Bestel bij:
dejongsteven@gmail.com
  • 11
    jun
    2017

    Een pleidooi om de voordeur in te trappen — recensie Het Smelt, Lize Spit ****

    Een pleidooi om de voordeur in te trappen — recensie Het Smelt, Lize Spit ****

    Hoe red je het kind dat niet met blauwe plekken, maar psychisch gebutst op school komt? In haar beklemmende gezinstragedie legt Lize Spit de onmacht van de schone-schijn-samenleving bloot. Het Smelt gaat over Het Zwijgen.

    Door Steven de Jong

    “Uit zijn mond klinkt mijn naam soms als een bevel, soms als een vraag, zelden als iets dat van mij is.” Aan het woord zijn de onuitgesproken gedachten van Eva de Wolf, een meisje van 14, dat door haar vader apart wordt genomen in de schuur. “Met een foute knoop zal je afzien”, legt hij uit. “Je wilt toch niet dat ik afzie? (..) Jij denkt net zoals je moeder dat deze ouwe lul nooit meent wat hij zegt, hier het lef niet voor heeft?”

    Vader zegt altijd ‘je moeder’, mijmert Eva, en mama doet hetzelfde als ze het over papa heeft, dan zegt ze ‘jouw vader’. Ze proberen zo ergens mee weg te komen, door te doen alsof ik diegene ben die hen heeft uitgekozen.

    Kan het nog liefdelozer? Wat de Vlaamse debutant Lize Spit (1988) betreft wel. Het Smelt, een roman van 480 pagina’s, is een aaneenrijging van dit soort taferelen. Eigenlijk incidenten, ter afwisseling van een op het oog onschuldig dorpsleven dat maar voortkabbelt. Soms om tureluurs van te worden. Zoals je uit het raam van een trein kunt kijken zonder ook maar iets te registreren. Spit (1988), zelf geboren en getogen in zo’n dorp, smeert alles nogal uit, maar gebruikt per zin gelukkig geen woord te veel. Haar stijl is gerijpt, met veel aandacht voor symboliek, zonder dat het pathetisch wordt. In de actie blijft het lang vlak. De pijn zit ‘m in de mensen die niet gezien worden. Vader incluis, die strop is zijn escape. Je zal me nog missen als ik er helemaal niet meer voor je ben, wil hij daarmee zeggen. Wie het in het dorp niet redt, legt de hand aan zichzelf of drinkt zich een andere werkelijkheid in.

    Zolang het elders maar slechter gaat
    Pas als Eva uit huis is, laat vader zo nu en dan z’n hart spreken. Per voicemail, drie minuten tot het bandje op is. Zijn woorden blijven onvermeld, maar het zal een poging zijn te geven wat hij nooit gaf. Het woord ‘liefde’ komt in het boek maar vijf keer voor, één keer in ‘doorkliefde worm’. Spit is meester in het ongenoemd laten van wat ze op het puntje van de tong van de lezer legt. Haar protagonist is de vis op het droge die niet naar adem hapt, maar naar liefde. Dat maakt het relaas zo verstikkend.

    En moeder dan? Moeder kookt, zuipt en verslonst de boel. Eva vraagt zich op een dag af, ze is dan negen, of moeder misschien elders nog een gezin heeft. “Zou ze bij hen beter haar best doen? Zou ze ertegen op kijken om naar ons terug te keren?” Niet dat moeder vreemd gaat. Eva begrijpt gewoon niet waarom ze het zó laat afweten. Vaders vermaningen maken het er niet gemakkelijker op. “Wie niet met bestek kan eten, moet maar samen met de hond vieren”, zegt hij tegen zijn vrouw tijdens het kerstdiner.

    Het geweld zit ‘m in het niet-aanraken van de ander, het wegkijken, het dorpse geroddel. De slager doet er goede zaken, klanten krijgen bij ieder biefstuk een sappig verhaal. Zolang het elders slechter gaat, doen wij het toch wel goed. Dat idee verkoopt. Spit smeekt de lezer, tussen de regels, om interventie, het intrappen van de voordeur. Maar alleen haar ondervoede zusje Tesje, die als copingmechanisme een dwangneurose ontwikkelt, geeft daarvoor juridisch gezien aanleiding.

    
Vandaar dat zwijgen
    “We gaan hulp zoeken”, besluit Eva’s broer als het met Tesje zo niet langer kan. Gedrieën fietsen ze naar het ziekenhuis. Tesje moet dan eerst nog wat rituelen uitvoeren. Drie keer ringelen met de bel, trappers op gelijke hoogte, wrijven tot het zadel glanst. Eenmaal in het ziekenhuis slaat bij Eva de twijfel toe. Zal haar zusje vertellen over de tekeningen die moeder ophing? Daarop zie je dat Eva veel beter tekent. Waarom moest ik nou zo mijn best doen, verwijt ze zichzelf. Later, als het te laat is, komt ze tot het besef dat Tesjes tekening toch beter was: dit gezin komt namelijk het best tot zijn recht in een onaffe, mislukte schets.

    Alles wat Eva niet kreeg van haar ouders en dorpsgenoten, gaf ze juist wel aan haar zusje. Verhaaltjes voor het slapengaan, hulp bij neuroses, een knuffel. Waarom heb je ook ónze ziekenfondspasjes mee, vraagt haar broer in het ziekenhuis. Er komt geen antwoord omdat het antwoord duidelijk is: ze hebben alle drie hulp nodig, Eva misschien nog wel het meest. Wat haar even daarvoor is aangedaan door twee ‘vrienden’, Laurens en Pim, is te gruwelijk voor woorden. Toch is Spit juist daarin uiterst concreet, het voltrekt zich filmisch: er wordt niet meer gezwegen, Eva schreeuwt het uit van de pijn. Een groot contrast in stijl met het huiselijke drama. Literair heeft Spit dat helemaal niet nodig, thematisch kan het boek ook zonder die horror. Toch werkt dat naderende onheil goed als voortstuwende kracht. Uitgeverij Das Mag lijkt met titel en omslag ook te willen flirten met het thrillergenre. Gezien het verkoopsucces waarschijnlijk geen onverstandige keuze.

    Het Smelt blijft boven alles een beklemmende gezinstragedie over emotionele verwaarlozing. Een realistische streekroman, dat ook. Over een dorp dat wegkijkt, waar de schone schijn heilig is. Het is veel meer dan cultuurkritiek op een gehucht, geïnspireerd op het Vlaamse Viersel nabij Antwerpen. Je kunt het lezen als casus: hoe red je het kind dat niet met blauwe plekken, maar psychisch gebutst op school komt? Spit leert ons dat een kind nooit uit zichzelf leegloopt over een vader die een strop demonstreert en een moeder die zat naar de hondenmand gestuurd wordt. Vandaar dat zwijgen in haar briljante debuut. Het is te hopen dat haar reservoir nog niet uitgeput is.

    Het Smelt, uitgeverij Das Mag, februari 2016, 480 pagina’s

Blog

Publicaties die reeds verschenen zijn op sites of in kranten, treft u aan in de rubriek 'Journalistiek'. Mijn blog, echter, is een soort werkplaats.

Over de auteur

Steven de Jong (1981) is opinieredacteur van NRC Handelsblad. Op deze site kunt u zijn artikelen uit de periode 2001-heden lezen. Artikelen voor 2007 zijn geschreven voor andere media. Zie ook de rubrieken Boeken, Fictie (korte verhalen), Onderzoek, Freelance en Blog.
E-mail: dejongsteven@gmail.com
  • Volg Steven de Jong op Twitter!
  • Volg Steven de Jong op LinkedIn!