Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 08
    feb
    2006

    Dirk Verhofstadt: Pleidooi voor individualisme (boekbespreking)

    Individualisme is volgens de Van Dale de leer die de rechten van het individu boven de gemeenschap stelt. Maakt dat een individualist tot een egoïst? Iemand die slechts hecht aan eigenbelang, desnoods ten koste van andermans welbevinden? Zet dat niet de bijl aan de wortel van een solidaire maatschappij?

    Onzin, zegt de progressief-liberaal Dirk Verhofstadt. “Eigenbelang dient het openbaar belang, want vanuit een welgemeend eigenbelang worden mensen juist aangezet tot erkenning en respect voor anderen.”

    Volgens Dirk Verhofstadt (1955), broer van de premier van België, wordt individualisme ten onrechte verward met zelfzucht, onverschilligheid en egoïsme. Of zelfs met hedonisme; de leer binnen de ethiek die stelt dat genot het hoogste goed is. Het is juist een positieve kracht tegen onrecht en onderdrukking, werpt hij tegen. En bovenal; een essentiële voorwaarde voor solidariteit.

    Denktank Liberales
    Verhofstadt is kernlid van Liberales, een onafhankelijke denktank binnen de liberale beweging die opkomt voor de vrijheid van het individu, rechtvaardigheid en mensenrechten. Als adviseur van Patrick Dewael, de minister van Binnenlandse Zaken, denkt hij na over hoe terrorisme bestreden kan worden in een vrije, open samenleving zonder dat grondrechten al te veel ingeperkt worden.

    Tegenpool
    In zijn nieuwste boek, Pleidooi voor individualisme, wijst hij op de noodzaak van deze leer. Het zou als tegenpool moeten dienen tegen de steeds groter wordende anonimiteit, bureaucratisering en uniformiteit in onze samenleving. En belangrijker nog; individualisme moet aangemoedigd worden in gemeenschappen waar mensen wegens religieuze, sociale en culturele tradities onderdrukt worden.

    Private gevangenissen
    Zo staat de boerka – de sluier die het gehele lichaam van islamitische vrouwen bedekt – volgens Verhofstadt symbool voor de ‘de-individualisering’. “Boerka’s zijn als private gevangenissen”, luidt de eerste zin van zijn boek. “Ze vormen een hedendaags symbool bij uitstek van de onderdrukking van het individu.”

    Deze onderdrukking is van alle tijden en landen, verzekert Verhofstadt. “Het komt om politieke, religieuze of culturele redenen in mindere of meerdere mate voor in zowat alle samenlevingen en gemeenschappen. Eeuwenlang bleef het individu ondergeschikt aan de collectiviteit. Pas sinds de Renaissance en later de Verlichting groeide het besef van het belang van de rede en van de uniciteit van elke mens. Het betekent de onstuitbare opkomst van het individualisme.”

    Ultiem streefdoel, maar ook utopisch
    Dirk Verhofstadt beschouwt het individualisme als het ultieme streefdoel, maar beseft tegelijkertijd dat het ook een utopisch streefdoel is. Individualisme zit in de aard van de mens, maar in een samenleving zullen er altijd krachten zijn die het individu proberen te onderwerpen aan het collectief, ofwel de gemeenschap. Deze verpulvering van de mens tot ‘een ding’ is volgens hem de grootste tragedie geweest van de voorbije eeuw. “Een tragedie die niet alleen voortkwam uit politieke overwegingen, maar ook diep geworteld zat in de houding van filosofen, sociologen, juristen, medici en psychologen en die al in de 19de eeuw wortel schoot in het Europese denken.” De mens werd niet langer beoordeeld als individu maar als lid van de gemeenschap.

    Gesellschaft oder Gemeinschaft
    Verhofstadt haalt hierbij de Duitse socioloog Ferdinand Tönnies aan. Deze formuleerde in 1887 het verschil tussen de zogenaamde Gesellschaft of samenleving en de Gemeinschaft of gemeenschap. Het eerste ging over het open samenleven van individuen, het tweede over de mystiek van een gesloten culturele gemeenschap met gezamenlijke kenmerken. Mensen werden niet beschouwd als persoonlijkheden met unieke kwaliteiten, maar als groepen, volkeren en rassen.

    Dat heeft volgens Verhofstadt geleidt tot het beeld van een natie die gezond of ziek kon zijn. En vervolgens tot vervolging van andersdenkenden, die symbool gingen staan voor de ‘kankers’ die uit de samenleving weggesneden en uitgeroeid moesten worden. Een uitgangspunt dat in vele collectivistische staten dagelijkse praktijk werd, ongeacht of ze werden bestuurd door communistische, religieuze of nationalistische regimes. Met miljoenen doden tot gevolg, vooral onder het bewind van Stalin, waar eenieder zich moest onderwerpen aan ‘De Partij’ en onder het bewind van Hitler, waar joden als Untermenschen de gaskamers ingejaagd werden.

    Het stuit Verhofstadt tegen de borst dat mensen in de moderne tijd van het vrije westen het individualisme nog durven af te zweren. ‘Hebben we dan niets geleerd van deze gruwelijke geschiedenis?’, lijkt hij zich af te vragen.

    Normen en waarden
    Veel politieke partijen, media en academici zien volgens hem het ‘doorgeschoten individualisme’ als de oorzaak van heel wat problemen in de samenleving. “Ze bepleiten een terugkeer naar meer ‘normen en waarden’, naar meer solidariteit of naar het belang van de volksgemeenschap.” Verhofstadt ontwaart een tendens in de recente verkiezingsuitslagen, zowel in België als Nederland. Meer en meer mensen hebben volgens hem het idee postgevat dat de hedendaagse burger zich een ‘ieder-voor-zich’-mentaliteit aanmeet en dat cohesie van de samenleving daardoor afbrokkelt.

    Conservatisme en nationalisme
    Conservatieve en nationalistische groeperingen plukken hier de vruchten van, constateert Verhofstadt. “In tal van landen hebben rechtse en populistische partijen de wind in de zeilen met hun oproep tot terugkeer naar bepaalde ‘waarden’ en ‘tradities’. Daarbij verwijzen ze naar de teloorgang van de ‘geborgenheid’, de ‘eigenheid’ en zelfs ‘zuiverheid’ van de samenleving en het volk en naar de ondermijnende krachten van vreemdelingen ten aanzien van de eigen westerse cultuur.”

    Volgens Verhofstadt spelen deze partijen in op de natuurlijke angst van de eigen inwoners voor de ‘Ander’ en bepleiten ze een afsluiting van de grenzen voor vreemde invloeden. Zelfs de moderniteit zouden ze vanuit hun behoudzucht ter discussie stellen.

    Nationalisten en conservatieven hebben volgens Verhofstadt heimwee naar de tijd waarin de vader als hoofd van het klassieke gezin, de onderwijzer als klashoofd en de pastoor als hoeder over de parochie hun autoriteit konden doen gelden. “Voor hen moet individualisme ondergeschikt zijn aan ‘hogere’ waarden zoals het geloof, het volk, de natie en het ras. Devotie, zelfopoffering, zelfverloochening en plichtsbesef tegenover de volksgemeenschap beschouwen ze als positieve, zelfs noodzakelijke waarden. Conservatieven en nationalisten eisen in feite de opheffing van het onderscheid tussen de private en de publieke sfeer”, aldus Verhofstadt.

    Voorwaarde voor solidariteit
    Waarom Verhofstadt – in tegenstelling tot conservatieven – individualisme juist ziet als essentiële voorwaarde voor solidariteit, wordt duidelijk als hij de Schotse econoom Adam Smith (1723 – 1790) aanhaalt.

    Smith gaat door als de grondlegger van het klassieke liberalisme en had de volgende filosofie. “Niet van de welwillendheid van de slager, de brouwer of de bakker mogen we ons avondmaal verwachten, maar van hun groot respect voor hun eigenbelang. We zijn niet aan hun menselijkheid overgeleverd, maar aan hun eigenliefde.” Hieruit maakt Verhofstadt op dat individualisme en eigenbelang niet tegengesteld zijn aan de belangen van de samenleving. “Sterker nog”, verduidelijkt hij, “eigenbelang kan ook het openbaar belang dienen. Vanuit een welgemeend eigenbelang worden mensen juist aangezet tot erkenning en respect voor anderen.”

    Netwerken van transacties
    Erkenning van deze bewering vindt Verhofstadt bij de Poolse antropoloog Bronislaw Malinowski (1884-1942), die samenlevingen zag als “netwerken van transacties tussen mensen die deze aangaan en verbreken wanneer eigenbelang dat dicteert”. Een gedachtegang die de Duitse filosoof Immanual Kant (1724-1804) reeds in de achttiende eeuw omlijste in het boek ‘Kritik der praktischen Vernunft’. Daarin behandelt Kant de vraag ‘Hoe moeten wij leven?’, welke hij beantwoord in het zogenaamde ‘categorisch imperatief’; de leidraad van het zedelijk bewustzijn. Dit bewustzijn dient volgens Kant te bestaan uit twee aspecten. Enerzijds moet een individu te allen tijde bedenken of hij zou willen dat een handeling een algemene regel zou zijn. Anderzijds dient een individu zichzelf en anderen niet uitsluitend als middel beschouwen, maar ook als doel op zich.

    Mens als doel, niet als middel
    Dat is precies de kernboodschap van Verhofstadt: het individualisme bezwijkt op het moment dat we de mens alleen maar als middel gaan zien en niet meer als doel. “De mens, niet als een unieke persoonlijkheid met zijn intrinsieke en hyperindividuele talenten, kwaliteiten en tekortkomingen, maar als een ding, een voorwerp, een zielloos object net zoals een tafel, een stoel of een paar schoenen. Iets dat je kunt gebruiken of wegwerpen, afhankelijk van je behoeften.”

    Zo beschouwde de communist Leon Trotski (1879-1940) de mens als “mest op de velden van de toekomst”. Het is het onvermijdelijke resultaat van het communistische en fascistische gedachtegoed, meent Verhofstadt. Een gedachtegoed dat fascisten en communisten niet alleen theoretisch voor waarheid namen maar ook gruwelijk in de praktijk brachten. “De mens werd ingezet als een pion in een schaakspel ten dienste van een hoger doel, ter bescherming van de laatste rij op het schaakbord. Ter bescherming van de torens, de lopers, de paarden en de koningin als symbolen voor de nomenclatura die op hun beurt weer bescherming moesten bieden aan de koning, de tsaar, de dictator, de Führer, de Grote Roerganger.”

    Onderwerping aan het systeem
    Wat deze ideologie met mensen kan doen, verduidelijkt Verhofstadt aan de hand van controlepolitiek in de voormalige Sovjet-Unie. Het individu werd geterroriseerd en gadegeslagen door geheime politiediensten die controleerden of de burgers wel leefden en dachten overeenkomstig de collectieve wil of, juister, volgens de wil van de dictator.

    De geheime dienst GPOe (nu KGB) zette burgers aan om verdachte burgers aan te geven. “Een symbolisch hoogtepunt vormde de actie van de jonge pionier Pavlik Morozov, een jongen van veertien die zijn vader, een koelak, aangaf bij de GPOe. De jongeman stelde het heil van de Leider boven dat van zijn vader en joeg hem daarvoor zelfs de dood in. Hiervoor werden in het hele land standbeelden van Pavliv Morozov als eerbetoon aan de jonge verrader opgericht”, schrijft Verhofstadt. Of we het nou hebben over extreem nationalisme, communisme, fascisme of religieus fundamentalisme: in elk van deze stromingen wordt van het individu onderwerping aan het ‘systeem’ verlangd.

    Boerka’s gelijkwaardig aan Jodensterren
    Verhofstadt wil zelfs zo ver gaan dat hij moslimfundamentalistische uitingen gelijk stelt aan nazistische symbolen. “Boerka’s zijn gelijkwaardig aan Jodensterren”, zei hij 25 januari 2006 tijdens een boekbespreking in Deventer. De Taliban, de moslimfundamentalistische beweging die van 1996 tot eind 2001 aan het bewind was in Afghanistan, doet eigenlijk niet onder voor de NSDAP van Hitler, was zijn boodschap. “Vroeger waren het de Ariërs die de Joden verdrukten, nu zijn het de mannen die dat bij vrouwen doen. Het gebeurt vandaag de dag, ook in Nederland; gedwongen huwelijken, genitale verminking, eermoorden, verplichte sluiering…”

    Geloof als geweten
    Hoewel Verhofstadt het toejuicht dat het individualisme mensen er van kan weerhouden zich weg te steken achter goddelijke bepalingen, wil hij als atheïst best toegeven dat geloof ook “zeer waardevol” kan zijn. Hierin doelt hij op het geloof als geweten en haalt als voorbeeld het verfilmde boek Die Weisse Rose aan van Inge Aicher-Scholl.

    De in 1998 overleden schrijfster beschrijft daarin hoe haar broer Hans en haar zuster Sophie verzet voerden tegen Hitler door pamfletten op de universiteit van München uit te delen. Nadat Sophie opgepakt is, wordt haar tijdens een verhoor gevraagd waarom ze met haar pamfletten het gezag van de NSDAP probeert te ondermijnen. Sophie antwoordt: “Ik heb de wet niet nodig om te weten wat mijn geweten mij voorschrijft.” Dat fragment geeft volgens Verhofstadt aan dat een moraal, of het nu in de vorm van een religie of overtuiging is, ook weerstand kan bieden aan overheersende machten. Als positieve kracht tegen onrecht.

    Klerikaal fascisme

    Toch ontkomt Verhofstadt er niet aan om ook een slecht voorbeeld te geven van religie in het nazi-tijdperk. Zo collaboreerde de priester Jozef Tiso (1887-1947) met de Duitse bezetters om te komen tot een zuiver Christelijke Slowakije. Onder leiding van Tiso werd Slowakije tijdens de bezetting een klerikaal fascistische marionettenstaat, een autonoom land binnen een federale staat. Tiso werd een belangrijke vertegenwoordiger van het klerikaal fascisme; de politieke stroming die fascisme probeert te verenigen met kerkelijke, doorgaans rooms-katholieke uitgangspunten. Als bondgenoot leverde Tiso tienduizenden joden uit aan nazi-Duitsland.

    Cultuurrelativisme van ‘nuttige idioten’
    Verhofstadt hekelt de cultuurrelativisten. Mensen die sympathie betuigen voor communistische of theocratische regimes, zoals die vandaag de dag nog in veel landen aan de orde zijn. Hij noemt dat de ‘nuttige idioten’ die een systeem bejubelen dat zelf de rechten van de mens onderuit haalt. Daarbij bedoelt hij niet alleen de mensen die in naam van Marx, Lenin, Stalin, Trotski en Mao pamfletten uitdeelden, maar ook de huidige generatie die gewelddadige gebruiken in bepaalde gemeenschappen afdoen als een cultuur waar je maar respect voor op dient te brengen.

    De Franse filosofen Jean-Paul Sartre (1905-1980) en Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) maakten zich daar volgens Verhofstadt ook schuldig aan. Zij bleven verkondigen dat het communisme het beste samenlevingsmodel was. “Hun houding was moreel fout en laf, zelfs dubbel fout en laf. Want als bevoorrechte getuigen wisten zij wat er achter het IJzeren Gordijn gebeurde en als schrijvers wisten zij water er met hun collega-schrijvers aan de hand was. Zij hebben ze verdomd verraden”, aldus Verhofstadt. Elke mens is immers verantwoordelijk voor het lijden van anderen indien hij daar zelf verlichting aan zou kunnen geven, redeneert hij. “Niet alleen de daders, beslissingnemers en uitvoerders van onrecht hebben schuld, maar ook al wie op dat ogenblik bekwaam was om er iets aan te doen, maar dat niet deed.”

    Groei naar unieke persoonlijkheid
    Individualisme is voor Dirk Verhofstadt de groei naar een unieke persoonlijkheid. Het is de mens worden met alle rechten en vrijheden die dit met zich meebrengt, maar ook met alle plichten tegenover anderen en ten aanzien van de gemeenschap. “De sociale gemeenschap wordt slechts gevonden vanuit de kracht van de zich altijd verder ontwikkelende individualiteit. Essentieel zijn immers de ethiek van de individuele zelfontplooiing en de ethiek van de zelfregulering”, redeneert hij. In navolging van de Duitse socioloog Ulrich Beck (Kinder der Freiheit, 1997) roept Verhofstadt de verantwoordelijken in de politiek en maatschappij op om op te houden met het verketteren van het individualisme.

    Gepubliceerd: Politiek-digitaal.nl

Politiek-digitaal.nl

Politiek-digitaal.nl, een initiatief van het Amsterdamse internetprojectbureau United Knowledge, was in de jaren 2001-2006 een populaire site voor politiek nieuws en achtergronden. Vanaf 2003 heb ik 156 artikelen en columns voor de site geschreven.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!