Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 08
    apr
    2008

    ‘Een algeheel gebrek aan hoffelijkheid’

    Wat moeten we laten om de ander niet tot last te zijn? Onderling komen we er niet uit, beweerde Margo Trappenburg in haar column van 4 januari. En daarom moesten we van haar maar eens een topdrie opstellen „van overlastgevend gedrag, dat zo algemeen wordt afgekeurd, dat we het met goed fatsoen kunnen verbieden”.

    Zo gezegd, zo gedaan. Op het discussielog nrc.nl leverde haar oproep tot het geven van een topdrie 92 reacties op. Maal drie maakt dat 276 ergernissen. De website nrcnext.nl moest het met minder doen, 19 reacties (57 irritaties).

    In dit artikel een analyse van deze lezerslijstjes. Politicoloog Margo Trappenburg reageert en blikt terug op haar oproep. John Kivit, directeur van Multiscope, zet de resultaten af tegen de uitkomsten van zijn eigen, representatieve onderzoek van oktober 2007.

    Voordringen, afval dumpen, hondenpoep, bumperkleven en spugen op de grond voeren de topvijf aan in het onderzoek van Multiscope. ‘Samenleving eist harde aanpak hufterigheid’, kopte het persbericht van oktober 2007, dat door de dagbladen en RTL Nieuws werd overgenomen. Harde muziek, hangjongeren, meeroken, luid bellen en geen voorrang krijgen completeren – in deze volgorde – het toptienlijstje. Het zijn ergernissen die veelvuldig de kop op staken in de reactiepanelen van nrcnext.nl.

    De hinder die lezers ondervinden in het publieke domein kunnen we onderverdelen in drie domeinen. Mobiliteit (20 irritaties), Leefomgeving (12 irritaties) en Communicatie (ook 12 irritaties). Tenslotte nog een restrubriek Varia (13 irritaties): ergernissen die te origineel zijn om te kunnen labelen. Niet representatief, wel illustratief. Desondanks wil Kivit, na een grondige blik geworpen te hebben op de irritaties en spreadsheetanalyse, toegeven dat „de reacties helemaal in lijn liggen met wat ik in ons onderzoek terug zie. De ergernislijst van nrc.next vertoont veel, heel veel overeenkomsten met wat wij gemeten hebben.”

    Mobiliteit

    Laten we beginnen met ‘Mobiliteit’, het domein waarbinnen de respondenten zich het meest ergeren aan elkaar. Dit begrip nemen we ruim; van het elkaar afsnijden op de autosnelweg, geen stapje opzij doen op de stoep tot aan het diagonaal parkeren van het winkelwagentje in het gangpad van de buurtsuper.

    Emmy Fons uit Nieuwerkerk aan den IJssel ervaart dat steeds minder automobilisten het nalaten even vriendelijk hun wijsvinger van het stuur te lichten als je hen voorrang verleent op een smalle weg. De nummer 1-irritatie van Leonie Gooijer uit Rotterdam is de automobilist die altijd als eerste wil zijn. Dat uit zich volgens haar bij het invoegen op de snelweg, het gedrag in de file en het niet doorlaten van motoren. „Mensen zijn tegenwoordig doodsbenauwd dat ze niet de eerste zullen zijn.” Babske uit Eindhoven is nog pessimistischer. Ze neemt in het verkeer een „algeheel gebrek aan hoffelijkheid” waar. „Probeer zonder boze blikken en ronkende motoren eens een zebrapad over te steken met een peutertje…” De grootste ergernis van A.J. Groot uit Leeuwarden is een interessante. Hij zet op nummer 1, net als een aantal anderen, bumperklevers en links-rijders; precies de twee verkeersdeelnemers die elkaar het meest tot last zijn.

    Wie de echte wegpiraten zijn, weet M.J. Witteveen uit Oegstgeest. „Al enige jaren probeer ik na te gaan welke bestuurders, van welk merk auto, het meest hinderlijke gedrag op de weg vertonen. Mijn topdrie: BMW, Volkswagen Golf en Alfa Romeo.”

    En dan het openbaar vervoer, de gemeenplaats waar eigenlijk niets meer van ons verlangd wordt dan stilzitten, plaatsbewijs tonen en in- en uitstappen. Ook daar zitten we elkaar naarstig in de weg. „Geen rij willen vormen voor de bus of trein”, zet Marielos Pena Claros uit Wageningen met stip op nummer 1. In iets mindere mate ergert zij zich aan reizigers die hun rugzak, trui of krant op zo’n manier om zich heen spreiden dat er niemand meer naast kan zitten. „Zelfs in de spits.” S. Bahceci uit Eindhoven valt op dat het geen gewoonte meer is „fysiek zwakkere ouderen of dames” een zitplaats aan te bieden. Toch wil hij deze veroordeling iets nuanceren. „Het komt voor dat de ‘oudere’ zich beledigd voelt bij aanbod van een zitplaats. Dan antwoord deze: ‘nou, nee hoor’”. Dat is niet aardig, vindt Bahceci. Hij verwacht van deze reizigers gewoon een glimlachje terug.

    Piet uit Rotterdam tilt zijn irritaties naar een hoger, logistieker niveau, namelijk „de bedenkers van treinroosters die een trein precies laten wegrijden op het moment dat de andere trein op het tegenoverliggende perron arriveert”. Nog hinderlijker vindt hij buschauffeurs, die passagiers die zich haasten om de bus te halen, botweg negeren. „Opzettelijk”, is Piets stellige overtuiging.

    Eenmaal uit de bus, tram of auto – dus op het voetpad – gaat ook het een en ander mis. Babs hekelt de mensen die „lopend op straat voor niemand ook maar één stap opzij gaan”. En vooral diegenen die „met zijn vieren naast elkaar blijven lopen in een drukke winkelstraat”. Het kan nog erger, weet Marielos Pena Claros. Sommige voetgangers „duwen en pushen” als zij er niet doorkunnen. Ook excuseren zij zich niet als ze aanstalten maken iemand te willen passeren.

    Bij het doen dan de boodschappen lopen Nederlanders elkaar eveneens voor de voeten. Zo windt Jeanette Voerman uit Zwolle zich op over „mensen die snel naar een nieuw geopende kassa vliegen, terwijl jij al minutenlang in de rij staat”. Dat bederft ook Babs’ boodschappenplezier. „Mensen die in de supermarkt winkelen alsof ze de enigen zijn”, schrijft ze geërgerd, „bijvoorbeeld die hun kar diagonaal in het gangpad plaatsen en voor je voeten stil gaan staan terwijl ze je gewoon aan horen komen.” Het is duidelijk, het verkeer – op alle fronten – is geen omgeving waarin de klagende lezer zich graag begeeft. 35 procent van de irritaties bevindt zich in dit domein, en opvallend vaak zijn dit de nummer 1 en 2 irritaties op de topdrie lijstjes die zij opgaven.

    Leefomgeving

    Een goede leefomgeving, zo definieert het Milieu en Natuurplanbureau, houdt in dat bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hun omgeving als herkenbaar, prettig, schoon en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Het is een typisch containerbegrip, dat we voor deze gelegenheid even lenen om de twaalf irritaties – 21 procent van het totaal – over hondenpoep, roken, afval en spugen onder te scharen.

    „Het doodleuk, schaamteloos rotzooi op straat gooien”, zoals Leonie Gooijer uit Rotterdam het beschrijft, vindt volgens haar medeklagers zijn oorsprong in gemakzuchtigheid. Niet de moeite nemen om naar de vuilnisbak te lopen. Babs, die deze ergernis „met stip op nummer 1” plaatst, dicht de vervuilers een „ach, dat ruimt een ander wel op, toch?”-moraal toe. Tineke de Ridder uit Rilland kent zelfs voorbeelden van mensen die „ongebreideld hun rotzooi weggooien op straat”.

    Dan de rokers, ook die moeten het ontgelden. Zonder toelichting verklaart Mariska van der Meij „de rokende mensen” tot haar nummer-2 irritatie. Een ander, die anoniem wenst te blijven, maakt een nuance. Roken op zich is niet het probleem, maar „een sigaret opsteken terwijl anderen nog aan het eten zijn” is een grof schandaal. Dat geldt overigens ook voor „roken in een bushokje”, aldus een bezoeker die zichzelf ‘Bosbes’ noemt.

    Hondenpoep behoort volgens Multiscope tot de topdrie-ergernissen van de Nederlander, en wordt ook hier genoemd. Babske treft de drollen „zelfs in de voortuin” aan. Ook een onsmakelijke handeling is het spugen op straat, vinden enkele respondenten. Tineke de Ridder beticht daar „de allochtonen” van. „Om de twee minuten een rochel”, zo heeft ze geklokt.

    Communicatie

    Totnogtoe hebben we alleen de non-verbale handelingen besproken, de irritaties die willekeurige vreemden bij elkaar oproepen. Maar ook in intiemere sferen halen we het bloed onder elkaars nagels vandaan.

    Bijvoorbeeld als we met elkaar in gesprek zijn op een feestje. „Mensen die niet luisteren naar anderen”, schrijft een bezoeker, „maar wel zelf de hele tijd aan het woord willen zijn”. Een ander, A. Luiken uit Nijmegen, is specifieker over de niet-luisteraars. „Ze gaan maar door met het uitstorten van hun ellende, en als ze daar helemaal mee klaar zijn, dan is ‘het gesprek’ afgelopen.”

    Ook hinderlijk zijn, aldus Jeannette Voerman, „de mensen die een gesprek afbreken, omdat er iemand binnenkomt die waarschijnlijk iets interessanter is”. En, voegt ze eraan toe, „mensen die je aanspreken terwijl jij nog volop in gesprek bent met iemand”. Iemand aanspreken op gedrag wordt ook niet altijd goed ontvangen, weet Leonie Gooijer. “Als je opmerkt dat het vuil ook in de vuilnisbakken kan, dat hondenpoep opgeruimd dient te worden, of dat iemand zijn lichten heeft laten branden, blijken veel mensen agressief gedrag te vertonen. Ze kunnen niet normaal reageren op vragen of opmerkingen.”

    Zijn we niet met elkaar in gesprek, dan storen we ons wel aan gesprekken van anderen. Lisbeth van den Broek uit Bussem, bijvoorbeeld, kan niet tegen „luide conversaties”. Die neemt ze „overal” waar. S. Bahceci is preciezer en geeft de „stiltecoupe van een trein en wachtruimte van de gemeente of ziekenhuis” op als verboden zones voor schreeuwerige types. Hij zegt zich ongemakkelijk te voelen bij het ongewild aanhoren van privéverhalen. Een ander doet zijn beklag over mensen die „schreeuwend op straat dronken zijn”.

    Op nrcnext.nl stroomden ook klachten binnen over mobiele bellers. „In de trein!”, daar hoor je dat volgens een lezer echt niet te doen. Een ander ergert zich aan mensen die „bellend boodschappen doen”. Maar ook sms’en „in de bioscoop of het theater” wordt veroordeeld, mogelijk vanwege de lichtgevende display.

    Varia

    Opmerkelijk zijn de klachten die niet onder Mobiliteit, Communicatie en Leefomgeving vallen. Een bloemlezing: „Mensen die menen ergens recht op te hebben”; „Appels eten in de publieke ruimte”; „Voor satansknecht uitgemaakt worden omdat ik ongetrouwd vrij, met Tarotkaarten werk en op zondag gewoon doorleef”; „Bukken met een laag model broek”; „Kinderen die ‘alles’ mogen”; „Door honden besnuffeld worden”; „Het centraal stellen van de economie”. Ook de overheid en projectontwikkelaars moeten het ontgelden, want zij „verzieken het landschap met prestigeobjecten”.

    Tot slot nam Ernst uit Leiden de klagers zelf op de korrel. Hij ergert zich het meest aan mensen „die steeds het Nederlandse fatsoen verdedigen. Die vinden dat iedereen maar hetzelfde fatsoensreglement moet aanhangen”. Daaronder rekent hij niet alleen de „fatsoensterroristen van de ChristenUnie en het CDA”, maar ook „alledaagse gefrustreerden die klagen over mobiel bellen in het openbaar”. Mariska van der Meij, die haar beklag deed over rokende en mobiel bellende mensen, kan Ernst de hand schudden. Met stip op nummer 1 zet zij in haar ergernistopdrie „de klagende mensen”.

    Representatief?

    „Bij Communicatie zie ik veel zaken die met ‘luide conversatie in het openbaar’ te maken hebben”, laat John Kivit weten, doelend op zijn onderzoek ‘Samenleving eist harde aanpak hufterigheid‘. „Ongeveer 47% van onze ondervraagden ergert zich aan luidruchtig mobiel bellen in het openbaar, nog eens ongeveer 15% aan geschreeuw op straat. Onder mobiliteit wordt bijvoorbeeld bumperkleven en voordingen genoemd. Ook die staan in de top 10 die wij presenteerden. Voordringen is bij ons ergernis nummer 1 met 68%. Op het gebied van de leefomgeving scoort bij NRC ‘poep en troep’. Dit zie je ook 1-op-1 terug in ons onderzoek. Afval dumpen en hondepoep zijn zelfs de nummer 2 en 3 in onze lijst.”

    Volgens Kivit moeten we hieruit de conclusie trekken dat mensen zich vooral irriteren als andere personen inbreuk maken op hun persoonlijke leefomgeving en zichzelf belangrijker vinden dan anderen. „Dat past ook erg bij de Nederlandse samenleving. Wijk je af van het gemiddelde, in positieve of negatieve zin, dan is daar erg weinig tolerantie voor.”

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!