Veel gemeenten vinden burgers met eigen ideeën lastig. Ze worden behandeld als ‘klant nummer zoveel’, die tijd en geld kosten.
Door Steven de Jong
Eric van der Veer, supermarktchef van een groenteafdeling, meldt zich
op 14 mei per e-mail bij de gemeente Aa en Hunze in Drenthe. Eric heeft
een plan, een groots plan: hij wil uitvoering geven aan de
belangrijkste ambitie van de Nederlandse regering. Eric wil samen
werken, samen leven! In het gelijknamige beleidsprogramma las Eric dat
het kabinet de participatie en zorg voor elkaar wil bevorderen, maar
dat niet kan zonder toegewijde burgers. Eric ként zijn wijk, ként zijn
kracht. Zijn burgerplicht roept...
Eric schrijft in zijn e-mail dat hij
zich zorgen maakt om de ouderen in zijn gemeente. ‘Ik merk dat ouderen
die nog net zelfstandig kunnen wonen vaak heel eenzaam zijn, en een
grote behoefte hebben aan contact.’ Hij vertelt dat hij die ouderen af
en toe thuis uitnodigt, maar dat zijn vrouw heeft gezegd dat ‘ons huis
geen restaurant is’.
Dan komt Eric ter zake: ‘We willen een senioreneethuis opzetten waar
iedereen om klokslag zes uur aan kan schuiven voor een lekkere en
voedzame maaltijd. Als gemeente weet u denk ik het beste hoe het
geregeld is met voorzieningen als vervoer, locatie, etcetera. Waar ik
verder niets van weet zijn de papieren dingen.’
Er verstrijken zeven weken. Tot groot verdriet van Eric laat Aa en
Hunze niets van zich horen. Wil de gemeente wel met Eric samen werken?
Eric denkt van niet, hij is ontroostbaar. Op die veertiende mei komt
bij 432 gemeenten en 18 deelgemeenten – 90 procent van alle Nederlandse
gemeenten – dezelfde e-mail binnen.Ondertekend door, u raadt het al,
Eric van der Veer. Deze ‘spookburger’ is door de Burgerlijke Raad voor
het Regeringsbeleid (BRR) op pad gestuurd in overheidsland. De
burgerraad heeft op deze manier 50 dagen geluisterd naar hoe ambtenaren
reageren op een betrokken burger.
Aa en Hunze is niet de enige gemeente die Eric links laat liggen.
Maarliefst 32 procent laat niets van zich horen, en 17 procent laat het
bij een ontvangstbevestiging; 49 procent reageert dus feitelijk niet.
De rest reageert min of meer inhoudelijk, maar laat vaak doorschemeren
geen raad te weten met initiatiefnemende burgers. Ze geven een
schouderklopje (‘Wat een prachtig initiatief!’), en sturen de burger
vervolgens met een kluitje het riet in (‘Veel succes!’). Of ze roepen
iets algemeens over bestemmingsplannen of horecapapieren en verwijzen
meteen door naar de Kamer van Koophandel, alsof dat een alwetend orakel
is.
Individuele ambtenaren beseffen onvoldoende dat zij – als eerste
contact van de burger – moeten optreden als woordvoerder. Te vaak
merken we dat de ambtenaar niet verder denkt dan het eigen loket. Neem
bijvoorbeeld deze medewerkster Belastingen: ‘Wat betreft de belastingen
van de gemeente Maasgouw kan ik u mededelen dat wij een onroerend zaak
belasting en rioolrecht kennen.’ Let wel; dit is de enige reactie van
de gemeente Maasgouw op het initiatief. Ergens is dat wel begrijpelijk.
Ambtenaren krijgen nauwelijks ruimte voor de behandeling van bijzondere
plannen.
De eerste reactie van een Hilversumse ambtenaar op het plan is
tekenend. ‘Zo te lezen houdt dit meer in dan alleen een
horecavergunning.’ Later mailde de ambtenaar dat hij dit soort dingen
‘erbij moet doen’. Het besef dat een initiatiefnemende burger om een
speciale behandeling vraagt, blijkt nauwelijks aanwezig. Het gaat hier
niet om een bewoner die een boom wil kappen, maar om een enthousiaste
burger die bij de gemeente aanklopt met de vraag hoe hij zijn idee tot
bloei kan laten komen. Hij weet niet waar hij als oprichter allemaal
rekening mee moet houden. Zijn enthousiasme om sociaal kapitaal toe te
voegen, wordt door de gemeente in de kiem gesmoord door hem als ‘klant
nummer zoveel’ te behandelen. Eric wordt weggezet als iemand met een
vage vraag. Iemand die tijd en geld kost.
Ambtenaren die de moeite nemen met andere collega’s of organisaties te
overleggen blijken schaars. Het zou ambtenaren sieren als zij de
initiatiefnemer uitnodigen voor een inventariserend gesprek, aftasten
wat hij kan en wil, hem vertellen over bestaande initiatieven, en
vervolgens bekijken in welke vorm het senioreneethuis uit de grond
gestampt kan worden. Pas als dat helder is, kan de burger gewezen
worden op de benodigde papieren en regelingen.
Gemeenten die op deze criteria goed scoren zijn Arnhem, Beverwijk,
Cranendonck, Hoogeveen, Menaldumadeel, het Amsterdamse stadsdeel
Oud-Zuid en Kerkrade. ‘Wethouder Krewinkel wil graag met onze ambtenaar
bij u op huisbezoek komen’, liet Kerkrade weten. Ook Opmeer verdient
een pluim. Eric won daar een stimuleringsprijs van 750 euro in de
wedstrijd ‘Met elkaar voor mekaar’. Dit soort gemeenten plaatsen de
betrokken burger, soms letterlijk, op een voetstuk.
Als we iets kunnen leren van deze 50-dagentour in overheidsland, dan is
het wel dat gemeentebesturen van hun ambtenaren niet kunnen verlangen
dit soort initiatieven ‘er even bij te doen’. Betrokken burgers
verdienen een betrokken ambtenaar.
Steven de Jong is oprichter van Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR), een onafhankelijk en zelfbenoemd adviesorgaan voor de overheid.
Link: 'Doe iets met ideeën van burgers'
Naschrift: op 19 juli 2007 opende De Volkskrant met het artikel 'Burgeridee strandt bij gemeente' op de voorpagina (scan).