Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 03
    sep
    2009

    De burger heeft een grote mond, maar toont weinig daadkracht

    Burgers klagen erop los, maar ondernemen weinig. Die conclusie kunnen we trekken na lezing van Wipkippen, wisselgeld & wisselend succes.

    Toch laat de gemeente Purmerend zien dat de houding van een overheid een forse impuls kan geven aan burgerinitiatieven.

    Het onderzoek is uitgevoerd door Martje van Ankeren, in opdracht van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP). Ze heeft een enquête verstuurd naar alle raadsgriffiers van de 441 gemeenten, met onder andere de vraag hoeveel burgerinitiatieven er ingediend zijn. Een regeling die burgers de gelegenheid geeft een onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te zetten.

    Participatie-elite

    ‘Alleen bekenden van het stadhuis zetten onderwerpen op de agenda’, kopte verslaggever Seije Slager van dagblad Trouw vorige maand. Ze vroeg bestuurskundige Marcel Boogers van de Universiteit van Tilburg om commentaar op het IPP-onderzoek. “Het burgerinitiatief wordt vooral gebruikt door een participatie-elite. Terwijl het er juist toe had moeten leiden dat ook andere groepen toegang krijgen tot de besluitvorming.”

    Toch maakt ook die ondernemende elite – die vooral bestaat uit ambtenaren, ex-wethouders en belangengroepen (in hoeverre zijn dat nog burgers te noemen?) – niet veel gebruik van het recht om een plan op de agenda van de gemeenteraad te zetten. In 63 procent van de gemeenten is er sinds 1 januari geen burgerinitiatief meer ingediend. Op landelijk niveau is het niet veel beter gesteld. Uit onderzoek van NRC Handelsblad in mei bleek dat slechts één burger de afgelopen drie jaar zijn initiatief op de agenda van de Tweede Kamer kreeg (zie www.nrc.nl/burgerinitiatief). Nou ja, burger… Het was de goed georganiseerde belangengroep Milieudefensie. De participatie-elite dus.

    ‘Veel succes!’

    In het voorjaar van 2007 heb ik op gemeentelijk niveau zelf eens het initiatief genomen. Ik stuurde naar de gemeente een plan voor de oprichting van een niet-commercieel senioreneethuis, waar ik zelf in de keuken zou gaan staan. Een poging om eenzame ouderen uit hun isolement te halen en van een voedzame maaltijd te voorzien. Aan de gemeente vroeg of ik of ze me kon helpen bij het papierwerk. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het een test was. 432 gemeenten en 18 deelgemeenten ontvingen mijn plan. Eenderde reageerde helemaal niet, zeventien procent liet het bij een ontvangstbevestiging en de helft stuurde een antwoord waar je in de meeste gevallen ook niet veel mee kon (lees hier het onderzoeksverslag). Daar zaten vooral reacties van dit kaliber bij:

    “Er zijn verschillende initiatieven ook vanuit de markt en als overheid gaan we niet regulerend optreden naar de markt toe. We wensen u veel succes met uw plannen.” (gemeente De Marne)

    “Uw betrokkenheid bij de ouderen in Oldenzaal is bijzonder. Echter, daar het hier gaat om een particulier initiatief is de gemeente op dit moment niet de aangewezen instantie om hulp te bieden bij het oplossen van de problemen die u tegenkomt bij het opzetten van een senioreneethuis. Misschien is het zinvol om internet te raadplegen of er op landelijk/regionaal niveau al dergelijke ontwikkelingen zijn. Wij wensen u veel succes.” (gemeente Oldenzaal)

    “Allereerst wil ik mijn bewondering uitspreken voor uw initiatief. Hoe zeer ik dit ook waardeer is het echter voor de gemeente ondoenlijk om bij alle particuliere initiatieven in een dergelijk vroeg stadium de helpende hand te bieden.” (gemeente Bunnik)

    “Een heel aardig initiatief, maar nu hoe verder. Op zich kan ik u nog weinig vertellen. Mogelijk dat er via internet concrete voorbeelden zijn van soortgelijke projecten die al lopen en kunt u daar mee te weten komen.” (gemeente Rijnwoude)

    Bestaand beleid

    Wat moet je daar nou mee? Slechts een kwart van de gemeenten die inhoudelijk reageerden, 13 procent op een totaal van 450 gemeenten, dacht zeer actief mee, gaf een overzicht van regelingen en bestaande initiatieven, bekeek samenwerkingsverbanden en / of nodigde de burger uit. Gemeenten die goed scoorden op twee of meer van deze criteria waren Arnhem, Cranendonck, Hoogeveen, Beverwijk en het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid. Een voorbeeld:

    “Afgelopen woensdag hadden we een bijeenkomst met allerlei organisaties. Toen ik uw voorstel aan het Leger des Heils vertelde, kwamen zij spontaan met dat u wel hun gezellige ruimte mag gebruiken. (..) Ik zou graag willen voorstellen om een keer met elkaar te bespreken welke mogelijkheden en andere zaken nodig zijn om dit initiatief te starten en te ondersteunen.” (gemeente Beverwijk)

    Zo kan het dus ook! Het komt dus van twee kanten. De burger moet initiatief nemen en de gemeente moet daarvoor open staan. En zich dus niet verschuilen achter ‘bestaand beleid’ of erger: doorverwijzen naar het verkeerde loket, zoals de Kamer van Koophandel. Gezegd moet worden dat mijn plan geen formeel burgerinitiatief was. Maar het was wel een initiatief van een burger. Slechts een paar gemeenten wezen me op de regeling ‘Burgerinitiatief’.

    In Purmerend lukt het wel

    Gelukkig zijn ook in het onderzoek van het IPP bakens van burgerschap aan het licht gekomen. De gemeente Purmerend ontving dit jaar al 40 (!) burgerinitiatieven, waaronder een ‘feministenbuurt’: straten kregen de naam van beroemde voorvechters van vrouwenrechten. Raadsgriffier Jelly Kamminga legde in Trouw uit waarom het in haar gemeente wel lukt.

    “Een burgerinitiatief is hier bijna heilig, dat krijgt voorrang op de agenda. Daarnaast realiseren wij ons dat je niet van burgers kunt verwachten dat ze precies op de hoogte zijn van hoe de bevoegdheden binnen de gemeente liggen. Soms dienen mensen een burgerinitiatief in dat eigenlijk meer een klacht is. Dan zorgen we dat dat bij de juiste persoon terecht komt. En soms wordt er bij de gemeenteraad iets ingediend waar normaal niet de raad, maar het college over zou beslissen. Ook dan zorgen we dat zoiets niet botweg afgewezen wordt omdat het niet aan de voorwaarden voldoet, maar serieus besproken wordt.”

    In een jaar tijd is daar blijkbaar veel veranderd. Want op mijn plan voor het senioreneethuis kwam destijds geen enkele reactie van deze gemeente. Er is dus nog hoop. Maar dat vraagt inzet van zowel ambtenaren als burgers.

    Gepubliceerd: NRC

NRC

Voor NRC Handelsblad, nrc.nl en nrc.next schreef ik sinds mijn aanstelling in september 2007 meer dan 800 artikelen. De meeste daarvan als opiniemaker voor nrc.nl.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!