Bestel bij:
dejongsteven@gmail.com
  • 06
    mrt
    2009

    Boze en lastige burgers

    Eind vorig jaar verschenen twee boeken over de relatie tussen burger en overheid. In ‘Boze burgers’ komen burgers aan het woord die koste wat kost hun gelijk willen halen in een geschil met de overheid. Ze bijten zich vast in juridische procedures met alle gevolgen van dien voor hun gezin en de omgeving. ‘De lastige burger’ laat zien wat er mis is gegaan nadat burger en overheid zijn gaan geloven dat de burger een klant is en de overheid een bedrijf. Het heeft in elk geval niet geleid tot een beter functionerende overheid. Hoe nu verder?

    Door Toine Poppelaars

    In het boek Boze burgers staan de verhalen centraal van boze burgers die hun gelijk proberen te halen bij verschillende rechters. Ze zijn boos omdat een bepaalde overheidsinstantie om uiteenlopende redenen, niet – voortvarend – wil meewerken aan hun plannen. Veelal gaat het om ruimtelijke ordeningszaken (bouwvergunningen die ten onrechte zijn verleend en verzoeken om handhavend op te treden tegen de buurman die een illegaal bedrijf runt). Deze burgers staan lijnrecht tegenover de overheid.

    Kenmerkend is het verhaal van de serre aan het huis van Riet Dekkers in Leiderdorp. Die serre, die 37 centimeter te hoog zou zijn gebouwd, werd na acht jaar procederen gelegaliseerd, maar dat betekende helemaal niet het einde van een bitter juridisch gevecht. Betrokkene gaat, na de uitputtingsslag die de familie enorm veel tijd, energie en geld heeft gekost, nog een schadeclaim tegen de gemeente indienen.

    Maar ook complottheorieën doen zich voor, bijvoorbeeld bij de zaak die ondernemer Ben Mets heeft lopen tegen de provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente. Mets dreigt de dupe te worden van het antwoord op de vraag welke overheidsinstantie het bevoegde gezag is voor zijn onderneming, die afvalproducten verwerkt. Staatsraad Peter van Wijmen, burgemeester Ank Bijleveld en gedeputeerde Theo Rietkerk (allen ex-Kamerleden voor het CDA), zouden onderdeel van een complot tegen hem uitmaken.

    Onhandelbaar
    In de inleiding gaat Gerard van Westerloo in op de vraag of in de loop der tijd corruptie en frauduleus handelen door de Nederlandse ambtenaar is toegenomen. De conclusie luidt dat dat niet het geval is. Maar hij besluit met de stelling: de burger is verhard, de overheid is hem daarin gevolgd.

    In het laatste hoofdstuk betoogt Herman van Gunsteren, dat de overheid juist haar voordeel moet doen met lastige burgers. Hij is van mening dat burgers pas onhandelbaar worden als ze een beslissing van de overheid of een rechterlijke instantie niet als onpartijdig kunnen ervaren. En onhandelbaar worden ze ook als de beslissing ze gelijk geeft, maar daaraan door de autoriteiten geen uitvoering wordt gegeven. In het boek wordt als treffend voorbeeld genoemd het antwoord van een ambtenaar op de vraag van een burger om handhavend op te treden tegen de buurman die illegaal een bedrijf runt: ‘Het mag niet, maar we doen er niks aan.’

    Van Gunsteren geeft twee visies op burgerschap. In de klassieke liberaal-democratische visie geeft burgerschap het recht om binnen de grenzen van de wet anders te zijn. Hij mag zich bij de rechter beklagen over oneerlijkheid, partijdigheid of corruptie van zowel medeburgers als de overheidsinstantie zelf. De overheid moet zonder aanzien des persoons met burgers omgaan. In de alternatieve visie dienen normen en waarden die burgers onderling en in hun verkeer met de overheid in acht moeten nemen, goed burgerschap te bevorderen. Querulanten en egoïsten die enkel aan zichzelf denken zijn geen goede burgers. De burger is een bouwsteen van de samenleving. Risicoburgers vormen echter een bedreiging voor die samenleving. Uiteindelijk concludeert hij dat de burger niet enkel een bouwsteen is van de samenleving, maar ook (mede)verbouwer ervan.

    Geen winnaars
    Het is een prettig leesbaar boek en de verhalen geven een getrouw beeld van hoe vastberaden mensen zich in juridische procedures kunnen vastbijten, met alle (negatieve) gevolgen van dien voor het gezin of de directe omgeving. In een enkel geval raakt men het contact met de lokale samenleving kwijt, dan wel verhuist men noodgedwongen naar een andere plaats. De aanleiding voor dergelijke procedures had in veel gevallen voorkomen kunnen worden door een goed contact met de betreffende buurman of ambtenaar. Maar als de burger zich niet serieus genomen voelt aan de balie van het gemeentehuis, dan zijn de rapen gaar. Eén ding is me wel duidelijk: in Boze Burgers zijn geen winnaars.

    Houdgreep
    Het boek De lastige burger toont wat er misging toen zowel overheid als burger is gaan geloven, dat de burger een klant is en de overheid een bedrijf. Door burgers structureel als klant te benaderen, wekken ambtenaren de indruk dat burgers zich ook als klant kunnen gedragen. En dat doen zij dan ook. ‘Nee’ wordt verkocht, maar niet getolereerd. Immers, de burger afficheert zich in algemene zin als belastingbetaler, de betalende klant die het beste voor het minste geld wil. Een burger aan het loket: ‘U moet mijn algemeen belang behartigen.’

    De gewekte verwachtingen stroken dus niet met de werkelijkheid. Gevolg: woede bij de burger. Veel woede. In 2006 sloeg een man met een moker tientallen ruiten van het stadhuis van Lelystad aan diggelen. Hij had een conflict met de gemeente.

    De overheid zou er goed aan doen zich te bevrijden uit de houdgreep die ‘klant-denken’ heet. Anders zal de overheid niet beter gaan functioneren. Centraal zou de vraag moeten staan: wat vinden burgers van wat ik wil?

    Burgerschapsstijl
    De Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid heeft al in 2006 aanbevolen dat de overheid via de levensbeschouwelijke weg een vorm van zingeving bij mensen moet stimuleren om een betere burgerschapsstijl te ontwikkelen. Het gaat hier om een mentaliteitsverandering. Benadrukt moet worden dat de overheid geen bedrijf is waar de klant de koningstatus geniet, maar een organisatie die staat voor politiek bepaalde waarden en het algemeen belang. Overigens blijkt dat de meeste burgers de klantbenadering nog verder doorgevoerd willen zien: de overheid als persoonlijke probleemoplosser.

    De publieke sector moet eerlijk zijn en mensen niet aanspreken als klanten maar als burgers. De primaire verantwoordelijkheid van de overheid is om in de afweging van persoonlijk en algemeen belang een rol te spelen en de burger daarbij te betrekken. Want zonder betrokkenheid van de burger, geen participatie van die burger.

    De lastige burger bevat in de eerste hoofdstukken een duidelijke uiteenzetting van de problematiek, voorzien van diverse praktijkvoorbeelden. Daarna benadert schrijver de kwestie op een abstracter niveau. Dat heeft als gevolg dat een herhaling van (al bekende) zetten dreigt. Het laatste hoofdstuk bevat kort en bondig, heldere conclusies van het voorgaande.

    Mr. drs. A.J. G. Poppelaars is gedeputeerde in Zeeland en redacteur van Bestuursforum.

    Boze Burgers, Philip Brouwer e.a., Kluwer 2008, ISBN 978 90 13 057362, 159 blz., €14,95
    De lastige burger, Dienstverlening in een tijd van ontbrekend burgerschap, Steven de Jong, ISBN 978-90-8965-017-7, 174 blz., €24,90.

    Bron: Bestuursforum (partijblad CDA), 6 maart 2009

In de media

Een aantal van mijn onderzoeken en maatschappelijke acties haalden in de jaren 2004-2008 de media. In deze rubriek een overzicht van die artikelen.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!