als hoogleraar voedt? Voelt hij zich gepasseerd omdat Ella wel met de tramconducteuren uit is geweest, en niet met hoogleraren intellectuele en theoretische geschiedenis? Is hij daarom zo rancuneus? Het lijkt er wel op, al moet hij het erfgoed van Thorbecke opgraven om zijn punt duidelijk te maken. In zijn boek leidt hij ons van de droom van Balkenende naar de theorie van democratische beginselen.

    ‘Eens was alles duidelijk’, begint Ankersmit zijn betoog. ‘Er was een kiezer die zijn stem uitbracht op een politieke partij omdat hij het eens was met haar politieke program; die partij verdedigde vervolgens dat program in het parlement in de permanente confrontatie met andere partijen en de regering. Dat leidde, na veel touwtrekken over en weer, tot bepaalde compromissen.’

    Tot zover deze nostalgische verhandeling, want Ankersmit constateert even verderop dat ‘van dit duidelijke beeld weinig meer over is’. Dat is voor een hoogleraar geschiedenis een pijnlijke gewaarwording. In zijn college parlementaire democratie stelt hij dat er een accentverschuiving gaande is, een ‘shift’ in zijn woorden, van beleidsbepaling vooraf naar beleidsverantwoording achteraf. Niet de route burger-verkiezingen-parlement staat meer centraal, maar een nieuwe: de sluiproute van een regering die direct zaken placht te doen met de burger via allerhande hypermoderne democratische ongein zoals burgerfora en ideeënbussen op departementale websites. Dat lijkt mooi, geeft Ankersmit toe, maar in werkelijkheid wordt zo een situatie van ‘asymmetrische machtsuitoefening’ gecreëerd. Een machtsverhouding zonder ‘checks and balances’, waar inspraak geen belangenbehartiging is maar een stemmetje achter in de klas dat de meester niet bereikt door het gejoel op de voorste banken.

    Terwijl het openbaar bestuur hoort te bestaan uit een rechte lijn van tweerichtingscommunicatie tussen parlement en burger, hebben we volgens Ankersmit nu te maken met een driehoek. Met aan de linkerkant van de driehoek het aloude electorale proces tussen burger en parlement, en aan de rechterkant een nieuw, direct contact tussen regering en burger. En dat is een slecht verlichte weg, zegt Ankersmit eigenlijk, want er is daar niemand die het verkeer regelt, niemand die de weg wijst, of bij pech komt helpen. Terwijl het directe contact tussen burger en regering juist voor hyperdemocratisch doorgaat in veler ogen, komt Ankersmit tot het oordeel dat mensen die aan de rechterkant van de driehoek bezig zijn ‘de democratie eigenlijk willen afschaffen’. Want, zo weet Ankersmit, ‘die democratie zit immers aan de linkerkant van de driehoek’.

    Zonder dat we het doorhadden, zijn de verhoudingen dus zoekgeraakt, we zijn verzeild geraakt in een driehoeksverhouding: een relatie waarin de regering vreemd gaat met de burger en het parlement bedriegt. En daar wordt de burger, als buitenechtelijke partner, niet gelukkiger van, denkt Ankersmit. Want in zijn ongelijkwaardige verhouding met de regering zal de burger altijd het onderspit delven. Het is Ankersmit die in zijn ontluisterende boek de ondankbare taak op zich neemt om eens flink in die driehoeksverhouding te stoken. Conservatief als hij is, toch zeker een nuttig en waardevol tegengeluid in een polder waar de dijken van Thorbecke op springen staan.

    Gepubliceerd: Managementboek.nl

Managementboek.nl

Voor Main Press, de grootste verkoper van managementboeken in Nederland (beter bekend als Managementboek.nl), ben ik van augustus 2007 tot en met eind 2009 recensent geweest. Ik recenseerde vooral boeken over het openbaar bestuur, maar ook over processen in het bedrijfsleven. Dat leverde stukken op met titels als ‘Guerrillamarketing als politiek wapen’, ‘Parfum met een ziel, bier met emotie’, ‘Stille getuigen van een maatschappij op drift’, ‘De publieke ruimte is verkaveld in achtertuinen’ en ‘Communisme, kapitalisme en kannibalisme’. In totaal zo’n 43 recensies. Of eigenlijk: korte essays in de geest van wat de auteur met zijn boek wilde overbrengen. Lees op deze site de stukken en klik door om de boeken bij Managementboek.nl te bestellen.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!