Bestel bij:
Dejongsteven@gmail.com
  • 22
    mrt
    2020

    Bewijs maar eens dat niet jij maar een vriend 180 km/u in je BMW reed

    Dave, een 21-jarige lasser uit Beets, staat niet voor het eerst terecht. Wat betreft de Wegenverkeerswet heeft hij er volgens justitie “een potje van gemaakt”. Ook de Zaanse rechter stelt vast dat hij “een roerige tijd achter de rug heeft”. Ze somt op: verlaten plaats ongeval, taakstraffen, boetes, wat geweldsdingen. En nu moet Dave zich verantwoorden omdat hij op 2 maart 2018, twee jaar geleden, 181 kilometer km/u reed waar 120 is toegestaan.

    Toch staat dat laatste allerminst vast. Dit is namelijk de tweede zitting in een zaak die doorgaans appeltje-eitje is. Dave is weliswaar kentekenhouder van de BMW die in Purmerend geflitst is, maar stelde bij de eerste zitting dat hij niet zelf reed. Toen de bekeuring op de mat viel, vulde hij de naam van een vriend in op het CJIB-formulier. Daar ging justitie niet in mee.

    Dave – blauwe trui, blonde krullen, matje – oogt alsof hij zich van geen kwaad bewust is. Hoewel hij zijn advocaat het woord laat voeren, heeft hij zelf al werk verricht om zijn onschuld te bewijzen. Hij voorzag zijn advocaat van een uitgedraaid gesprek met ene Rowan op Facebook Messenger. Gedateerd op 9 september 2019, anderhalf jaar na de snelheidsovertreding. De advocaat leest de rechter en de officier, die zelf ook een kopie hebben, een fragment voor.

    Dave: “Jij hebt op 2 maart 2018 toch in mijn auto gereden?”
    Rowan: “Jo, zou kunnen. Weet ik helemaal niet meer.”
    Dave: “Toen wou jij ook een rondje.”
    Rowan: “Wat is er dan?”
    Dave: “Jij reed toen 180 richting Edam, gek!”
    Rowan: “Ai, ai. Dat kan ik me niet herinneren.”
    Dave: “Wat kan jij je wel herinneren?”
    Rowan: “Alles wat ik wil herinneren.”
    Dave: “Je vergeet toch niet dat je in mijn auto stapte en wegracete?!”
    Rowan: “Dat zeker ja, goeie tijden waren dat.”

    De politie, zo vertelt de rechter, sprak ook met Rowan. Een hevig ontkennende Rowan. “Hij zei allemaal lelijke dingen over u. Dat hij pas later in de gaten kreeg dat u hem erin probeerde te luizen. Hoe zit dat, wat is dat voor iemand?” Vrienden zijn ze niet meer, zegt Dave, helemaal niet meer na die boete. “Beetje een apart figuur. Hij werkt niet, hij doet niks de hele dag.” De rechter: “Goed, ik kijk eventjes naar de officier.”

    De officier: “Ik kan uit dat Facebook-gesprek niet afleiden dat Rowan bestuurder was. Hoogstens bijrijder. Hij zegt niet: ik reed daar toen. Pas anderhalf jaar later heeft u geprobeerd hem te laten verklaren. Maar wie zijn auto uitleent, moet dat op de dag zelf noteren, in een agenda bijvoorbeeld. Anders kloppen we op jouw deur. Kortom: u heeft niet voldaan aan uw plicht als kentekenhouder om de bestuurder op te geven.” Omdat het zo lang geleden is, matigt ze wel de eis. De helft van de oorspronkelijke boete voorwaardelijk en de twee maanden rijontzegging geheel voorwaardelijk. “De rest blijft boven uw hoofd hangen.”
     
    De advocaat: “Waar het om gaat is of mijn cliënt als kentekenhouder voldeed aan de plicht om de werkelijke bestuurder op te geven. Dat deed hij, en ter onderbouwing liet hij die bestuurder ook nog schriftelijk via Facebook verklaren. Ik lees dat gesprek ook heel anders dan de officier. Op de opmerking dat je zoiets niet vergeet, zegt Rowan: ‘Zeker ja, goeie tijden.’ Dat is een bevestiging. Het gaat er niet om dat hiervoor voldoende bewijs is, bijvoorbeeld in een rechtszaak tegen Rowan. Nee, het gaat erom dat Dave hiermee voldeed aan zijn plicht als kentekenhouder. Het vervolgingsrecht van het Openbaar Ministerie is daarmee komen te vervallen, niet-ontvankelijk dus.”

    Nee, zo werkt het niet, sputtert de officier tegen. “Uit die ‘goeie tijden’ kun je niet opmaken dat hij de bestuurder is. Als jij je auto uitleent, moet je dat noteren, en niet later mensen gaan benaderen of zij misschien gereden hebben.” De advocaat: “Maar hij heeft die naam meteen doorgegeven aan het CJIB.” Dave roert zich nu ook: “Ja, ik heb dat briefje ingevuld. En als ik zelf had gereden, dan had ik gewoon betaald. Ik verdien mijn geld. Rowan heeft helemaal geen geld.”

    De rechter gaat over naar de Daves “persoonlijke omstandigheden”, die relevant zijn voor de strafmaat. Dave zegt dat hij geen ‘foute vrienden’ meer heeft, geen schulden, prima verdient en al een tijdje geen rotzooi meer trapt. “U heeft uw leven weer goed op de rit”, concludeert de rechter. Na een korte schorsing, doet ze uitspraak: “Of u nu wel of niet verantwoordelijk bent aan die snelheidsovertreding, u voldeed in ieder geval aan uw plicht als kentekenhouder. U gaf niet alleen de naam op van de bestuurder, maar overhandigde ook een gespreksverslag waaruit is af te leiden dat hij in de auto zat. Het gaat er nu niet om of er ook voldoende bewijs is dat hij werkelijk gereden heeft. Ik verklaar het OM daarom in deze rechtszaak niet-ontvankelijk.”

    En zo komt er voor Dave een einde aan de dreiging van een heel vervelende sanctie. Zonder er nog iets over te zeggen, verlaat hij snel de zittingszaal.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!